DE NAAM VAN DE KERKEN

1979-04-27
  • Jaargang 23
  • nummer 17
Dr B. Jongeling ("Opbouw'; van 16 maart jJ.) en anderen zijn van mening, dat ik in mijn ingezonden stuk in dit blad van 26 januari en in de Kerkbode van Geref. kerken van Nrd. en Zuid-Holland van 27 maart jl.
een onjuiste voorstelling gegeven heb van wat Mevr. Kuiper bezielt met haar ingezonden stuk in genoemde Kerkbode van 6 januari jJ. en in "Opbouw"
van 12 januari jJ. Ik heb haar, aldus dr Jongeling en anderen, ten onrechte in de mond gelegd, dat de zaken, die in de vrijmaking in geding wal en het fundament der kerken niet raken en dat zij dat fundament wil beperken tot de Apostolische Geloofsbelijdenis; zij zou ook de drie formulieren van enigheid niet van belang vinden voor de leer der zaligheid. Dit is een nog al zware beschuldiging, zo luidt het oordeel, dat geen enkele grond zou hebben in hetgeen Mevr. Kuiper schreef.
Nu heb ik dat Mevr. Kuiper ook niet in de mond gelegd; ik heb geschreven, dat ik in haar stuk proef de in onze kerken levende mening, dat de zaken, die in de vrijmaking of andere kerkelijke periodes in het geding waren niet het fundament der kerken zouden raken.
Wat is nl. het geval? Mevr. Kuiper schreef in haar ingezonden stuk in januari jl.: "Wat de naam vrijgemaakte Geref. kerken betreft zou ik willen opmerken, dat de herkomst een kerkscheuring is. Moeten wij deze kwalijke zaak - wat een kerkscheur ing toch altijd is - zo nodig voor het nageslacht in herinnering houden? Trouwens, wie van de jongeren onder ons kan uit de doeken doen hoe die kerkscheuring is ontstaan? Het zullen er niet veel zijn. Vele ouderen kunnen het niet eens meer goed navertellen.
Mijns inziens zou het voor de geslachten, die na ons komen, toch wel een hele toer zijn, zo niet onmogelijk zijn, om desgevraagd uit te leggen wat de oorsprong is van de naam vrijgemaakt Geref. kerken."
Ging het in de vrijmaking niet om het Gereformeerd karakter van de (thans) synodale kerken? Had de uiteindelijke inzet van de strijd in 1944 niets te maken met het fundament der. kerken?
Was afwijking van dat fundament niet aan de orde in 1944 inde zaken van Verbond en Doop en in het hiërarchisch kerkrecht dat toen gehanteerd werd? Ging het in 1944 niet om de vrijheid, waarin Christus de kerken weer gebracht heeft, die zich vrijmaakten van bovenschriftuurlijke bindingen en die daarmee niet een nieuw kerkgenootschap stichtten.
Wanneer Iemand dan over de vrijmaking alleen maar schrijft, dat het een kwalijke zaak is geweest en dat het vrijwel onmogelijk is uit de doeken te doen hoe deze kerkscheuring is ontstaan en dat het niet nodig is de kerkscheuring voor het nageslacht in herinnering te houden en onze jeugd ervan te vertellen, vindt. men het dan zo vreemd, dat anderen uit deze beweringen de conclusie trekken, dat zo iemand de inzet van de strijd in 1944, die het fundament der kerken raakte, niet van zo groot belang acht? Mevr. Kuiper mag dat dan niet allemaal bedoeld hebben, zoals ze later schrijft in haar tweede ingezonden stuk in de Kerkbode van 17 februari jl .en in "Opbouw" van 16 maart jJ., maar in de huidige situatie in onze kerken kan naar mijn mening uit haar uitspraak, dat de vrijmaking een kwalijke zaak is wel degelijk genoemde conclusies getrokken worden. Zij heeft dat overigens ook zelf inmiddels beseft, getuige haar tweede ingezonden stuk. (Kerkbode van 17 februari jJ. en "Opbouw" vna 16 maart pl.).
Ook uit de ingezonden stukken van anderen in "Opbouw" en de Kerkbode naar aanleiding van mijn ingezonden stuk in januari blijkt, dat over het gebruik van de drie formulieren van enigheid in onze kerken "genuanceerd" wordt gedacht, waarbij wederom de confessionele trouw in geding kan worden gebracht. Ook dit kan men allemaal wel weer ontkennen of niet serieus nemen, maar leest U de ingezonden stukken er maar eens goed op na. Ze spreken wat dat betreft duidelijke taaJ. Ik zal die niet allemaal aanhalen, want dan wordt dit stuk te lang.
Het fundament der kerken is de leer der zaligheid, waarvan de drie formulieren van enigheid een hoofdsom geven.
Het is niet onze liefde. Onze liefde tot de Here God en de naaste houdt niet veel bijelkaar. Onze Iiefdesprestaties brengen in de christelijke gemeente niet veel tot stand. Het houdt de gemeente van Christus niet bijelkaar.
Daar is meer voor nodig, nl. Jezus Christus.
Onze kerken zijn vrijgemaakt Geref. kerken. De term Gereformeerd is van historische aard. De term vrijgemaakt trouwens ook. Beide termen verwijzen naar het verleden, waarin de bepaalde kerkelijke pen odes het fundament van de kerken in geding is geweest, welk fundament ook voor het heden en de toekomst van belang is. De kerken zijn vrij in Christus; de term Gereformeerd houdt dat al in. Vrije Geref. kerken is iets nieuws. Het is ook dubbel.
Dat geldt trouwens ook voor de term vrijgemaakt Geref. kerken. In 1944 en 1966/67 zijn wij geen nieuw kerkgenootschap begonnen; in 1944 hebben wij ons vrijgemaakt van bovenschriftuurlijke bindingen; de synodaal Geref. kerken zijn met iets nieuws begonnen in 1944.
Vrije Geref. kerken is echter een naam, die blijkens de discussies erover, in ons land wordt opgevat in !ie betekenis van: geen vastgelegd kerkverband.
Ik ben zeer bevreesd voor hiërarchie in de kerken. Maar een vastgelegd kerkverband gaat uit van de realiteit, dat de belijdenis der waarheid niet het alleen-bezit is van één enkele plaatselijke kerk. Kerkmensen zijn zondaars en gaan spoedig dwaalwegen; zie de kerkscheuringen achter ons. Daarom moeten wij bij belangrijke aangelegenheden, die alle kerken raken, ook alle kerken betrekken en moeten alle leden van de kerken, groot en klein, meepraten, omdat velen meer dan één weten en aan de waarheid ook een sociologische zijde zit; omdat we elkaar kunnen opscherpen in leer en leven.
Gesprekken tussen de kerken, mits goed gevoerd, zijn levensnoodzaak voor de kerken.
Laten we s.v.p. met elkaar praten en laat niet iedereen in eigen hoekje wegkruipen. Daar komt niets goeds van. Pas na praten met elkaar o.m. in regio en convent nemen inzake belangrijke aangelegenheden, die alle kerken raken, de plaatselijke kerken beslissingen. Zo althans moet men volgens mij afspreken. Het is eenvoudig een kwestie van doelmatigheid. Omdat mensen zondige, beperkte wezens zijn en ontstellend eigenwijs.
En wat de kerken in het gemeen vinden moet men niet licht ter zijde stellen.
Alleen dan wanneer hetgeen besloten is, strijdig is met de Schrift.
Meerdere vergaderingen kunnen dwalen, daar weten wij als buitenverbanders alles van. Maar mindere vergaderingen, waaronder kerkeraden, kunnen dat ook. Ook daar weten we van.
Het zijn ook dezelfde mensen.
Ogenschijnlijk onbelangrijke kwesties kunnen wel degelijk belangrijk zijn.
Achter ogenschijnlijk onbelangrijke kwesties zitten vaak hele werelden van meningsverschillen of verschillen in aanpak. Maar mensen, die de strijd niet willen, willen de problemen het liefst gladstrijken in de richting van de weg, die de minste weerstand oplevert.
Ik zie in het willen afschaffen van de naam vrijgemaakt in onze kerken een aanwijzing, dat men van eigen kerkelijk verleden afwil. Velen zien het vrijgemaakt-zijn alleen maar negatief; men ziet er 'geen sprankje positiefs meer in in de naam. Ook omdat andersdenkenden ons veelal niet moeten.
Alsof wij ons daar op moeten richten. We worden door anderen wellicht vereenzelvigd met de binnenverbanders.
En dat wil men voor geen geld.
Velen in onze kerken willen ook niet meer praten over de betekenis van de kerkkeuze, welke zaak in onze kerken lange tijd centraal heeft gestaan.
En nog centraal staat bij de binnenverbanders.
Praten over de kerkkeuze wordt veelal direkt afgedaan met de term kerkistisch. Alsof het dat alleen maar is.
De vrijmaking is wel van betekenis geweest in ons land, ook al laten de binnenverbanders ons links liggen.
Wij zullen dat in de goede prediking in onze kerken de mensen duidelijk moeten maken en ook door onze levenswandel.
Dat is ook van belang voor onze jeugd, die thans vaak naar de synodale kerk afdwaalt en dat is naar mijn mening wel een ernstige zaak. Omdat in onze kerken in het algemeen gesproken de prediking beter is dan in bijv. de synodale kerken.
(Met gelukkig vele gunstige uitzonderingen.) Als we dat (van die betere prediking) niet meer geloven, moeten we zo spoedig mogelijk teruggaan naar de synodale kerken, waaruit wij zijn voortgekomen.
Het is naar mijn mening funest voor ons kerkelijk leven, wanneer wij daar hoofdzakelijk in mineur over spreken.
Daar is niemand mee gediend; allerminst onze jeugd.
Het is voor de naam vrijgemaakt ook funest wanneer we altijd maar gaan afgeven op de binnenverbanders. Alsof die niets goeds doen. Alsof daar geen levend geloof gevonden wordt.
Alsof dat allemaal maar kerkisten en extremisten zijn. Dat is de werkelijkheid niet. We doen hen daarmee geen recht en doen onszelf tekort. Ik wijs alleen maar op het Nederlands Dagblad.
Het is een krant met een uitstekende voorlichting, hetgeen zelfs opgemerkt is door mensen, die zeer ver van ons vandaan staan.
We zullen moeten trachten elkaar vastte houden op basis van onze eenheid in Christus. We zullen op elkaar moeten toezien om aldus de wet van Christus te vervullen.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief