JEREMIA
1979-05-04
Overgave gevraagd- Jaargang 23
- nummer 18
Het Woord van Jahweh dat Jeremia heeft door te geven, is erg duidelijk en concreet. Zedekia behoeft zich op geen enkel punt af te vragen wat toch wel de bedoeling ervan kan zijn. Het ligt ook helemaal in de lijn van Jeremia's prediking tot nu toe.
Als Zedekia zich overgeeft aan de Babyloniërs en zich vrijwillig aan hun macht onderwerpt, zal hij zelf in leven blijven, evenals zijn huis, en zal Jeruzalem niet met vuur verbrand worden. Luisteren naar het Woord van Jahweh mag dan weliswaar leiden tot een conflict met de ministers en adviseurs, maar betekent wel leven en behoud voor Zedekia en het volk. Maar als Zedekia Gods Woord naast zich neerlegt, zal Jeruzalem een brandende en rokende puinhoop worden en zal ook Zedekia zelf er niet zonder kleerscheuren afkomen.
Dan blijkt dat Jeremia de koning toch niet zo slecht getaxeerd heeft, toen hij zei: ge zult toch niet naar me luisteren. Want Zedekia heeft de nodige bezwaren. Hij durft zich niet over te geven aan het Woord van God. Hij durft er niet op te vertrouwen.
Hij wordt beheerst door angst voor wat hij voor ogen ziet of althans meent te zien.
Tijdens het beleg waren verschillende Judeeërs naar de Babyloniërs overgelopen.
Voor een deel zullen dat mensen geweest zijn, die gehoor gegeven hadden aan Jeremia's prediking. Voor een ander deel waren het ook pure opportunisten, ratten die het zinkende schip verlaten hadden, of ook tegenstanders van Zedekia, Het is heel goed mogelijk, dat onder de laatsten een stuk wrevel leefde tegen Zedekia en tegen diens politiek die het volk aan de rand van de ondergang gebracht had. Zedekia is daarvan natuurlijk op de hoogte geweest. Hij wist wie dat waren en dat hij van hen geen sympathie te verwachten had.
In ieder geval is hij bang voor die groep Judeeërs in het kamp van de Babyloniërs. Hij is bang dat hij door de Babyloniërs in hun handen zal worden overgeleverd en dat zij hun ergernis en frustraties op hem zullen botvieren en hem op allerlei manieren zullen vernederen en mishandelen.
Zo ligt het bij Zedekia. Hij is bang voor wat voor ogen is, voor de realiteit waarmee hij te maken heeft.
Die realiteit bestaat voor hem uit zijn adviseurs en uit de Judeeërs in het babylonische kamp. Zedekia's inlichtingendienst heeft hem wel zoveel gegevens verstrekt, dat hij die laatsten niet in het minst vertrouwt. Dat zijn de gegevenheden waar hij mee te maken heeft en waar hij niet omheen kan. Dat kan toch niemand ontkennen!
En nu kan Jeremia wel zeggen: geef je over aan de Babyloniërs. Maar zo simpel ligt het niet. Voor het nemen van een beslissing moet hij toch alle factoren in rekening brengen. Hij mag toch niets buiten beschouwing laten en zijn kop ni.et in het zand steken als een struisvogel? Neen, wat Jeremia zegt, is niet reëel. Het houdt geen rekening met de feitelijke gegevens.
Deze houding van Zedekia is typerend voor ongeloof en kleingeloof.
Het Woord van God is duidelijk en concreet genoeg. En de belofte van leven is ook duidelijk genoeg. Maar het komt wel op vertrouwen aan. Je moet er wel van uitgaan, dat Gods Woord betrouwbaar is. Als je dat niet doet, zullen de omstandigheden waarin je verkeert en de leeuwen en beren die je ziet, altijd zwaarder voor je wegen dan Gods Woord en beloften.
Vertrouwen
Dat is gewoon een grondregel. Gods Woord en beloften vragen geloof. Dat werd ook van Zedekia gevraagd.
Geloof. Zedekia kon natuurlijk niet berekenen dat Gods Woord waar was.
Hij kon niet berekenen dat Jeruzalem niet verwoest zou worden en dat hij zelf met zijn familie niet gemolesteerd en gedood zou worden. Als het op berekenen aankwam, schenen de gegevens waarover hij beschikte, er juist op te wijzen, dat zijn leven niet veilig was als hij zich overgaf. Wat Jeremia zei, leek volkomen in strijd met de feitelijke gegevens en omstandigheden.
Dat is vaak het geval met Gods Woord en beloften. Ze lijken vaak zo falikant in tegenspraak te zijn met de werkelijkheid waarin we leven en waarmee we te maken hebben, dat de balans bij voorbaat doorslaat naar de tastbare gegevens, wanneer we nl. geen geloof hebben. Alleen als we God en zijn Woord restloos vertrouwen, gaan we naar Hem luisteren en worden alle tegenwerpingen overwonnen.
Aan dat vertrouwen ontbreekt het ons vaak. Denkt u maar eens aan Christus' woorden: zoek eerst het koninkrijk van God; maak je geen zorgen voor de dag van morgen. Handelen we daarnaar? Zeggen we niet vaak: dat is veel te simpel gesteld. Dat kan zo maar niet. Want ... En dan komen we met onze tastbare gegevens aandragen.
In zulke reacties ontbreekt het ons aan geloof. En waar geloof ontbreekt, winnen de leeuwen en beren die wij op onze weg zien, het van Gods Woord.
Zo ging het ook bij Zedekia. Jeremia probeert hem nog een steuntje, een duwtje te geven: wees niet bang voor de Judeeërs in het babylonische kamp.
Ze zullen u niet vernederen en mishandelen.
Heus niet. Luister toch naar de stem van Jahweh. Dan zal het u wèl gaan. Maar als ge weigert te luisteren, zullen straks al uw vrouwen een klaaglied over u zingen, als ze zien hoe miserabel ge eraan toe zijt. Uw vrienden en adviseurs hebben u misleid en bedot. Zij zijn er de schuld van, dat ge nu blijft steken en wegzinkt in de modder. En waar zijn ze nu? Kunnen ze u nu helpen? Weg zijn ze!
Maar waar geloof ontbreekt, kun je praten als Brugman zonder dat je iets bereikt. Dan praat je tegen een muur. Ongeloof is een muur waarop Gods Woord doodloopt. Waar men Gods Woord niet durft te vertrouwen, blijft men de gevangene van eigen berekeningen en pessimisme en angsten.