Epitaaf
1978-06-23
- Jaargang 22
- nummer 25
Zeven en een half jaar geleden is het, dat de grootste van alle Franse presidenten overleed: groter wellicht dan de Lodewijken, een vader des vaderlands in de stijl van onze Prins Willem I. Misschien herinnert u zich, dat we een artikel aan hem hebben gewijd. [i] We vertelden van zijn dorpje Colombey-les-deux-Eglises, dat we vertaalden met het Duivendorp met de twee Kerken. We vertelden ook over zijn wens, begraven te worden naast zijn vroeg gestorven dochter Anne, op wier graf zijn werkkamer uitzag.
Het was sedertdien onze grote wens, eens aan het graf van De Gaulle te mogen staan. Om zelf de sfeer van het Franse landschap te proeven, waarin deze grote man heeft geademd; het dorp te zien, waarin hij leefde; de mensen te ervaren, die hem naar zijn laatste rustplaats hebben gedragen, die hem lief waren.
Dit voorjaar mocht onze wens in vervulling gaan. Op de terugweg van Spanje naar Schotland trekkend konden we een omweg maken over Chaumont en daar de weg naar Paris nemen. Die reis door Frankrijk was al een soort voorbereiding: je ziet het land, de steden, de dorpen met de gedachten bij de president, de oud-generaal, die als een vriendelijk dictator zijn Fransen bij elkaar heeft gehouden, hun orde en rust heeft bijgebracht, oude waarden in ere hersteld.
Een voorbeeld? Het onbevoegd kladden van leuzen is in Frankrijk een zeer strafbare zaak - niettemin vonden we ergens langs de weg de leus: Vive le roi - des rois: Jésus! Vertaald: leve de koning - der koningen: Jezus. De kreet vive le roi zou kunnen duiden op een koningsgezinde, anti republikeinse actie en trekt daarom de aandacht. Maar het vervolg is een stuk evangelie. En toen we op een late avond ergens in het stadje Bollène verdwaald raakten in de sloppen en ons ongerust maakten, troffen we een stukje schuttingproza van deze stijl: Jésus vis - il vax revenir; Jezus leeft en Hij komt gauw. Is het niet heerlijk? Zulke leuzen mogen niet aangebracht worden, maar het volk wil het toch. Het christendom is er niet dood.
Vanaf Chaumont dus de weg naar Paris. Die loopt over Colombey. Het was op een gure aprilmorgen vol sneeuwbuien, toen we door het zacht glooiende Franse landschap reden, dat het "Duivendorp" omgeeft. Een landschap met veel akkers, veel bossen, veel oude bouwwerken, veel stromen en veel onbesmet natuurschoon. Ver van het jachtige Parijs.
Aan de ingang van Colombey staat een steen met de naam van het dorp en de kerktijden. Ook een verzoek om aan onze kinderen te denken. En voorts een simpele verwijzing naar het parkeerterrein. Dat laatste is aan de buitenkant van het dorp aangebracht: ruim en eigenlijk veel te groot voor zulk een onnozel dorp. Zodat u al begrijpt, dat hier wel eens erg veel auto's kunnen parkeren. En ja - bij de uitgang van het parkeerterrein vindt u een mededeling van de openingstijden van het kerkhof, de regels die in acht genomen moeten worden: eerbied, geen picknick, geen bloemen, geen luidruchtigheid op het kerkhof, niet fotograferen, en eerbewijzen eventueel alleen op een daartoe bestemde centrale plaats deponeren. En nog altijd niet: de naam van De Gaulle.
-0-
U volgt de onopvallende pijltjes naar het "simetière". Zo wandelt u rustig klimmend door een Frans dorpje en u vraagt zich af of u hier wel terecht bent. Meest kleine, onbelangrijke huizen. U ruikt de mest, die naast de ingangen klaar ligt voor het land. U hoort gerinkel van emmers, Het dorpshotel heeft slechts parkeerruimte voor vier auto's. Er zijn huisjes bij nauwelijks van hutjes te onderscheiden. Ja, er zijn wat souvenirwinkeltjes: waar u prentkaarten kunt kopen, foto's van le Général, zijn slagzinnen, een fotoalbum van het bezoek in de eerste week na zijn begrafenis. Er is een restaurant, waar men zijn meegebrachte eetwaren mag gebruiken. Maar alles in rustige stijl, onopvallend.
En dan vindt u het kerkje. Eigenlijk een dubbelkerk: waarschijnlijk oorspronkelijk een klooster- en een parochiekerkje. Vandaar de naam van het dorp. Als u het openstaande hek van het kerkhof binnengaat wijzen voetstappen in de natte sneeuw de weg rond het gebouwtje: ja - daar moet het graf zijn, zo maar tussen enkele tientallen andere.
Een dubbel graf. Op de linkse helft staat: Anne de Gaulle, 1928-1948. Op de andere: Charles de Gaulle, 1890-1970. Een stenen kruis wijst omhoog. De klok boven uw hoofd slaat twaalf rustige slagen. Het is doodstil in het dorpje niemand te zien. En eerst nu merkt u, dat twee politiemannen, opgesteld in een straatje achter de kerkhofmuur, het grafbezoek de hele dag in het oog houden.
-0-
In 1952 heeft De Gaulle zijn codicil geschreven: een eigenhandige wilsbeschikking inzake zijn begrafenis, ter hand gesteld aan zijn opvolger Pompidou. Wij hebben geprobeerd die voor u te vertalen. Leest u eens mee en zie welke nederige eisen een groot man kan stellen, die de schoonste ereplaatsen van Parijs had kunnen opeisen voor zijn praalgraf.
1k wil dat mijn begrafenis te Colombey-lesdeux-Eglises plaats heeft, Als ik elders sterf zal mijn lichaam naar huis moeten worden vervoerd, zonder enig openbaar eerbetoon.
Mijn graf zal zijn waar mijn dochter Anne reeds rust en waar eens mijn vrouw zal rusten.
Opschrift: Charles de GaulIe (1890- ). Niets meer.
De plechtigheid zal worden geregeld door mijn zoon, mijn dochter, mijn schoonzoon en mijn schoondochter, terzijde gestaan door mijn kabinet, maar zo dat deze buitengewoon eenvoudig zij.
Ik wil geen nationale begrafenis. Geen president, geen ministers, geen instanties, geen kamers.
Alleen de Franse legeronderdelen kunnen officieel deelnemen, zoveel er zijn; maar hun deelname zal van zeer bescheiden omvang zijn, zonder muziek zonder fanfares, zonder hoorn klanken.
Geen enkele discussie zal mogen worden uitgelokt, noch in de kerk noch elders.
Geen herdenkingsrede in het parlement.
Geen enkele gereserveerde plaats tijdens de uitvaartdienst, behalve voor mijn gezin, voor mijn medeleden van de Bevrijdings-orde en voor de Gemeenteraad van Colombey.
De mannen en vrouwen van Frankrijk en van andere landen kunnen desgewenst hun eer bewijzen door mijn lichaam te vergezellen naar zijn laatste rustplaats. Maar ik wens dat dit slechts in stilte geschiedt.
Ik verklaar nu reeds elke onderscheiding, bevordering, verering en zo voort te weigeren, zowel Franse als buitenlandse.
Indien zo iets, wat dan ook, mij zou worden toegekend, zou dat in strijd zijn met mijn laatste wil.
C. de Gaulle
16 januari 1952
Laat het eens tot u doordringen dat deze simpele regels geschreven zijn door een der laatste goede dictators, vader des vaderlands, despoot bij de gratie van zijn onderdanen en van God; de man die 45 miljoen Fransen wist te verenigen in een gezamenlijke inspanning tot politiek en economisch herstel; de man ook die Frankrijks totale bezetting in 1940-1945 wist te voorkomen en die machtig heeft bijgedragen tot de bevrijding van het bezette deel in 1945.
En lees dan nog eens: hij wilde niet in de Champs Elysées, niet als tegenhanger van de Onbekende Soldaat, niet onder de Arc de Triomphe worden begraven - maar in zijn boerendorpje. Zijn lichaam moest "naar huis" worden vervoerd; letterlijk schreef hij: chez moi. Hij wilde rusten tussen zijn dochtertje en zijn vrouw. Tot hij eens zal worden opgeroepen met zijn doopnaam, zonder titels. Hij was gezinshoofd, meer dan staatshoofd. Hij was soldaat, meer dan politicus. Hij wilde geen discussies zien opgeroepen door redevoeringen pro en contra. Hij wenste de eenheid van zijn vaderland. En in het aangezicht van de dood wenste hij geen rangverschillen te handhaven. Ja, tot in zijn laatste zin geeft hij een bevel en noemt hij het woord "strijd".
Een oud spreekwoord zegt, dat nergens zo wordt gelogen als op het kerkhof. Maar dat heeft De Gaulle voorkomen. De onkreukbare hoge officier, met zijn nauwe geweten, heeft waarheid geëist bij zijn graf. Omdat hij de Waarheid kende en door de Waarheid was vrij gemaakt van alle schijnwaarheden. Geen paus hoeft hem ooit heilig te verklaren - hij heeft dat bij voorbaat afgewezen. Hij heeft alleen van Christus' genade willen leven en sterven.
Wij hebben even staan praten met de twee gendarmes in het straatje achter de kerkhofmuur.
Fotograferen ter plaatse was niet toegestaan, maar ze weten wel hoe we van de openbare weg af foto's konden maken. Toen we vroegen waar Mevrouw de Gaulle woont, wezen ze het huis aan: ginds in een boomgroep was het zichtbaar. Het is een eenvoudig, smaakvol ingelijst, Frans landhuis met de naam La Boisserie, het Boshuis. En meteen werd duidelijk, dat De Gaulle bij zijn leven vanuit zijn werkkamer dagelijks naar het graf van zijn geliefde dochtertje heeft kunnen kijken ...
[i] "Net als de anderen", Opb. 27-11-1970