EEN ONGEWOON WOORD

1979-05-11
  • Jaargang 23
  • nummer 19
Daar is onverhoeds een ongewoon woord uit mijn schrijfmachine gerold, 1) dat niet meteen is verklaard. Vroeger corrigeerde ik mijn drukproeven altijd zelf; dat was een soort finishing touch, waarbij soms het goudschaaltje te pas kwam. Door de afstand kan dat niet meer.
Maar br. C. Huizinga raapte het woord op 2), bekeek het, legde het op tafel en wist er geen weg mee. Het was het woord "kerkverbandrommel".
Een onvertogen woord? Een wat ongewoon woord misschien, maar geen slecht en geen onzakelijk woord. Ik had, sprekende over de gemeenschap der heiligen, gezegd dat de laatste heiligen op deze aarde waarlijk geen kerkelijk register, geen notulenboek en geen kerkverbandrommel zullen meetorsen. Maar "ze zullen vervuld zijn van de Waarheid: een hart vol beloften, een mond vol profetie".

Laat me nu eerst opbiechten, dat dit woord niet oorspronkelijk uit mijn koker komt. Ik heb het jaren geleden opgevangen uit de mond van ds W. G. Raven te Almelo, die ik voor de auteur aanzie. Maar het kristalliseerde wel bij mij: het sloeg aan zogezegd en bevatte langzamerhand al die tijdelijke, gelukkig vergankelijke, beproevingen die het kerkverband ons geloofsleven kan opleggen. Zodat het ongewone woord meer lading heeft dan de weldoende inhoud van een verbandtrommel - inderdaad aanduidt de rommel, die het kerkverband medebrengt.

Hiermee is niet beweerd dat het kerkverband een rommeltje is. Immers elk huis, dat op orde en zindelijkheid is gesteld, heeft wel ergens een minder eerbaar vat voor de rommel. Want elk ordelijk huis maakt rommel. Laten we niet doen of het kerkverband zo'n heilige zaak zou zijn, dat er geen rommel, gemaakt wordt. Het kerkverband van na de Afscheiding heeft niet minder rommel veroorzaakt dan de staatskerk van voordien. Destijds beweerde prof. dr H. H. Kuyper dat oudtijds de gereformeerde synoden werden aangeduid als "heilige synoden". Dat was waarschijnlijk gezegd om het dalend respect voor de waggelende en wankelende synodes wat op te vijzelen. Maar onze verstandige herders liepen daar niet in. Die zeiden: Paulus heeft zelfs geroepen heiligen wel dwazen (uitzinnigen) genoemd 3); die heiligheid moet maar blijken uit daden en besluiten!

Dus nog eens: laten we niet doen of het kerkverband zulk een heilige zaak zou zijn, dat daar geen rommel aan te pas komt. Die "knechten van knechten van knechten van de kerkeraden" zijn en blijven mensen, gewone mensen, zondige mensen. Mensen, die fouten kunnen maken en van deze gelegenheid gebruik maken. Zodat met het kerkverband de kerkverbandrommel onvermijdelijk meekomt. Welk soort rommel? Al die tekortkomingen, misslagen, onjuiste beoordelingen, machtsoverschrijdingen, die gebrekkige mensen gewoon zijn in hun leven aan te treffen - zij het zeer tegen hun wil. Daarbij vergt het kerkverband al die arbeid, organisatie, energie, tijd en gezondheid, die ambtsdragers moeten onttrekken aan hun kudden.

Er zijn er onder ons, die hoge verwachtingen koesteren van een nieuw geordend federatief verband tussen de plaatselijke kerken. Die visie zijn hun vergund - zo goed als anderen een geheel andere visie hebben. Dat uiteengaan van visies is niet nieuw! Toen, na de Vrijmaking, de kerk van Breda zich vooralsnog onthield van aansluiting, wat dit een duidelijk gebaar.
Men wenste geen voortzetting van verordinerende, heersende, schorsende en afzettende synodes met leerdwang, met knevelarij van gewetens, met meerderheidsdwang, met politiek gescharrel. Het werd Breda nog al kwalijk genomen. Maar heeft de geschiedenis uit de jaren zestig Breda niet in het gelijk gesteld? Ons vernieuwde kerkverband heeft de vroegere synodes in wanbeleid overtroffen.

Bij de bespreking van dr J. Stellingwerff's boek "Amsterdamse Emigranten" 4) hebben we bij drie gereformeerde voortrekkers stilgestaan.
Het waren Wormser, Scholte en Budde. Als we naar de bronnen van de gereformeerde kerken zoeken komen we deze drie figuren onvermijdelijk tegen. Hoe stonden deze drie tegenover het kerkverband - mogen we elkaar die vraag eens stellen?

Wel, alle drie kwamen ze uit Duits-Evangelische gemeenten, waren van huis uit Lutheranen die, via het Réveil, Jezus Christus leerden kennen en zijn zuivere Woord zochten. Alle drie waren betrekkelijk kort lid van de hervormde staatskerk, waaruit ze spoedig werden verjaagd. Alle drie ervoeren de ijzeren macht van een landelijke organisatie, die zelfs door de overheid op haar troon was geplaatst. Alle drie bleven ze hun Heiland trouw ondanks vervolging, straf, schande en gevangenis. Alle drie kwamen onder dak in de gemeenschap der heiligen, in dit geval de afgescheiden kerk van Amsterdam. Een toen nog illegaal gezelschap.

En alle drie werden enkele jaren later door diezelfde gemeenschap, gerugsteund door een synode, al weer geschorst en buitengesloten.
Kwamen buiten de kerk, alzo buiten elk kerkverband te staan, opnieuw in een illegaal gezelschap van gelovigen: Wormser en Budde stichtten de "Vereniging". Die vereniging gedroeg zich als onafhankelijke kerk, luisterde naar Gods Woord, gebruikte de sacramenten en onderhield de onderlinge tucht. Scholte kwam er graag preken en maakte zich alzo "medeplichtig". Is het te begrijpen dat ze niets meer van een federatief verband moesten hebben?
Ze hebben er aanvankelijk eerlijk aan meegewerkt, waren lid van de eerste afgescheiden synode (Scholte was praeses), vormden gedrieën de eerste synodale lectuurcommissie maar zagen in de krachtsbundeling blijkbaar weer de oude wereldlijke macht opduiken, die de hervormde kerk berucht had gemaakt.

Wormser is vrijwel levenslang buitenkerkelijk christen gebleven, eindigde in de hervormde kerk. Budde kwam in Burlington in feite nooit meer in het gereformeerde leven terecht, eindigde in de Presbyterian Church.
En Scholte? Die" verklaarde dat hij alleen de Schrift als model had gekozen en nooit enige kerkvereniging als voorbeeld van volmaaktheid kon beschouwen, noch in leer, noch in vorm.

Zijn afscheid uit de hervormde kerk was "onvermijdelijk, wilde hij niet ontrouw worden aan de Heere, die hem gesteld had in de bediening des Woords". Maar, zei hij - "ik zou beter gedaan hebben met eenvoudig voort te gaan met prediken en dopen" - "zonder mij in te laten met kerkelijke organisatie". Hij heeft dat in Pella volgehouden: weigerde zich in te laten met classes en synoden. Geen wonder, dat men achteraf met Scholte als met een "vreemde eend in de bijt" 5) verlegen zat!
Maar intussen was Wormser, die ons volk leerde zijn doop te verstaan, nèt zo "vreemde eend", die van geen kerkverband meer wilde weten; die aan Groen van Prinsterer schreef over de "Vereniging": "we hebben niets zelfs geen archief". En over deze vreemde eend schreef Groen: "een man, wiens invloed, door geschrift en wandel, ter handhaving van de christelijk protestantse volksgeest, èn onberekenbaar, één onopgemerkt is geweest". "Niemand wellicht heeft hem geëvenaard in het algemeen verstaanbaar maken van het christelijkhistorisch beginsel, toepasselijk op kerk, staat en school". Dat is geen geringe uitspraak over deze vader van de afscheiding, die de Dordtse Kerkenordening op zijn duimpje kende, de belijdenisgeschriften nog beter!

Waarom juist deze drie gereformeerde voortrekkers genoemd? Daar zit geen willekeur achter: het boek cirkelt om hen vanwege de bewaard gebleven schat aan brieven. Over alle drie gaf Groen een uitnemend oordeel ten beste.
Alle drie zijn ons overleverd als gereformeerde voormannen, die onze kerken van onberekenbaar nut zijn geweest. Al zitten we dan met hun visie ten aanzien van het kerkverband, dat zij "schade en drek" achtten, wel danig in onze maag ... ' Tenslotte nog een verhaaltje - anders is het wat droog. U weet dat de huidige kerkorde van de Ned. Hervormde Kerk is voorbereid en tot stand gekomen in het plaatsje Nunspeet? Jawel.
Dat was in een zaaltje van het toenmalige hotel De Valk; een gevelsteen heeft dat jaren lang den volke kond gedaan. Dat was omdat, in oorlogstijd, een der kopstukken door de bezetter verplicht werd binnen Nunspeet (en Hulshorst) te verblijven.

Bij die gelegenheid - we zaten in de jaren van Schilder's afzetting, van de Acte van Vrijmaking en Wederkeer, van studie op Schrift, belijdenis en kerkenordening - kwam de enige hervormde predikant van Nunspeet bij me binnenlopen.
Hij vroeg me: zou u aan een exemplaar van de Dordtse Kerkenordening kunnen komen? Ik zou die zo graag eens zien, om de besprekingen in De Valk te kunnen volgen.

Tot zijn verbazing greep ik trots de D.K.O. plus Jansen's eerste druk van de bovenste plank en overhandigde die aan hem.
Dat kan je nu alleen bij gereformeerden overkomen, zei hij onthutst.
Ik was niet trots meer. Ik schaamde me een beetje.

1) "Twee of Drie", 6-10-78 - 2) Opb. 16-2-79 - 3) Gal.
3: 1-3,26 - 4) Opb. 9 tot 23 febr. 1979 - 5) dr F. L. Bos in Kok's Chr. Enc. 11.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief