Wilde krullen

2012-04-14
  • Jaargang 56
  • nummer 8
‘Zet je je bril even af?’ ‘Ja, natuurlijk’, zeg ik en leg het ding op het planchet voor mij. Vanaf dat moment zie ik in de spiegel alleen nog vage contouren.
‘Hoe wil je het hebben? Net als de vorige keer?’ ‘Ja, doe maar. Ik verbaas me er echt over hoe snel dat haar altijd weer aangroeit. De wilde krullen mogen er weer af. Als ik gefietst heb, dan staat dat haar alle kanten op. Het ziet er niet uit. Ik zal blij zijn als het gefatsoeneerd is, dus leef je uit.’ ‘Oké. Waar fiets je dan allemaal naartoe?’ Plukken haar vallen naar beneden.
‘Naar m’n werk elke dag. Dat is maar een stukje van tien minuten. ’s Zomers ga ik ook weleens op de fiets naar de kerk. Dat is een rit van bijna drie kwartier. Maar meestal neem ik op zondagochtend de auto.
Zeker nu met die kou.’ ‘Ja, het is echt koud, hè? Ik vind het zo’n mooi gezicht, al die vogels die op het voer afkomen dat ik in m’n tuin heb neergelegd.’ Ze stopt met knippen en kijkt naar mijn spiegelbeeld. ‘Wist je dat roodborstjes heel gemeen kunnen zijn?’ ‘Is dat zo?’ reageer ik. ‘Roodborstjes komen op mij over als lieve kleine vogeltjes die geen vlieg kwaad doen.’ ‘Nou, ik denk dat je dat beeld moet bijstellen. Roodborstjes kunnen heel wreed zijn voor hun soortgenoten. Mannetjesexemplaren vechten soms met elkaar totdat de een de ander heeft doodgepikt.’ ‘Zoiets verwacht je toch niet van zo’n beestje. De dingen lijken soms anders dan ze in werkelijkheid zijn. Van mij hoeft die kou trouwens niet zo. Ik ben meer van het warme weer, dus laat de lente maar beginnen.’ ‘Ja, lekker in de zon: heerlijk! Maar ach, elk seizoen heeft wel iets moois’, zegt ze terwijl ze de schaar neerlegt en een tondeuse pakt. ‘Jij gaat naar de kerk, hè? Vroeger ging ik naar het Apostolisch Genootschap. Maar dat is wel een hele tijd geleden, hoor. Wil je een kleurspoeling om het grijs te bedekken?’ ‘Nee, laat het maar zo. Puur natuur.’ Enkele minuten later is de klus geklaard. Ze geeft me mijn bril aan en draait een spiegel achter mijn hoofd langs.
‘Prima zo. Daar kan ik mee voor de dag komen.’ ‘Zal ik er nog wat gel in doen?’ ‘Nee, dat is niet nodig.’ Met een borstel veegt ze de restanten afgeknipte haren uit mijn nek en verwijdert de kapmantel waarin ik een halfuur heb gekampeerd.
‘Dank je wel’, zeg ik en volg haar naar de kassa, terwijl ik mijn portemonnee alvast uit mijn broekzak haal.
‘Tja, al die verschillende kerken’, verzucht ze en slaat het door mij verschuldigde bedrag aan.
Ik haal mijn pinpas tevoorschijn en ga door de betaalprocedure heen. ‘Volgens mij gaat het uiteindelijk om Jezus Christus. Als Hij maar centraal staat’, zeg ik en berg mijn pas op. Ik trek mijn jas aan en doe de deur open.
‘Dag’, zegt ze met een brede lach.
‘Tot de volgende keer’, antwoord ik en stap naar buiten.

Drs. Jan Smit is lid van de NGK Rotterdam-Overschie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief