Pastoraat in kringen
2012-04-14
Wat goed, dat Job Smit de verschillende modellen van pastoraat naast elkaar zet en evalueert. Want in onze kerken is heel wat veranderd in hoe het pastoraat geregeld is, en het is goed om daarover met elkaar in gesprek te komen.- Jaargang 56
- nummer 8
Mijn bijdrage aan het gesprek komt vanuit het kringmodel, want daarbinnen ben ik nu zeven jaar werkzaam. En om maar met de conclusie te beginnen: het kringmodel bevalt mij beter dan het klassieke model, maar dat maakt de kanttekeningen die Job Smit erbij plaatst niet overbodig.
Een kracht van het kringmodel is dat de drempel tussen kerk en wereld er heerlijk laag kan zijn. Ik heb door het kringmodel veel meer oog gekregen voor de grote groep mensen die zich wel aangesproken weet door het evangelie, maar voor wie de kerk een hoge drempel heeft. Geregeld zie ik dat kringen samen komen op een mij onbekend adres. Dan blijkt het te gaan om iemand die van buiten zijn of haar weg naar de kring gevonden heeft.
Een buur of een kennis, een student of collega. Zonder de druk van lidmaatschap of het formele gevoel van naar de kerk gaan, heeft hij of zij een plekje gevonden waar samen gegeten, gelezen en gebeden wordt. Als ik op een kennismakingsbezoek ons kringmodel aan de orde stel, blijken de meesten hun weg in de kringen al gevonden te hebben.
Zeker, dat heeft te maken met welk onderwerp er behandeld wordt, en met de lage drempel van de huiskamer.
Maar doorslaggevend blijkt vaak het pastoraat. Want dat vindt plaats in de kringen. Op elke kringavond wordt er voor en met elkaar gebeden. We ‘maken een rondje’ en bidden samen.
In de loop van twee jaar krijgen kringleden zo de tijd om die rode draad in het kleine verhaal, waarvoor ds. Smit terecht de aandacht vraagt, te leren zien.
Haarvaten
Waar klassiek pastoraat moeilijk alle gemeenteleden kan bereiken, komt kringpastoraat ook in de haarvaten van de gemeente. Dat blijkt in de omgang met randkerkelijken en leden die op afstand wonen. Mijn ervaring met het klassieke model is, dat het bereiken van randleden door ambtsdragers vaak moeizaam gaat. Iemand die afstand van de kerk neemt, zit niet te wachten op een dominee en ouderling op huisbezoek. In ons kringmodel wordt ieder ingedeeld bij een kring – een indeling die de nodige wijsheid vraagt, uiteraard. Ook wie niet meer zo betrokken lijkt te zijn of ver weg woont is kringlid. Ook voor hem of haar wordt gebeden. Hij of zij wordt eens benaderd door de kringleider, krijgt de uitnodiging voor activiteiten, het verslag van de kringavond, of een attentie rond een verjaardag of ziekte.
Zo is het meer dan eens gebeurd dat er toch een band ontstond. Eerst met een oude kennis in de gemeente, uiteindelijk weer terug, in de kring en in de diensten.
Zwakte
Een zwakte van het kringmodel zoals het bij ons werkt, is wel het grotere verhaal. De drempel om vanaf de kring een beroep te doen op het pastorale team of de voorganger blijkt erg groot te zijn. En er is ook niet de klassieke regelmaat van huisbezoeken om die drempel lager te maken. Het gebeurt te vaak dat we als pastoraal team tegen elkaar zeggen: hadden we daar maar eerder van geweten. Want die extra bekwaamheden waar ds.
Smit het over heeft, of ze ons nu door (academische) scholing of door Gods gulle hand gegeven worden, die hebben zeker hun meerwaarde. En het is nog een uitdaging ze een betere plaats te geven in ons kringwerk.
Karel Smouter is predikant van de NGK Wageningen.