Van Pasen naar Pinksteren

2012-04-14
  • Jaargang 56
  • nummer 8
Telkens wanneer ik dr. A. van de Beek lees, word ik getroffen door de diepe ernst waarmee hij kerk en wereld beziet en waarmee hij door mooie verhalen heen prikt. Telkens wanneer ik hem lees, denk ik per saldo ook: nee, dit is niet het verhaal waar de Bijbel mij in binnenleidt. Zo ook bij de voorpublicatie uit Van de Beeks nieuwe boek Lichaam en Geest van Christus. De theologie van de kerk en de Heilige Geest, dat op 23 maart in het Nederlands Dagblad verscheen. Samen te vatten als: de kerk is in crisis.

Eigenlijk was de kerk volgens Van de Beek altijd al in crisis, maar nu erger dan ooit. Want oorspronkelijk betekende crisis het oordeel en dat vraagt om berouw, maar tegenwoordig denken ze bij crisis aan een uitdaging en dat vraagt om aanpakken. Dus alle mooie plannetjes om iets aan ontkerkelijking te doen zijn eerder symptoom van de secularisatie dan een remedie ertegen. In werkelijkheid rest ons niet anders dan een wekelijkse en liefst dagelijkse liturgie van diepe verootmoediging, berouw en boete en in diepe verwondering. Maar ‘dan moeten we niet weer meteen gaan denken aan de zegen die dat voor de wereld zal zijn. Als de gemeenschap goed is, dan komt de heiliging vanzelf’, aldus Van de Beek.

Goede papieren
Deze ernstige aanpak heeft goede Bijbelse papieren. In zijn brief aan de Romeinen werkt Paulus uitvoerig en indrukwekkend uit hoezeer alle mensen inclusief hun goede bedoelingen verloren zijn in schuld en zonde en dat er werkelijk alleen behoud is door Christus en zijn offer. Daar delen we in door geloof, maar zelfs dat is nog niet uit onszelf. Het is een gave van God, opdat niemand roeme.
Deze leer gaat in tegen je eigen natuur, ook tegen de mijne, en daarom is iedere prediker die hierop hamert meer dan welkom. Of liever gezegd: zo iemand is meestal niet welkom, maar wel bitter hard nodig. Maar het aparte is dat dit in de Bijbel en in de kerk van alle eeuwen niet leidt tot de conclusie dat het dus alleen aankomt op, zoals Van de Beek bepleit, liefst dagelijkse Avondmaalsviering en dat de heiliging dan vanzelf wel komt.
Nee, het gaat ook over christen-zijn in de wereld, over schijnen als lichtende sterren, over een verstandige omgang met hen die buiten zijn, over een geloof door liefde werkende en noem maar op. Paulus spreekt consequent in twee beelden: groeien en bouwen. Enerzijds is de gemeente iets wat vanzelf groeit en anderzijds is het een gebouw waar je aan moet werken.
Die twee beelden mixt hij soms wonderlijk door elkaar: Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij. Bid dat je geworteld en gegrond mag zijn in de liefde van Christus (een boom met wortels en een gebouw met een fundament). Ja, hij kan zelfs spreken over een tempel die groeit.

Bouwen op het fundament
Als het om het thema van deze voorpublicatie gaat, dan heb je het meest aan de woorden van Paulus over de werkers in de kerk in 1 Korintiërs 3. Het betreft de brief die de apostel schreef aan een doorgeslagen charismatische gemeente en waarin hij als tegenwicht besloten had niets anders te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd. Maar zelfs in die brief belicht hij ook hoe mensen bouwen op dat ene en onvervangbare fundament.
Dat gebeurt met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro. Van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Binnen zo’n setting valt best te plaatsen dat iemand als Van de Beek aantoont dat het niet alles goud is wat er blinkt.
Overigens graag wel een beetje subtieler dan hij doet, want volgens de apostel zal dat uiteindelijk pas blijken op de dag van het oordeel (de echte crisis). En daarom moet je nu een beetje dimmen met je oordeel, want het is wel Gods tempel waar je het over hebt.
Intussen: hoe ga je nu om met de theologie van Van de Beek? Ik kom vaak mensen tegen die redeneren: hij draaft natuurlijk wel een beetje door, maar het kan geen kwaad dat hij die activistische houding doorprikt waar je doodmoe van wordt. Of ook: in die gereformeerde-bondstraditie horen ze graag donderpreken, maar omdat ze dat elke week horen hebben ze er niet zo’n last meer van.

Christus en de Geest
Maar zo’n benadering bevredigt mij eigenlijk niet. Ik zou voorzichtig willen opperen dat Van de Beek de ernst van Christus’ werk verwart met de ernst van het werk van de heilige Geest. Theologisch gezegd: de christologie verdringt of overheerst bij hem de pneumatologie. Als het om ons eeuwig behoud gaat, dan geldt inderdaad: het is alles of niets. Wij worden gered door Christus alleen en wie daarvan maakt ‘Christus en onze inzet’ die komt onmiddellijk terecht in ketterij. Maar in het werk van de heilige Geest ligt het echt anders.
Daar is het misleidend om te zeggen ‘de Geest alleen moet het doen’, want de clou van het werk van de Geest is nu juist dat hij ons toe-eigent wat wij in Christus hebben. Dat God in ons en door ons en met ons werkt; in alle voorlopigheid en gebrekkigheid natuurlijk, maar toch, dat vat je niet samen als ‘dan komt de heiliging vanzelf’.

Eersteling
Deze verhouding is prachtig te illustreren met de verhouding tussen Pasen en Pinksteren zoals die beschreven staat in Leviticus 23. Op het Paasfeest worden de eerstelingen van de oogst binnengebracht. En ‘de priester moet de schoof ten overstaan van de HEER omhoogheffen opdat die als offer zal worden aanvaard’.
Een prachtig beeld van Christus als de eersteling van de nieuwe schepping, waarvoor wij God alleen de eer geven. Daarna volgen de vijftig dagen van de omertelling en als het Pinksteren is, wordt opnieuw de eersteling geheven: ‘Jullie moeten dan uit je woonplaats brood meenemen om het voor de HEER omhoog te heffen: twee broden van twee tiende efa tarwebloem met zuurdesem gebakken, als gave voor de HEER uit de eerste opbrengst van de nieuwe oogst’. Een prachtig beeld van de heilige Geest, die ons als eersteling van de nieuwe schepping is gegeven: ook hiervoor geven we terecht God de eer, maar het is tegelijk ook wat wij ervan gebakken hebben.

Kostbaar, maar kwetsbaar
En dat is kostbaar, maar kwetsbaar: vaak verprutsen wij het brood en als het wel goed gelukt is, dan kunnen we ons verbeelden dat we het zelf gemaakt hebben. Doe er een plastic zak omheen en je gaat denken dat het brood van Albert Heijn komt en dat dankdag voor het gewas eigenlijk alleen voor het platteland geldt.
Maar al die risico’s nemen niet weg: God heeft het graan juist eigenhandig laten groeien met de bedoeling dat wij er brood van zouden bakken.
Zonder beeldspraak gezegd: het unieke werk van Christus is juist bedoeld om gestalte te krijgen in het werk van de gemeente midden in de wereld. Verloste mensen die eindelijk in de ruimte gezet worden om te wandelen in de goede werken die God tevoren bereid heeft. Verloste mensen die binnen de kerk ook op het ene fundament proberen te bouwen met de beste materialen die ze hebben. Dat zal nooit volmaakt zijn en vaak valt het vies tegen. Maar het miskent Gods diepste bedoeling om je te beperken tot dagelijkse Avondmaalsviering en dan komt de heiliging vanzelf wel.

De afsnijdende prediking van A. van de Beek kan me helpen om niet te gaan vertrouwen op mooie plannen en succesverhalen. Maar zijn benadering staat ook open voor misbruik in de vorm van een gelatenheid die ik ook in mezelf herken.

Naar aanleiding van een voorpublicatie uit Beek, A. van de (2012).
Lichaam en Geest van Christus. De theologie van de kerk en de Heilige Geest. ISBN 9789021143101

Willem Smouter is predikant van de NGK Apeldoorn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief