Een persoonlijke God?
2012-04-14
Overtuigd geloven dat God niet bestaat?- Jaargang 56
- nummer 8
Dat gaat veel mensen in onze maatschappij te ver. De overgrote meerderheid denkt dat er wel ‘iets’ zal zijn. Over dat ‘iets’ weten ze vaak niet zoveel, maar één ding wel. Het is niet de persoonlijke God van het christelijk geloof. Het lukt hen niet om daar (nog) in te geloven. De vragen die zij stellen, zullen ook door heel wat gelovige mensen gesteld worden. Geloven in een persoonlijke god ligt in onze tijd niet echt voor de hand.
Aldus het begin van een artikel van dr. Arjan Markus (Jacobikerk Utrecht) in een themanummer (maart 2012) van Kontekstueel. Kun je in onze tijd nog geloven in een persoonlijke God of blijft er als reële optie alleen iets onpersoonlijks over?
Dr. Arjan Markus en dr. Kees van der Kooi (VU) verkennen in dit nummer de mogelijkheden om op een rationeel niveau iets te zeggen over de plausibiliteit van een persoonlijke God. Dat levert lezenswaardige, maar voor mijn besef ook wel wat vermoeiende verhalen op.
Een paar passages uit het betoog van Van der Kooi:
Geweten, schoonheidservaring, ervaring van waarheid, zijn wel verworteld in mijn fysieke bestaan, maar hebben ze daarin hun oorsprong? Mijn antwoord is nee. Het zijn signalen die boven zichzelf uitwijzen. Kan ik dat bewijzen? Nee, ik kan zoveel niet bewijzen.
Het besef van goed en kwaad, het besef van schoon en lelijk, het besef dat ik bepaald en omgeven ben door een geheim groter dan mijzelf, breekt in. () Ieder mens is erop gebouwd te worden aangeraakt, te worden liefgehad, te worden bevestigd. Bij kinderen werkt dat goed, bij volwassenen niet minder.
Ze sterven als het er niet van komt, als niemand ze aanraakt en liefheeft.
Wanneer mensen echter thuisraken in het universum waar God als persoon wordt aangeroepen, geloofd en geprezen, komen ze tot bloei. Zou dat niet op zijn minst een aanwijzing zijn dat de mens is aangewezen op personaliteit, ten diepste op God die hem aanspreekt, beaamt, ruimte geeft?
Dit is een bekende lijn van denken: je kunt niet logisch bewijzen dat God bestaat, je kunt wel aannemelijk maken dat het niet onlogisch is om in Hem te geloven.
Een ander geluid komt in ditzelfde blad ook aan de orde, en wel uit evangelische hoek. Gert Hijkoop, voorganger uit Berkel en Rodenrijs, schrijft:
Het startpunt bij een evangelisch spreken over God begint eerder bij het persoonlijk (ervaren) geloof dan bij het collectief (beleden) geloof. Het begint bij de individuele gelovige en niet bij het instituut, niet bij de belijdenissen maar bij de relatie met God. Daarin is God niet tegen mij, maar voor mij.
In Jezus komt deze God naar mij toe. Door mijn geloof in Jezus is elke hindernis weggenomen tussen mij en God en mag ik zomaar ‘binnenlopen’ bij God. Want God is nu mijn Vader, Jezus mijn Broer, en de Heilige Geest mijn Vriend. Het klinkt mogelijk wat simplistisch, maar het is in zijn eenvoud een krachtig credo voor het dagelijks leven.
In evangelische kring speelt het persoonlijk getuigenis een belangrijke rol. Niet dat andere geloofstradities dat getuigenis niet kennen, maar, aldus Hijkoop:
Evangelischen en pinkstermensen spreken er () op een eigen kenmerkende manier over: persoonlijk, positief, eenvoudig, vrijmoedig en uitnodigend.
() Het persoonlijk getuigenis () nodigt uit om ook de Heer te leren kennen.
Daar zitten ook risico’s aan vast, weet Hijkoop. In aansluiting op de steekwoorden hierboven noemt hij er vier: - Het persoonlijke wordt individualistisch.
- Eenvoudig wordt simplistisch eneenzijdig.
- Positief en vrijmoedig wordt aanmatigend.
- Uitnodigend wordt dwingend.
De vraag is natuurlijk: als je geloof – zoals doorgaans in de evangelische beleving – gebaseerd is op een persoonlijke ervaring, hoe kun je dan het gesprek voeren met iemand die zo’n ervaring niet kent en daar misschien karaktermatig ook niet op aangelegd is? Blijft dan alleen het getuigenis over van het eigen geloof? Of zijn er in de werkelijkheid en in het denken, anno 2012, ook nog argumenten te vinden die pleiten voor het geloof in een persoonlijke God?
De artikelen van Van der Kooi en Markus eindigen beide met het besef dat er een duidelijke grens is aan de ratio. In de woorden van Markus:
Uiteindelijk is geloven niet te beargumenteren.
De reden waarom je toch gelooft in de persoonlijke God die je in Jezus leert kennen, is dat je overtuigd bent, meegenomen door het Bijbelse verhaal. Uiteindelijk is geloven intersubjectief.
Jij als mens bent, samen met vele anderen uit een eeuwenlange traditie, overtuigd, geraakt door de Geest van God.
En zo is het verschil tussen gereformeerd en evangelisch ten slotte toch ook weer niet heel groot.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.