Tomas: aanraken of aangeraakt worden
2012-04-14
Tomas: aanraken of aangeraakt worden- Jaargang 56
- nummer 8
Als kind al had ik gemengde gevoelens bij dat verhaal van Tomas. Prachtig voor Tomas dat hij Jezus mocht zien en aanraken, maar tegelijk pech voor ons. Want wij moeten maar zien te geloven zonder te zien. En de Heer zegt wel ‘gelukkig als je niet ziet en toch gelooft’, maar ik vond dat allerminst gelukkig. Wat zou Hij toch bedoelen?
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.
(Johannes 20:24-31)
Voelen wij ons vaak niet onderbedeeld in vergelijking met de gelovigen in Bijbelse tijden? Stel je voor dat de Heer zich zichtbaar en tastbaar zou presenteren bij ons in de kerk. Dan wordt toch alle twijfel eens en voor altijd weggevaagd?
Of …? Ongetwijfeld een overrompelende ervaring.
Het zou de wereldpers halen. En dan? Dan zou de roep klinken om een herhaling. En dan? Het valt me op in de opstandingsverhalen dat de lijfelijke confrontatie met de Opgestane vaak verwarring, vrees en twijfel gaf (Matteüs 28:16). Misschien dat zij die dit meemaakten toch minder te benijden zijn dan wij vaak denken. De geschiedenis van Tomas nodigt ons uit om dieper te zoeken naar het geheim van het geloof.
Echt
Ondertussen is Tomas’ harde voorwaarde – eerst zien en de littekens tasten en dan pas geloven – toch heel begrijpelijk en herkenbaar. Voor mij wordt Tomas daardoor een betrouwbare getuige. Ik waardeer hem in het verwerpen van het gerucht dat Jezus weer zou leven. Hij heeft te duidelijk zelf geconstateerd dat Jezus morsdood was.
Hij kent maar één Jezus: genageld aan een kruis, zijn hart met een Romeinse lans doorstoken. Elke andere Jezus is voor Tomas bedrieglijke en gevaarlijke onzin. Zulke mensen hebben we nodig in het geloof en in de kerk. Geen zwartkijkers, maar wel mensen die door mooie praatjes heen prikken en het deksel van de trommel met gewenste vrome antwoorden openen en doorvragen – wat geloof je nou echt?
Vriendschap
Een prachtige kant aan deze geschiedenis vind ik ook de band die de tegenstelling tussen geloof en ongeloof blijft omspannen. De band van de vriendschap die door Jezus is gesmeed. Tomas wordt vanwege zijn ongeloof niet gediskwalificeerd.
Hij blijft meetellen als een van de twaalf.
Omgekeerd laat Tomas zich ondanks zijn fundamentele twijfel toch meetrekken in de kring van de gelovigen. Zij nemen elkaar serieus. Hoe belangrijk is vriendschap in de kerk waardoor je elkaar niet laat vallen, juist als over en weer de vragen en de twijfels over je heen spoelen. Vrienden van Jezus delen te veel om elkaar zomaar los te kunnen laten. En het blijkt hoe de Heer deze vriendschap tot zegen kan gebruiken. Voor Tomas, maar ook voor ons!
Fundament
Want stel je voor dat Tomas afzijdig was gebleven. Als dan de mensen hem later op de man af hadden gevraagd: ‘Tomas, waarom getuig jij niet?’ had hij geantwoord: ‘Omdat die opstanding een mooi verhaal is, meer niet.’ Het apostolisch fundament had een fatale scheur gekregen en hun getuigenis zou vleugellam gemaakt zijn en ons nooit bereikt hebben. Om een betrouwbare getuige te kunnen zijn van harde feiten, moest Tomas Jezus zien en aanraken. Maar niet noodzakelijk om tot geloof te komen.
Aangeraakt worden
Want Jezus feliciteert Tomas niet omdat hij Hem mocht aanraken. Nee, Jezus feliciteert hen die mogen en kunnen geloven zonder Hem lijfelijk te ontmoeten. Vroeger dacht ik dat Jezus Tomas hier een standje gaf en ons die geloven-
zonder-te-zien een compliment. Dan zou Jezus ons gelukwensen om onze geloofsflinkheid. Maar dan ontgaat ons de bemoediging. Geloven is immers geen prestatie, maar een wonder dat je overkomt. Niet het zien en kunnen aanraken is beslissend, maar het aangeraakt wórden!
De Heer bewijst zich als de Opgestane doordat zijn levendmakende Geest ons aanraakt met het evangelie van de opstanding. Zo roept Hij als in den beginne het leven van het geloof in ons tot aanzijn. De werkelijkheid van de levende Heer doet ons dan net als Tomas stamelend aanbidden: ‘Mijn Heer en mijn God!’
Vreemde zekerheid
Ligt hier niet het geheim van de zekerheid van ons geloof?
Een vreemde zekerheid buiten onszelf. Want wij worden verzekerd niet zozeer doordat ons roepen wordt verhoord, maar doordat we geroepen wórden (Romeinen 8:30). Niet allereerst door ons kennen, maar door gekend te zíjn (Galaten 4:9). Niet doordat wij liefhebben, maar doordat we ons bemind voelen (Romeinen 5:5). Niet doordat wij het grijpen, maar doordat we ons gegrepen weten (Filippenzen 3:12). Zo kan ik het mij zelfs veroorloven te twijfelen zonder alles te verliezen, want Hij is mij nooit kwijt. Zo hoorde Tomas erbij – met zijn twijfel. Zo opent zich voor ons de ruimte om binnen de gemeente onze vragen en twijfels in alle eerlijkheid en kwetsbaarheid te bespreken.
Want een eigen bedenksel moeten wij zelf krampachtig overeind houden, maar de levende God draagt ons (Jesaja 46:1-4). Wat een verademing. We mogen ons inderdaad gelukkig prijzen!
Ds. Ton Vos is predikant van de NGK Assen en lid van de redactie van Opbouw.