Het gebed van Ezra
1978-01-20
Ezra is zijn werk begonnen te midden van een ontrouw verbondsvolk. Het ge hoofdstuk van het boek Ezra begint met een tijdsbepaling: Toen dit gebeurd was. Zo zonder meer is niet duidelijk wanneer de oversten tot Ezra kwamen met de boodschap, dat het volk Israël zich niet afgezonderd had van de volken der landen. Maar uit de dateringen van 7 : 9 en 10 : 9 blijkt, dat er vier maanden verlopen zijn sinds de aankomst van Ezra in Jeruzalem.- Jaargang 22
- nummer 3
Tijd genoeg voor Ezra om tot de conclusie te komen, dat ook onder het teruggekeerde overblijfsel van Israël het kwaad voort woekert. Maar het is niet. Ezra zelf, het zijn enkele oversten, familiehoofden, die zich ge· drongen voelen op een ernstig euvel te wijzen, Die oversten kwamen tot Ezra en zeiden: Het volk Israël, de priesters en de Levieten hebben zich niet afgezonderd gehouden van de volken der landen, wat hun gruwelen betreft: van de Kanaänieten, de Hethieten, de Perizzieten, de jebusieten, de Ammonieten, de Moabieten, de Egyptenaren en de Amorieten.
Wat zegt Gods wet, Zijn heilige thora? Wat heeft Ezra daarin ongetwijfeld gevonden?
"Weest Mij heilig, want heilig ben Ik, de HERE, en Ik heb u afgezonderd van de volken, opdat gij Mij zoudt toebehoren." Vandaar dat Mozes het volk moest waarschuwen voor het kwaad van de gemengde huwelijken: "Gij zult u ook met hen niet verzwageren; uw dochters zult gij aan hun zonen niet geven, noch hun dochters nemen voor uw zonen; want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen en de toorn des HEREN tegen u zou ontbranden en Hij u weldra zou verdelgen" . Het is bekend hoe koning Salomo deze ernstige waarschuwingen in de wind heeft geslagen. Hoewel onder de vele volken geen koning was zoals hij en hij een beminde was van zijn God en God hem tot koning over geheel Israël had aangesteld, deden de vreemde vrouwen zelfs hérn zondigen. Daarover is de HERE zo boos geworden, dat het grootste deel van het koninkrijk niet aan de zoon, maar aan de knecht van Salomo kwam. Het koninkrijk werd van Salomo afgescheurd. Dat was de strenge straf over Salomo's huwelijken met vreemde vrouwen.
Nu is hetzelfde kwaad er weer. Nu, na de beproevingen van de ballingschap.
De oversten kwamen tot Ezra met een zware aanklacht tegen het volk Israël.
Ze zeiden tot Ezra: Het volk Israël, de priesters en de Levieten hebben zich niet afgezonderd gehouden van de volken der landen. Het kwaad is algemeen. Leken en priesters en Levieten hebben zich er aan bezondigd. Oversten en leiders gingen daarin voor en zelfs priesters en Levieten hebben zich aan trouwbreuk schuldig gemaakt. Trouwbreuk, dat woord is niet te zwaar geladen.
Na de ballingschap waren de mensen in Jeruzalem eerst bang voor de heidenen. Dat lezen we in Ezra 3: Zij richtten het altaar op zijn fundamenten op, want vrees voor de volken der landen was over hen gekomen. Op de plaats waar het oude altaar gestaan had werd weer een altaar opgericht. Dit gebeurde in vrees voor de volken der landen. Die volken stelden zich vijandig op en dat was niet onbegrijpelijk. ' Maar nu zijn we een hele tijd verder in de geschiedenis. Er is veel veranderd.
Het heilige volk heeft zich niet afgezonderd gehouden van de volken der landen, wat hun gruwelen betreft. Er staat letterlijk: overeenkomstig hun gruwelen. De Joden hadden zich niet van de heidenen geïsoleerd, zoals dat vanwege de heidense gruwelen had moeten gebeuren.
De wet verbood verzwagering met de heidenen die in Kanaän woonden.
Het is veelzeggend welke volken hier genoemd worden, namelijk de Kanaänieten en aanverwante stammen. Te midden van zulke volken leefde een kleine gemeente. Tot deze gemeente kwam het gebod: Vormt geen ongelijk span met ongelovigen!
Als Ezra hoort welke trouwbreuk de gemeente heeft gepleegd blijft hij een hele dag verbijsterd zitten. Hij zegt geen woord. Wat zal het Ezra in Jeruzalem zijn tegengevallen!
Nu scheurt hij zijn kleed en zijn mantel, Zo bedrijft een oosterling rouw. Als in het oosten iemand rouwt is dat voor zijn besef niets minder dan met een dode afdalen in de onderwereld.
Daar draag je geen net pak. En naast het scheuren van de kleren komt het uittrekken van de haren, dat is de vernietiging van het leven zoals dat in de haargroei tot uiting komt.
Wat aan Ezra wordt verteld over het gedrag van zijn volk komt bij hem over a15een doodsbericht.
Ezra vertelt: en tot mij kwamen samen allen die beefden voor de woorden van de God van Israël, wegens de trouwbreuk der ballingen, maar ik bleef verbijsterd neerzitten tot het avondoffer. De vrome mensen verzamelden zich bij Ezra. Ze zien aan hun voorganger hoe diep hij getroffen is door de levenshouding van zijn volk. Israël is ten dode gedoemd als het zoiets doet. Dan keert Ezra zich naar de tempel, waar de HERE woont. Hij knielt neer en laat zijn hoofd zakken tussen zijn uitgestrekte handen, totdat het de grond raakt. Ezra wil bidden, bidden voor zijn volk. Daar ligt hij geknield. Hij breidt zijn handen uit. Salomo ging vóór het altaar des HEREN staan, ten aanschouwen van de hele gemeente van Israël, en breidde zijn handen uit. Dat was ook een gebedshouding.
Maar de houding die Ezra aanneemt is nog eerbiediger, nog nederiger. En Ezra erkent in het begin I van zijn gebed, dat de zonden de gemeente boven het hoofd uitstijgen en dat de schuld is opgestapeld en tot de hemel gestegen. Ezechiël had geroepen: Schaam u en bloos over uw gedrag, huis van Israël. Ezra schaamt zich. Hij durft zijn ogen niet tot zijn God op te slaan. Hij buigt zich onder de schuld van zijn volk. Hij voert geen verzachtende omstandigheden aan.
Naast het gebed uit Ezra 9 kunt u dat van Daniël 9 leggen en dat van Nehemia 9. Daar in Nehemia 9 kunt u precies zien hoe het gegaan is.
"Ten tijde van hun benauwdheid riepen zij tot U en Gij hoordet uit de hemel en gaaft hun naar uw grote barmhartigheid verlossers, die hen verlosten uit de macht van hun tegenstanders.
Zodra zij dan rust gekregen hadden, gingen zij weer kwaad doen voor Uw aangezicht en Gij liet hen over aan de macht van hun vijanden, zodat die over hen heersten. Zo gebeurde het niet één of twee keer, maar vele malen.
Leest de geschiedenis van de boeken Richteren en Koningen en u kunt het constateren. Gods volk deed als de dwaas, van wie de Spreukendichter zegt: Al stampt gij een dwaas in een vijzel, tussen de graankorrels met een stamper, zijn dwaasheid zal niet van hem wijken.
Ezra moet belijden: Van de dagen onzer vaderen af tot op deze dag zijn wij in grote schuld en om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd, wij, onze koningen, onze priesters in de macht van de koningen der landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering, aan openlijke schande zoals nu.
Er is bij Ezra geen spoor van ressentiment tegen de volken die Israël veel kwaad deden. Ezra erkent: Dat hebben wij verdiend! Ezra werkt ook niet op de nationale gevoelens, hij roept niet op tot strijd en verzet, hij wil bij zijn volk berouw opwekken en het tot bekering brengen. En hij besluit zijn gebed met de belijdenis: Waarlijk, niemand kan vanwege onze schuld voor uw aangezicht standhouden.
Het is een aangrijpend gebed van een voorganger, die de schuld van de gemeente draagt. Ezra's gebed is ook een opvallend gebed. Het valt op, dat . hij geen verwijten doet aan de zondaars, maar hun zonden voor God belijdt en dan nog wel zo, dat hij hun zonden ook als zijn eigen zonden belijdt. Ezra bidt ais voorbidder. Hij is niet alleen Schriftgeleerde, maar ook priester en een priester is een voorbidder.
Weet u wat ook opvalt?
Ezra bidt niet om vergeving. Hij pleit niet op Gods genade. Hij spreekt alleen maar over de schuld. Want de gemeente moet met Ezra mee in de schuld komen.
Wie niet van plan is zonden weg te doen en met het kwaad te breken, moet maar niet rekenen op vergeving.
Als Gij, HERE, de ongerechtigheden in gedachtenis houdt, Here, wie zal bestaan?
Daarop volgt dan: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Die vergeving is geen vanzelfsprekendheid. Voor het oude Israël niet en voor de Christelijke gemeente niet. En toch is er vergeving. Alleen door Gods genade. Alleen om Christus' wil.
Er is hoop voor Israël (Ezra 10 : 2). Dat willen we volgende week zien.