Carol
1978-01-20
Aan de goede zijde van de Noordzee kent men een woord, dat op gemeenschapszin slaat, zowel als op blijdschap, als op levensvernieuwing, als op zingend feestvieren. Dat noemt men hier "carol" . En het wordt bijzonder gebruikt voor de blijde feestelijke viering van het kerstfeest. In elke stad, in elk dorpje van het Verenigd Koninkrijk, viert men de herinnering aan Christus' komst op aarde met een carol-service, een kerkelijke zangsamenkomst. U mag het woord kerkelijk ook tussen haakjes zetten, want op eerste (tevens laatste) kerstdag zond zelfs de Albert Hall in London een verrukkelijke zangmiddag uit, waarbij vrijwel uitsluitend kerkelijke liederen werden gezongen.- Jaargang 22
- nummer 3
Eerst nog even dat woord carol, uitgesproken als kerrel. Het komt uit het oud-franse carole, dat vreugdezang betekent en vooral voor het kerstfeest wordt gebruikt. Het woord carol betekent niet alleen lied - het kan ook een ballade zijn, een novelle, een vertelling, maar iets dat met de Kerst te maken heeft. U denkt al aan Dickens' "A Christmas Carol"? Gelijk hebt u - dat is een novelle, een verhaal: van een vrek, die uitgerekend op kerstfeest begreep, dat hij zijn leven haastig moest veranderen, wilde hij er nog iets van maken. De verteller Dickens heeft talloze navolgers gevonden: de schrijvers van zondagschoolboekjes kunnen het u vertellen. Een bekend romanschrijfster vertrouwde me toe, dat één kerstboekje haar meer opleverde dan drie romans.
Zo hadden ook wij hier op kerstavond, dat is de avond voor het kerstfeest, een carol-service, een zangsamenkomst. Die samenzang begon om half twaalf 's avonds en het middernachtelijk uur werd zingende 'Overschreden. De kerk was geheel vol, wat ongewoon is. Allerlei mensen, die anders nooit in de kerk komen, zijn er op zo'n avond; trouwens ook wel bij een begrafenisdienst of bij het dopen van eigen of andermans kinderen. Van het kerstfeest wordt hier ontzaglijk veel "werk" gemaakt; van versierde huizen en stapels gedrukte gelukwensen af tot gebraden kalkoenen, gebak en dranken toe. En tot dat "werk maken" behoort ook het meedoen aan een zangsamenkomst. Religie, nationalisme en traditie worden hier in een sierlijke knoop samengevoegd.
Jawel, daar zagen we ons mooie dorpskerkje, dat vier weken gesloten was geweest, prachtig geschilderd terug. Bij gebreke aan straatverlichting zag je van verre de verlichte en gekleurd ramen, boven op een heuvel, warm door het duister aanlichten; ongeveer als op een romantische prent. De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan was van buiten af prachtig waar te nemen. En binnenkomende rook je de frisse geur van de verf: nog van die echte ouderwetse, met lijnolie erin, zonder vergiftigingsverschijnselen. Drie zondagen in de hall vergaderd, in de kou en de verveloosheid, gezongen bij een wrange piano - maar nu alles vergeten en vergeven. Het plafond is nu heel teer blauw, als van een vroege voorjaarlucht. De muren zijn warmgeel geworden, zonder ouderwetse versierinkjes. De kolommen eveneens. De wand achter de preekstoel is effen paars geschilderd en geeft een warme tegenstelling tot het gloeiende glas van de Samaritaan. Dat mooie glas is trouwens nu in een brede witte lijst gestoken: de schuin toelopende vensterrussen in de twee voet dikke muren zorgen daarvoor.
En bovendien was het kerkje door de jeugd voortreffelijk versierd. Met hulp van de natuur zowel als van de cultuur, ja die beide. Er stond een levensgrote dennenboom, als kerstboom opgetuigd; want al kende men vroeger de dennenboom hier niet, prins Albert heeft hem in dit land geïmporteerd als attribuut van het kerstfeest. Prins Albert kwam namelijk uit Duitsland en daar zingen ze al heel jong: 'O Tannebaum. Maar aangezien hier moeilijk aan echte dennen of sparren is te komen, kunt u ook opvouwbare "kerstbomen" van kunststof kopen. Eveneens de versieringen: of die van kunststof zijn gemaakt of echt gegroeid - het maakt hier niet zo veel uit. Zo was de kerk versierd met een echte spar, met echte engelen, met plastiek guirlandes rondom de kolommen, met kunstbloemen en met echte hulstkransen onder de ramen. In de hall, ter verwelkoming, een kerststalletje; ja waarlijk. De kerstboom stond op het harmonium; half er in verscholen voelde ik me die avond als een patrijs in een perenboom, als u nog weet wat daarmee bedoeld wordt.
Maar dat heeft de vreugde allerminst bedorven. De avond was veel meer dan een dorpsaangelegenheid; de avond was een stuk Evangelieprediking en een stuk -beleving tegelijk. Daar kwamen ze: de Macdonalds en de Maclnnis's, de Maclarens en de Camerons, de MacDougalls en heel de Roomse MacFarlane family. Zelfs handy Andy, die kleine heiden, kwam in de kerk. En die goeie Church, die ondanks zijn naam nauwelijks weet hoe een kerk er van binnen uitziet, was met zijn vrouw present.
Voor de samenkomst mocht ik een bewerking van een oud Gaelic kerstlied laten horen, dat als uit een doedelzak schijnt te zijn geboren: Child in a manger, Kind in een kribbe. De kosteres, die het een dag te voren bij de repetitie aanhoorde, vroeg enthousiast: speelt u ook bagpipe? Nee, dat doe ik niet; maar ik bemin de bagpipe uitermate. En ik begrijp, dat dit nationale instrument een centrale toon aangeeft, bij wereldlijke en religieuze plechtigheden, bij bruiloften en partijen, bij begrafenissen en bij nationale feesten.
Met die doedelzak-variaties was de stemming al aardig bepaald. Toen onze predikant dan ook verscheen en ons op kerkelijke wijze begroette, had hij meteen het hele dorp aan het zingen. Tijdens de eerste zangen druppelen nog wat huismoeders binnen, die haar voorbereidingen voor het Hoogfeest naar de Schriften eerst hadden afgemaakt. Op voorstel van de predikant werd ditmaal zittend gezongen; maar hijzelf bleef wel staan, zong bezielend, meeslepend.
Tussen de kerstliederen door gaf hij Schriftlezing, gebed, een kort sermoen en een nuchtere aankondiging voor hen die het misschien niet wisten: dat hier morgen om elf uur, gelijk iedere andere zondag, een kerkdienst zou worden gehouden! Meteen een vriendelijke kerstboodschap voor je gasten om voortaan niet weg te blijven, aangezien het Evangelie ook voor hen van onschatbare betekenis is.
Toen het middernachtelijk uur voorbij gezongen was zei de predikant: het is twaalf uur geweest, het kerstfeest is begonnen; u kunt nu elkaar happy Christmas toewensen. Dat gaf een belangrijke beweging. Ieder drukte zijn buren rechts en links, voor en achter, de hand. De vele gelukwensen vormden een plezierig geroezemoes. Daarop zongen allen staande de slotzang: komt allen te samen; in het Engels zingt men: komt, alle gelovigen.
Zoals gezegd: religie, traditie en nationaal bewustzijn vloeien hier in elkaar over. De koning is hoofd van de staat en hoofd van de kerk. Op wapenstilstandsdag is er een plechtige herdenking bij het oorlogsmonument, waar de predikant het woord voert, en na afloop gaat de stoet, voorop gegaan door enkele bagpipers. de kerk binnen. Zo ook op de middag van de 25ste december: een concert in de Royal Albert Hall in London, waar koningin Elisabeth en prins Philip samen met de duizenden de liederen over Christus' geboorte meezongen.
Onder de meewerkende koren was een specifiek Bach-koor, Er werden uitstekende klassieke werken uitgevoerd, er werden talloze kerkelijke liederen gezongen. Er was een wedstrijd voor kleintjes, die uit een ritmisch tromsignaal het vanmiddag gezongen kerstlied moesten herkennen; de winnaars mochten na enkele aanduidingen het slotvers met de trom helpen uitvoeren.
Er was een eerste uitvoering door het Bach-koor van drie "carols", door meisjes beneden 19 jaar gecomponeerd: verrukkelijke, fijne, veelbelovende eerstelingen. Een had een Engels tekst gebruikt voor een wiegelied. Een had een kerstlied gemaakt over wereldvrede. De laatste had een stukje Evangelie in woord en muziek gezet: een ècht Carol. Heerlijk, zulk een groots volksfeest in voorname stijl, met de koninklijke familie onopgemerkt ertussen; met applaus op zijn plaats (dit volk is erg gul met applaus en thank you), met de kinderen bij het feest betrokken, met het thema van het vleesgeworden Woord centraa!l en met oprechte wensen voor blijde levensvernieuwing. Het oude jaar is vrijwel om, het nieuwe komt in zicht. Ons worden nieuwe kansen geboden voor naastenliefde en trouw, voor een Christelijk leven en voor verdieping van ons geloof.
Ja, dat alles is wel wat anders dan in ons goede vaderland. Wij herinneren ons een vrijgemaakte broeder, die in de kerstnacht op de preekstoel trap van een stampvolle synodale kerk had zitten zingen. Zei zijn predikant achteraf: "wat hoor ik van u, waarde broeder? Denk ik, dat u in de kerstnacht braaf naast uw ega in bed ligt - en zit u daar op een synodale preekstoeltrap te zingen?" Och, die predikant meende het natuurlijk niet kwaad. Maar die zingende broeder meende het zeker niet kwaad; alleen, hij kwam iets te kort, denk ik.