Op elkaar aangewezen
1978-01-27
Onze koningin Juliana heeft in haar laatstgehouden kersttoespraak ongetwijfeld goede dingen gezegd. Dingen om ter harte te nemen. In de titel al. We zijn op elkaar aangewezen. Als mensen. Als mensheid. Ieder mens is niet los te denken van andere mensen. Ons mens-zijn is het gevolg van het mens-zijn van onze ouders. Ons levensverhaal is een stuk van het levensverhaal van de mensheid.- Jaargang 22
- nummer 4
"Laat ik het nu hebben over het bestaan van ons allen, als mens tussen de mensen -- vóór de mensen als het goed is. We gedenken op Kerstmis dat leven dat hier op aarde tussen ons mensen begon - van Jezus Christus, één enkel leven, dat sindsdien niet meer weg·te denken is uit de geschiedenis: door zijn inspiratie, door de standaard die het heeft gesteld, door de onrust die het daardoor in onze gewetens heeft gewekt." Jezus kwam in onze geschiedenis. Hij kwam als mens en werd deel van de mensheid. Ook Hij was op de mensen aangewezen én de mensen op Hem.
Maar:
"Wij spartelen en wij wringen ons in bochten om lager dan die standaard te kunnen denken en handelen!
Christus' leven is ons gegeven. In stilte geboren is Hij, en door de meerderheid van de mensen verworpen. Ook ons eigen leven is ons gegeven.
Aan elk van ons. Ook dat is niet weg te denken! Je hebt 't gekregen, je kunt er niet af. Ook al zoek je dat in droom en vergetelheid. Zou de dood je er af kunnen helpen?"
Wat ben ik? Wie ben ik? Wat doe ik? Wat gééf ik?
Vragen die een mens elke 'dag aan zichzelf moet stellen. De koningin riep ons allen op om iets de dóen, om iets te zijn. Die oproep is de moeite waard, want léven is géven en géven kán léven betekenen. En écht leven is zálig zijn!
"Wewisten dat we verdoemd waren"
In schrille tegenstelling tot dat "echt léven is zálig zijn" staan bovenstaande woorden. Ze stonden enkele maanden geleden in de Haagse Post boven een artikel over de dood van Jotie 't Hooft, een jonge dichter van 21 jaar die stierf aan een overdosis verdovende middelen. Zijn vriend zei: "We wisten dat we verdoemd waren. Je kiest in 't begin toch of je door wil gaan. Hij heeft een tijdje aan de horse gezeten, maar dat heeft hij laten vallen, omdat hij met speed sneller zijn doel bereikte."
En dat doel was de dood ná "één keer hevig leven". Ook deze jongen was op anderen aangewezen. En anderen waren mede op hem aangewezen. Die jongen ontving het leven óók. Maar hij wilde dóód zijn. Hij zocht niet het léven, maar het "verdoemd zijn". Jotie 't Hooft was een dichter, een junkiedichter. Hij was een aan verdovende middelen verslaafde die dichtte en zijn bundel "Junkieverdriet" kreeg in 1976 zelfs een prijs. Als Jezus op aarde was zou Hij naar zulke jongens hebben omgezien, ze hebben opgezocht, Zich niet hebben geschaamd om sámen met hen gezien te worden., En wij?
Wij zijn op elkaar aangewezen. Wij op hen, zij op ons.
Junkieverdriet. Ja, ook junkies kunnen verdriet hebben, terwijl ze proberen het verdriet te ontlopen Zijn vriend zei: "We hadden geleerd te leven met het besef dat we morgen dood konden gaan, of dadelijk." Wie wijst zulke mensen de weg, wie van ons wil metterdaad op zulke mensen aangewezen zijn?