Liedjes zingen bij een treurig hart
1978-02-03
Een bekende regel uit de Duitse poëzie zingt: "Da wo man singt, da lasz dich ruhig nieder ; böse Menschen haben keine Lieder." Oftewel: "Waar gezongen wordt, ga dáár maar rustig heen, want slechte mensen zingen niet."Als je dáárop afgaat, zou je er toe komen, om te denken, dat er vandaag de dag géén slechte mensen zijn.- Jaargang 22
- nummer 5
Want gezongen, dat wordt er. Alle leutbroeken en loltrappers en hoe die carnavalsclowns verder ook heten, doen hun best om met geweldige carnavalskrakers de sagarijn weg te jagen. Alaaf!!
En zó worden we opgekrikt met een refrein als: “Toedeloedeloe! Wat is dat voor gedoe?" En meer van die overrompelende "dicht"werken.
Ja, wat is dat voor gedoe? Het is erg gemakkelijk, de staf daarover te breken. Maar doe dat niet te gauw. Want het blijkt al een héél, héél oud verschijnsel te zijn, dat zich overal onder de mensen voordoet. Uit de tijd van koning Hiskia stamt al een opmerking over: "liedjes zingen bij een treurig hart." Ze wisten tóen al: Gewoon even gek doen, omdat het van binnen zo zeer doet. En dát spelletje kunnen we héél lang volhouden. Maskerade!
Als ik achter mijn bureau zit te neuriën, zegt mijn vrouw wel eens: "je hebt zeker weer een preek verknoeid." En meestal klopt dat wel. En U hebt vast wel een jongen of meisje thuis, die vreselijk uitgelaten doet, als er een proefwerk of zoiets verprutst is. Dan moet de radio keihard aan of de nieuwste tophit opgezet. Ik weet niet, of U wel eens probeert te luisteren naar zo'n popgroep.
Hoe komt dat toch, dat onze pubers daar zo mal van zijn? Is dat nou alleen maar een uitlaat? Je krijgt er hoofdpijn van. Maar als je iets van het levensgevoel van onze jongelui probeert te peilen, dan hoor je de trompet schreeuwen van ellende en de drummer ál zijn agressie en verzet in een woest tempo wegroffelen. Verzet?
Agressie ? Waartegen ? Tegen de wereld? Tegen de maatschappij? Tegen het leven? Misschien weten ze liet zélf niet. Maar het heeft wél iets te maken met die maskerade. Omdat het van binnen zo zeer doet.
De mensen, die de spreuken hebben verzameld, hebben in hun tijd iets van dat levensgevoel gepeild. Want zij waren niet alleen wijzen, die nadachten over dat leven maar óók dichters, die de werkelijkheid van het leven niet verromantiseerden, maar die áchter het masker hadden leren kijken, het masker, dat wij, mensen, groot én klein, vaak opzetten, als wij het geheim van leven proberen in zijn wezenlijkheid, in zijn existentie te grijpen. Zij gebruiken er hier twee beelden voor, om dat levensgevoel te verwoorden.
Iemand, die liedjes zingt bij een treurig hart, dat is net als iemand, die op een koude morgen zijn jas thuislaat. Natuurlijk is dat stom. En denk er dan even aan, dat de semiet géén apart nachtgewaad droeg, maar sliep in zijn onderkleed. Je overkleed uitlaten en zó de koude morgen instappen is dus helemaal gekkenwerk. Je kunt er doodziek van worden. Maar als je de werkelijkheid wilt ontvlucl: ten, dan ga je lekker stoer doen.
En dat is tegelijk een uitdaging. Zie je wel, wat ik doe ? Ze krijgen mij niet klein! Ik ga er niet onderdoor! Die jongen van U ligt vannacht misschien te grienen van ellende, omdat hij niet weet, wat hij met het leven áán moet. Maar tegenover U en de mensen, doet hij lekker stoer. Hém krijgen ze niet klein. Daarom neuriet hij een geweldige tophit, omdat het van binnen zo zéér doet.
U hebt misschien een dochter, die door haar vriend bedrogen is. Zéér dat dat doet van binnen. Dan ga je lekker stoer doen. Het leven is een uitdaging. Kijk, dát levensgevoel wordt verklankt in de moderne muziek en daarom zingt ze "liedjes bij een treurig hart." Het is agressie. Het is verzet. Omdat er verwarring is. En dié verwarring schreeuwt I:un tegemoet in de nieuwste schlager van hun lievelingsband.
Heel dat carnavalsgedoe is in feite een maskerade. Je gooit je jas uit. Ik daag het leven uit. Ik durf wel. Want de wereld is vol pijn. Vol dreiging. Maar laat je niet onder de voet lopen.
Stort je in de 101. Wees jezelf. Maar zet dan een masker op. Dat de mensen niet zien hoe zéér het van binnen doet. De tijd van de romantiek is voorbij.
Ook dié was vaak een leugen. Want áchter ál die gratie en áchter ál die hoffelijkheid ging ook vaak de pijn schuil van een gewond hart. En terwijl de diva in de opera in de climax van het gebeuren de hogeq haalde, stierf zij of de andere held aan een gebroken hart. We doen het vandaag anders. Rauwer, directer, realistischer. Maar wél existentieeler: uitdagend, stoer, terwijl we er kapot aan gaan.
Want het helpt helemaal niet. Kijk maar naar dat tweede voorbeeld, dat in de spreuken staat.
Iemand, die liedjes zingt bij een treurig hart, dat is net als azijn op loog. Plotseling zitten we in de scheikunde.
Als je een zuur wilt neutraliseren in zijn bijttende, brandende werking moet je er een base, een alkalische stof in doen, dan wordt het zuur opgelost in zout en water, Dan is dus de bij rende werking opgeheven.
Maar tegelijk is de base verdwenen.
Azijn op loog, dat betekent dus dat beide stoffen elkaar opheffen. Zo is nu de werking van het liedjes zingen bij een treurig hart. Van binnen vreet het aan je. Je bent kapot. Het brandt in je als een zuur op je huid, Maar je laat je niet kisten. Je gooit je in de uitdaging van het leven.
En het lijkt wel of het helpt. Zoals de bijtende werking van een zuur verdwijnt in de verbinding met loog, zo schijnt het, dat de bijtende werking van verdriet wordt weggenomen door wég te kruipen achter het masker van de vreugde. Het doet niet meer zó zeer. Maar toch is de vreugde niet écht. Ze verdwijnt. Net als het loog oplost door het zuur.
Het geeft allemaal niets. De pijn schijnt wel weg. Maar ook de vreugde verdwijnt. Je slaat je er doorheen, want je wil stoer doorgaan, maar je komt in een roes, waar de pijn verdwenen schijnt, maar er is toch geen échte blijdschap. Zoals het geen enkele zin heeft, azijn met loog te vermengen, omdat dan beide stoffen verdwijnen, zo heeft ook de schijnvreugde van het liedjes zingen geen enkel effect, want het
helpt helemaal niet. Het is geen werkelijke bevrijding.
Hoogstens een droom, een maskerade. Het is niet zo als met alcohol of andere drugs. Je gooit je in een niet-bestaande werkelijkheid, droomt van een Zingende wereld, duikt in de schijntriomf van de stoerheid, maar in feite ga je er kapot aan. Je verschuift alleen de problemen, je verdooft de pijn; je lost er niets mee op, je voelt alleen de pijn niet. Maar in werkelijkheid is het een vergeefse handeling, net als azijn op loog.
Natuurlijk kan een pijnverdovend middel wel eens nodig zijn. Het neutraliseren van zuren zal door vakmensen wel gebeuren, als het nodig is voor industrie of chemische werkzaamheden.
Dáár ligt de vergelijking niet. Liedjes zingen bij een treurig hart kan wel eens nodig zijn in bepaalde situaties.
Maar het is niet afdoende, om de werkelijke vragen te beantwoorden.
Een maskerade geeft geen oplossing. Carnavalspret schept géén échte pret.
Stoer doen en het leven uitdagen kan wel eens leuk zijn, maar het hart wordt er niet door geheeld.
En daar zit nu tegelijk iets van het wonder van het evangelie.
Het wuift de pijn niet weg. De bijbel heeft een heel eigen aanpak van leed, verdriet en pijn. Het evangelie kent nergens de maskerade, de schijn. In het evangelie blijft pijn, rondweg pijn, die zeer doet.
Bij niemand komt dat beter uit dan bij onze Heer Jezus Christus.
Ze willen Hem verdoven met zure wijn, dat Hij de pijn van de kruisiging niet zó erg zal voelen. Maar Hij weigert die. Als de wereld op Hem vergaat; als de smart van Góds toorn over Hem losbreekt; dan wil Hij geen maskerade. Geen vertoning, Als zijn hart aan het kruis gaat breken (en dat is onvoorstelbaar veel erger dan een "treurig hart hebben") dan zingt Hij bewust en met grote nadruk het laatste lied van zijn Vader, die Hem verlaten heeft. Dan is het nacht op Golgotha. Maar Hij zingt zijn eigen lied. Niet een laatste kreet van een gebroken hart.
Nee, heel concreet: psalm 22. Hij schreit zijn lied uit naar God. Hij gooit zich in de armen van zijn God, die als Vader Hem verlaten heeft. En Hij zingt in de nacht van Golgotha zijn lied, zijn song.
Wonderlijk. Psalm 42 heeft daar ook over gezongen .. Toen alle golven over de dichter héén sloegen ..
Niet stoer doen. Geen azijn op loog.
Nee: Zelfs des nachts zal ik van Hem zingen. (ps. 42, vers 9)
Ho, stop. Zeg nou niet: ja, maar zó ben ik niet.
Zeg niet: ik kan Jezus niet nadoen.
Nee, gelukkig niet, want dan werd het weer een maskerade.
Maar ook dit is waar. Je hoeft bij Jezus een treurig hart niet te verstoppen.
Hij weet, wat een treurig hart is. Ga niet stoer doen, a1shet van binnen zéér doet. Hij ziet het tóch wel.
Verslinger je niet aan ik weet niet welk middel, om alles maar te vergeten.
Weet je, jongen, Hij heeft jouw pijn gedragen.
Dat, waarover je in de knel zit en waarvan je kapot bent, dat heeft Hij gedragen. Daar is Hij kapot van geweest aan het kruis. Weet je, meisjes, je kan wel lol gaan trappen en nergens meer aan willen denken, maar Hij denkt eraan, omdat Hij het zelf gedragen heeft aan zijn kruis.
Weet je, broeder en zuster, de wereld (ook jouw wereld) is vergaan op het hoofd van Jezus Christus.
Daarom zong Hij zijn eigen lied bij een gebroken hart. En Hij zong het voor jou.
Niet als azijn op loog. Niet als een uitdaging.
Maar opdat we, ook in de nacht, zouden zeggen: "Abba, Vader."