Een gedeelte uit een brief van Greet Rietkerk

1978-02-03
  • Jaargang 22
  • nummer 5
Dit jaar heb ik in de Sudan gewerkt in een Zweeds team. We werkten in de vluchtelingendorpen langs de grens met Eritrea waar 50-100 duizend Eritrese vluchtdingen zijn komen wonen. Het was fijn om zoveel bekenden tegen te komen en te kunnen laten zien, dat we de mensen in Eritrea niet zijn vergeten, ondanks het feit dat we in het land zelf nu niet meer kunnen werken. De oorlog in Eritrea is vreselijk. Het kost veel jongens het leven en hoewel het Ethiopische legre nu eigenlijk wel verslagen lijkt, is de 'toekomst toch erg onzeker. Wie zal de macht krijgen? Zal Ethiopië weer aanvallen als ze kunnen? De Rode Zee is een vurig omstreden gebied.
Er is vrij contact met het bevrijde gebied van Eritrea. Een enkele keer was er de gelegenheid om iets mee te geven voor onze vrienden in Ghinda. Een pakje met kleren van de fam. Strikwerda voor het gezin van Abo Haleka, de ouderling, en wat medicijnen en geld, is er goed aangekomen. Abo Haleka schreef in september een brief terug. Ze maakten het goed en de kerkdiensten werden nog steeds gehouden. Daarna hebben we niets meer gehoord. Daarna is er juist ook in dat gebied veel gevochten. Alle zendingsmensen zijn vertrokken uit Eritrea, maar gelukkig heeft God ook Zijn kinderen daar nog aan het werk. Zoals b.v. een onderwijzer in Asmara, die een hulpprogramma heeft opgezet voor de allerarmsten. Hij schreef mij:
"Het hulpprogramma in de katoenspinnerij is er om het evangelie mee te delen aan de armsten. Veel arme vrouwen komen naar onze bijeenkomsten. Er staan er 350 geregistreerd en 50 staan op de wachtlijst. De vrouwen krijgen ruwe katoen, die ze schoon maken en dan met de hand tot draden spinnen. Voor een week katoen spinnen krijgen ze $ 2.-."
Daar bovenop geven ze 200 mensen per dag te eten in hun school. Maar schrijft hij, in ben bang dat ik moet gaan stoppen, want we hebben niet veel geld meer. Zouden ze vanuit Nederland wat geld naar die onderwijzer kunnen sturen? Debesai Negusse was de boekhouder in ons ziekenhuis in Chinda. Hij heeft ons veel geholpen en kreeg vorig jaar een aanbod om twee jaar in Amerika te komen studeren: Economie aan het Covenant College. In september kwam hij naar de Sudan toe. Officieel kon hij Eritrea niet verlaten, dus moest hij ook als vluchteling komen. Sinds die tijd hebben we geprobeerd om een visurn voor hem voor de V.5. te pakken te krijgen, maar dat is nog niet gelukt. Omdat het uit Nederland een stuk eenvoudiger lijkt te zijn heeft l'Abri hem uitgenodigd om daar te komen studeren voor een paar maanden en dan kan hij inmiddels ook proberen zijn visum voor de V.S. te krijgen.
Het kost veel geld in Amerika studeren en hoewel Amerikaanse vrienden hem hebben uitgenodigd is zijn toelage toch nog niet rond. Het zou fijn zijn als er uit Nederland zo'n t 200,- tot f 300,- per maand zou kunnen komen. Nu gaat ons werk weer door. De Zweedse zending heeft gelukkig andere artsen gevonden, die het werk in de vluchtelingendorpen weer hebben overgenomen.
Want al voordat ik daar naartoe vertrok waren we bezig om een visurn voor Pakistan aan te vragen. Dat is inmiddels gelukt. Deze week toen ik nog maar net terug was is het afgekomen.
In Eritrea werkten Corrie van Galen, Saridra Campbell en ik samen in het ziekenhuis. In de toekomst hopen we ook weer met z'n drieën ergens aan het werk te gaan, maar dit komende jaar zullen Corrie en ik dus samen eind januari naar Pakistan vertrekken. Corrie heeft dit jaar haar docentenopleiding afgemaakt en werkt op het ogenblik in De Lichtenberg te Amersfoort.
We gaan naar een ziekenhuis in Shikarpur, van een Amerikaanse Baptisten Zending, om precies te zijn: Conservative Baptist Foreign Mission Society. Het is een ziekenhuis speciaal voor vrouwen en
kinderen en toen wij dit ziekenhuis een jaar geleden bezochten trokken hun werkwijze en de mensen daar, ons erg aan. Zij vroegen ons of we ze niet zouden kunnen helpen en onze eigen zending van de Orthodox Presbyterian Church, ging er mee akkoord dat we een jaar zouden helpen. Mede omdat we dan in dat jaar ook de gelegenheid zouden hebben om verder rond te kijken naar wat ons definitieve werk zou kunnen worden. Op het ogenblik denken we aan drie mogelijkheden: Allereerst blijft Eritrea zolang daar nog geen definitieve toestand is vóóraan op ons lijstje staan.
Dan is een al bestaande Presbyteriaanse kerk in Pakistan begonnen met zending te drijven onder een Nomadenstam die nog nooit eerder in contact is geweest met het evangelie. Zij vroegen of wij als medisch team met hen mee zouden willen en kunnen werken. Dit jaar hebben we goed de gelegenheid om deze mogelijkheid wat verder te onderzoeken.
Dan is er ook het plan geopperd om met een Presbyteriaanse zending in Kenia samen medisch werk daar aan te vatten. Ook dat plan zal verder worden onderzocht.
U ziet het, werk genoeg. We hopen dat U met ons meebidt om wijsheid, om de juiste beslissingen te nemen. De onkosten voor het Thuisfront zullen dit jaar weer met grote sprongen omhoog schieten, omdat we weer namens U allen aan het werk gaan. We zijn nog in gesprek met de zending in Pakistan over ons onderhoud, maar onafhankelijk daarvan zou het fijn zijn als het grootste gedeelte van wat we nodig hebben uit Nederland kwam. En we vertrouwen dat dat ook zo zal zijn.
Als U van plan bent om een bedrag nu ineens of per maand/kwartaal over te maken voor het project in Asmaha, of voor Debesai, dan moet U het er even apart bij vermelden, want anders komt het in het gewone fonds terecht, waaruit alle kosten voor ons werk betaald worden.
Laten we vooral niet vergeten trouw te zijn in het gebed voor alle mensen in Eritrea, maar heel speciaal ook voor Christenen en voor God's kerk daar. HIJ kan die kerk juist in de moeilijkheden krachtig en sterk maken. Moge God ons werk ook dit jaar in Pakistan zegenen.

Heel hartelijk gegroet, ook namens Corrie,

Greet Rietkerk



Ons adres in Pakistan zal zijn:
Shikarpur Christian Hospital,
P.O. Box 17,
SHIKARPUR. SIND.
Pakistan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief