Zending en opwekkingsbeweging (1)

1978-02-10
  • Jaargang 22
  • nummer 6
Al een paar weken houdt de gedachte mij bezig iets te schrijven in verband met het laatste boek 'van dr Kurt E. Koch die al het een en ander aan literatuur op zijn naam heeft staan wat Geestesgaven en opwekkingsbewegingen betreft. De raakvlakken tussen het boek en de zending van onze kerken zijn vele. In de eerste plaats speelt het boeiende verhaal van de opwekkingsbeweging, beschreven door dr Koch, zich af onder de Zoeloes in een gebied dat maar een paar honderd kilometer van de zendingsterreinen van Haarlem, Leerdam en Kampen verwijderd is.
Wie van de zendingspost Groothoek naar Vrijheid reist waar de broeders Kurpershoek en Keesenberg wonen, komt dichtbij het gebied van de opwekkingsbeweging voorbij. De titel "Gott unter den Zulus" had boven een boek van onze zendelingen kunnen staan, maar het zou wel heel anders zijn uitgevallen. Verder hebben we onlangs in onze zending de ambtsneerlegging van ds Van Stelten beleefd die juist om het ontbreken van opwekkingsbewegingen als die door dr Koch beschreven, niet langer kans zag zijn werk als Gereformeerd zendeling voort te zetten.
Dan worden we verder in de zending onder de Bantoevolken van Afrika dagelijks geconfronteerd met de dringende vraag om wonderen. In de krachtengodsdienst van het animistische Afrika - ik kom daar later nog wel op terug - nemen de wonderen de eerste plaats in op het prioriteitenlijstje.
En hier in het boek van dr Koch schijnt het antwoord te zijn. Een veelkleurige optocht van wonderen in de naam van de Here Jezus gaat in het boek aan ons voorbij. Geen wonder dat honderden toestromen! Dat laat een zendeling van Gereformeerde huize dikwijls ongemakkelijk voelen: doe ik het wel goed? En het is niet alleen die zendeling; we zitten er soms allemaal wat mee in onze maag. Opwekkingsbewegingen in Pinkstersnit houden niet op aan onze deuren te kloppen. Tegenover wat er daar allemaal geschiedt of schijnt te geschieden aan uitingen van de Geest, lijkt onze pinksteroogst maar schraal. Hebben wij inderdaad - zoals de beschuldiging wel luidt, ook in dit boek - de Heilige Geest weggetheologiseerd ?

Het verhaal van Dr Koch
Het boek is het verslag van de wonderlijke zegeningen die geschonken zijn en nog geschonken worden in de bediening van Erlo Stegen, een Duitssprekende Zuid-Afrikaner die aanvankelijk na enkele jaren van teleurstellende gemeentelijke arbeid zich zag vastgelopen. Met enkele medewerkers ging hij een periode van verootmoediging binnen, van gebed en boete en Bijbelstudie, waarna een vernieuwde uitstorting van de Heilige Geest volgde.
Hierop ging de hemel open en volgden door de bediening van het team van Stegen, maar met name door hemzelf, talloze wonderen van genezingen van blinden en doven en bezetenen tot dodenopwekkingen toe, van helderziendheid tot het weer op gang komen van onklare auto's, van het massale verbranden van toverattributen tot het uitrij den met een auto vele honderden kilometers op ingeven van de Heilige Geest. Zoals nogal eens gebeurt in opwekkingsbewegingen dat wie niet genezen wordt, van ongeloof beschuldigd wordt, wordt dat hier niet gepredikt.
Uitdrukkelijk wordt enkele malen verteld dat het voorkwam dat zieken niet genezen werden. Genezing hangt immers uitsluitend af van de wil van God (75). Erkend wordt dat de Here soms aan gelovigen een last oplegt zwaar om te dragen. Hij helpt weliswaar om die last te dragen maar neemt hem niet af (99). Toch is de regel wel: redding, gene· zing, bevrijding (51). Wat de theologen verder ook mogen zeggen ze komen er niet te best af in dit boek - de drievoudige zegen van God in redding, genezing, bevrijding schijnt wel tot het normale Christelijke verwachtingspatroon te behoren al worden we niet getrakteerd op de gewone kreet: God wil geen ziekte.
Het is me bekend dat dr Koch al het een en ander geschreven heeft over Geestelijke gaven maar dat alles blijve hier buiten beschouwing. Het gaat er ons hier niet om wat dr Koch voorstaat maar om de beschreven opwekkingsbeweging en het verband met onze zending.
Grote nadruk wordt ook gelegd op de noodzaak van het belijden van zonden. Niet in het openbaar, dat wordt zelfs belet (295), maar in de pastorale nazorg. "De Zoeloe-beweging is een biechtbeweging. Wie niet bereid is voor God schoonschip te maken, dat betekent, alles uit te storten wat in het licht van God niet bestaan kan, die ondervindt geen hulp" (296).
Dat schoon schip maken voor God houdt wel in een belijdenis van zonden ten overstaan van een broeder.
Het moet er allemaal wel in een soort biecht uitkomen.
De opwekkingsbeweging schijnt sober te zijn. Vrij van sentimentaliteit en o·verspannen emotionaliteit. Zonder het kunstmatig opwekken van gevoelens in een steeds hogere versnelling wat het kenmerk is van pseudo-opwekkingen (54). Ook dat noteren we dankbaar. Elke zendeling onder de Bantoe-volken heeft al wel zoveel wild en woest geknor, gedreun, gestamp en gepiep gehoord dat hij verlicht ademhaalt bij het lezen van deze notitie. Gaat het tongenspreken veelal door voor een nieuw kenmerk van Pinksterorthodoxie, de voorganger van deze opwekkingsbeweging zegt: we droegen er zorg voor de orde van 1 Kor. 14 te handhaven. "Ohne Auslegung erlauben wir kein Zungenreden" (179). Een geestige bijzonderheid is dat sommige broeders zo bezeten waren van het spreken in tongen dat ze niet meer anders konden. Ze konden geen gewoon gesprek meer voeren.
De tongengeest moest toen in de naam van Jezus uitgedreven worden. De opwekking die in 1967 is aangevangen op een plaats met de naam Sizabantu gaat nog steeds door. En dat is voorwaar een bijzonderheid in de geschiedenis van opwekkingsbewegingen die meestal met een paar jaar opgebrand zijn.

Wat moeten wij er mee aan?
Het zou kunnen zijn dat zekere theologische overtuigingen ons zo in de weg staan dat ze ons verbieden de werkelijkheid van de vele wonderen te aanvaarden. Op grond van zogenaamde wetenschappelijke overwegingen komen we dan tot de uitspraak dat het alles maar humbug is. Volgens onze theologische spelregels mogen er geen wonderen meer gebeuren; ergo, ze gebeuren niet meer. Of we zijn wat soepelen en zeggen dat de Heilige Geest vrij is om te doen wat Hij wil waarmee we dan eigenlijk bedoelen dat de Heilige Geest buiten zijn eigen Boek of boekje gaat. Hij kan als Hij wil, illegaal optreden. Zoals ons indertijd werd verklaard in wat toen nog het Gezinsblad heette, hoe het kwam dat er gelovigen in de valse kerk zijn. Ik herinner me het volgende voorbeeld: men kope zijn postzegels bij het wettige adres, dat is bij het postkantoor maar - 't most niet magge - ze zijn ook na het sluiten van de winkels stiekem bij de buurman verkrijgbaar. Zo verklaren we de illegale werken van de Geest. In dit geval gaan we die weg niet.
Onze God is betrouwbaar. Dat houdt ook in dat Hij fatsoenlijk is. Hij stelt geen regels vast voor ons verkeer met ons om Zich daarna Zelf daaraan niet te houden. Ook is het zinloos het feitelijk gebeuren van de voorkomende wonderen te ontkennen. Dr Kurt Koch is geen bedrieger. Wanneer· in naam van de Here Jezus wonderlijke gebeurtenissen plaatsvinden, dan zeggen wij 'Amen' daarop. Neemt Jezus in erbarmen een blinde zondaar aan, en geneest Hij die, wie zou niet blij zijn?
Dat neemt niet weg dat heel wat vragen te stellen zijn.
Tot een volgende keer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief