CDA - RPF

1978-02-17
  • Jaargang 22
  • nummer 7
Inleidende opmerkingen
Pas na enige aarzeling ben ik met het schrijven van onderstaand artikel begonnen.
Het is wat riskant in een blad als Opbouw te schrijven over verschillen tussen CD.A. en R.P.F. _ Het zou niet verstandig zijn, wanneer Opbouw zich opwierp als een blad voor het CD.A. of de R.P.F. of voor welke partij ook. Vaak bereiken mij verzoeken om eens kritisch te schrijven over deze of gene partij, of ook wel om mij te verantwoorden, waarom ik lid van de A.R.P. ben. Persoonlijk meen ik, dat dergelijke discussies weinig bevorderlijk zijn voor de opbouw van het gereformeerde leven.
De bedoeling van dit artikel is dan ook meer om er op te wijzen, dat bij alle verschillen, die er tussen CD.A. en R.P.F. zijn, ook punten van overeenkomst bestaan. Al streef ik naar objectiviteit, ik realiseer mij, dat ik nu eenmaal niet uit mijn A.R.-huid kan kruipen.
Zij, die het R.P.F. zijn toegedaan mogen van mij aannemen, dat ik mij toch beschouw als hun vriend, die hun feilen wil tonen.

De grondslag van de R.P.F.
De aanleiding voor dit artikel was een beschouwing, die ik een tijdje geleden las in Koers over "Reformatorische politiek" van dsJ.H. Velema. In art. 2 van de statuten van de R.P.F. lezen we, dat de R.P.F. als enige norm voor haar politieke denken en handelen het onfeilbare en gezaghebbende Woord van God, zoals ten aanzien daarvan ook beleden wordt in de 3 Formulieren van Enigheid, aanvaardt. Wat betekent het, dat hier naast de Bijbel ook de confessie genoemd wordt?
De R.P.F., zo schreef ds Velerna, is een christelijke partij, maar dan ook overeenkomstig de gereformeerde belijdenis. De belijdenis ziet hij als een samenvatting van het Woord van God, zodat Schrift en bel ijdenis niet losgemaakt kunnen worden.
Ik meen, dat hier al een kritische opmerking op zijn plaats is.
Wanneer de belijdenis een samenvatting zou zijn van de Bijbel, dan zouden ze identiek zijn.
Dat komt me nog al aanvechtbaar voor. Ik meen, dat prof. H. Bavinck het juister formuleert in zijn "Gereformeerde Dogmatiek" (dl, I, blz. 5): "De confessie formuleert lang niet de ganse inhoud van. het. christelijk geloof. Zij neemt gewoonlijk slechts op wat binnen of buiten haar bestrijding heeft gevonden." In een volgende zin zegt ds Velema het ook weer wat anders.
"Reformatorische politiek is politiek naar het Woord van God, samengevat en verklaard in en naar de gereformeerde belijdenisgeschriften.". Volgens deze omschrijving verricht de belijdenis dus ook de functie val). verklaring van de H. Schrift. Keert ds Velema hier de orde niet om?
Want wat betekent deze uitspraak? Als iets ons in de Schrift niet duidelijk is, dan slaan we de belijdenis op om te zien wat de Schrift bedoelt. Maar het is juist andersom. We moeten de belijdenis lezen bij het licht van de Schrift.
De Schrift is Gods Woord en de belijdenis is een menselijke weergave van wat we op grond van Gods Woord geloven.

De grondslag van het C.D.A.
Ds Velema meent, dat de grote p:rtijen zich tevreden stellen met" "evangelische politiek", politiek geïnspireerd door het Evangelie. Daarbij is geen sprake van het Evangelie als duidelijke grondslag voor de politiek. Daar ds Velema over het CD.A. schrijft, neem ik aan, dat hij met de grote christelijke partijen het C.D.A.
bedoelt, de federatie van de drie grote christelijke partijen.
Het is te begrijpen, dat ds Velema op grond van uitlatingen van bepaalde CDA-leden tot deze conclusie komt, maar de grondslag van het CD.A. is gelukkig toch een andere.
ln art. 2 van de statuten van het CD.A. lezen we immers: "Het CD.A. aanvaardt het Evangelie als richtsnoer voor het politieke handelen." Een noot eronder vermeldt, dat onder Evangelie de hele Bijbel wordt verstaan. Het CD.A. heeft dus als norm (dat is hetzelfde als richtsnoer de Bijbel.
Daartegenover heeft de R.P.F. als enige norm de Bijbel en de confessie.
Hierbij valt op, dat de R.P.F. spreekt over enige norm, terwijl dat bij het CD.A. ontbreekt, Met name van de kant van de ARJOS is getracht ook in de CD.A.-statuten op te nemen, dat de Bijbel de enige norm is. Helaas is dat mislukt.

De formele betekenis van de grondslag
Wat is nu de formele betekenis van deze grondslag? Bij het CD.A. was dat een moeilijk punt.
Het CD.A. zelf heeft het Evangelie als richtsnoer genomen en heeft op die basis ook haar program gemaakt. Zij echter, die dat program onderschrijven, kunnen meedoen zonder dat men hem of haar naar hun persoonlijke geloofs en levensovertuiging vraagt. Aldus mr. Van Agt in een vraaggesprek voor de radio. Dit betekent, dat het CD.A. In zekere zin een open partij is.
Hoe functioneert nu de grondslag bij de R.P.F.? We geven weer ds Velema het woord: "Moet van ieder die lid wenst te worden van zo'n partij persoonlijke instemming met de belijdenisgeschriften worden gevraagd? Zo is het wel verdedigd. Zou dat gebeuren dan gaat een politieke partij als kerk fungeren.
Dat kan noch mag de bedoeling zijn. Ieder die lid wordt van een reformatorische politieke partij weet, dat deze partij, die hij wil steunen, in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis pretendeert op te treden. En als lid mag hij niets doen in politiek opzicht dat met die belijdenis in strijd is."
Maar is daarmee de R.P.F. toch ook niet in zekere zin een open partij geworden?
Wreekt zich hier niet het feit, dat· men voor een politieke partij een kerkelijke belijdenis in zijn totaliteit als grondslag opneemt? Het lijkt me juist, dat de R.P.F., in tegenstelling met het G.P.V. de keus voor het kerkverband niet beslissend heeft gemaakt voor het lidmaatschap van een politieke partij. Is het dan consequent om dan wel een kerkelijke belij denis mede als grondslag te nemen, waarbij dan weer geen persoonlijke instemming met die belijdenis gevraagd wordt?
Persoonlijk meen ik, dat de regel, die in de A.R.P. gevolgd wordt, nl. dat leden van de A.R.P. worden geacht door hun lidmaatschap in te stemmen met de grondslag, het doel en de middelen van de partij, het beste is. Wil men daarnaast een belijdenis, en dat lijkt me een juist verlangen, zou dan een belijdenis, toegespitst op de politiek, niet beter zijn ? Deze mis ik echter zowel bij het C.D.A. als bij de R.P.F.

Conclusie
De conclusie moet zijn, dat er tussen de federatie der grote christelijke partijen, het CD.A., en de jongste federatieve spruit onder de christelijke partijen, de R.P.F., met name wat de formele betekenis van de grondslag betreft, nog al punten van overeenstemming zijn.
Daarbij realiseer ik me wel, dat hiermede een andere belangrijke vraag nog niet is beantwoord, nl. de vraag in hoever deze grondslagen nu ook werkelijk functioneren. Daar zijn uiteraard nog veel meer punten van verschil. Het leek me echter nuttig in deze tijd, nu men de verschillen zo graag uitspint, ook eens op punten van overeenkomst te wijzen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief