leder zingt zijn eigen lied...

1978-02-24
  • Jaargang 22
  • nummer 8
Er zijn vandaag de dag heel veel depressieve mensen, die vinden dat ze nergens voor deugen. Nooit tevreden met zichzelf. Die nergens meer om geven. Om eigen werk niet. Om eigen kleren niet. Om de samenleving niet. Niemand begrijpt hen. Je kunt er met bijna niemand over praten. Je wordt (zeggen ze) altijd weer teruggegooid op jezelf. Er wordt beleefdheidshalve of meewarig naar je geluisterd. Maar dan ga je maar weer naar jezelf terug. En ieder zingt zijn eigen lied. Je voelt je van God en mensen verlaten.
In zulke situaties is vaak medische hulp geboden, omdat de innerlijke spanningen zó hoog kunnen oplopen, dat een explosie dreigt, die aanleiding kan worden (of is geworden) tot een pathologische ontlading van agressiviteit tegen zichzelf of tegen de omgeving. We mogen erg dankbaar zijn, dat die hulp gelukkig te krijgen is.
We gaan er hier niet dieper op in, omdat dit buiten het bestek van dit artikel en buiten onze bevoegdheid ligt.
Maar wel willen we ons bij het licht van het evangelie realiseren, hoe diep menselijk het lijden van onze Heer Jezus Christus is geweest, toen Hij aan zijn kruis zijn verlatenheid van God heeft uitgeroepen, maar dat tegelijk zó messiaans deed, omdat Hij dat deed met de woorden van zijn eigen lied, zoals dat reeds in het oude verbond werd gezongen in psalm 22. Wanneer David deze psalm dicht, blijkt al duidelijk, dat verlatenheid verreweg het diepst onpeilbare leed van het mensenhart kan zijn. David bezingt deze verlatenheid als een diepe depressie.
Overal om hem heen dringen de mensen op en laten hem voelen, dat hij nergens meer is. Hoe hij er dan aan toe is, geeft de nieuwe berijming zo weer, dat "zijn lijf verteerd is tot de lege som van zijn geraamte."
Als mens heb je dan geen functie meer. Je bent een optelsom van waardeloze botjes. Met een hart als was. Het kan er niet meer tegen. Je laat je maar duwen en stoten. Je kleren zijn voor de meestbiedende te koop of waardeloze oude rommel geworden voor wat de gek er voor geeft.
Hoe moet je existeren, als je nergens meer voor deugt? David voelt zich een worm, die je fijn trapt, omdat je geen vent meer bent, die zelf beslissingen neemt. Als je je dan óók van God verlaten voelt, is het diepste dieptepunt bereikt. Dan ben je nergens meer. Dat is er alleen maar de kreet: "waarom?" Want als de levende God geen antwoord meer geeft, moet je toch weer naar jezelf terug. En je zingt je eigen lied van verlatenheid.

En juist dit lied van verlatenheid is het kruiswoord van de Heer geworden, toen het duister van Gods toorn op Golgotha daalde. Het is zijn lied, want de Geest, die David dreef en inspireerde, is Zijn Geest.
De diepste depressie, die David als mens doorleefde, werd geborgen door de Geest van Hem, die juist zijn mens-zijn ten offer bracht aan het kruis.
Waar dien je nog voor, als alle mensen jein de steek laten? Maar waar ben je dán nog, als je je óók van God verlaten weet? Waar dien je nog voor, als zelfs je body alleen maar een optelsom van botjes is geworden?
Waar geef je nog om, als je hart was geworden is. een klont vormloze willoosheid, die je alle kanten kan opduwen? Voor wie in de samenleving kuil je nog iets betekenen, als zelfs mijn kleren bij de lorreboer belanden?
Wat betekent je werk, als de mensen spottend volhouden, dat je jezelf immers tóch niet in de hemel kunt brengen? En dat Gód je toch óók niet moet, want Hij doet ook niets.
Zo zingt onze Heer zijn eigen lied van verlatenheid.
"Waarom hebt U mij verlaten?"
"Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is gesmolten als was; het is gesmolten in mijn binnenste; verdroogd is mijn kracht als een scherf; mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; in het stof van de dood legt U mij neer." (ps. 22 : 15 en 16) Verlatenheid! Waar deug ik nog voor?

Het is opvallend, dat juist in ónze tijd, waarin de mens alleen maar mens wil zijn, de klacht over verlatenheid en de daaruit voortvloeiende depressie, zo sterk geuit en beleefd wordt.
Nu het menselijk denken bewust heeft gekozen voor het irrationele; voor de geworpe1l!heid in het bestaan; nu zijn bestaan zélf zijn zondeval en zijn ellende geworden is; nu de angst levensprincipe geworden is, omdat hij bestaat in en leeft voor de dood; nu bespringt de verlatenheid hem als een klauwig monster, dat zijn leven verteert.
Als je niet anders bent, dan het product van een "natuurlijke" evolutie; als die natuur zinloos "lief"
en tegelijk zinloos "wreed" kan zijn; dan blijft er niets anders over dat de agressie, waarin deze verlatenheid vaak explodeert.

Dát mens-zijn zonder God; dát verlaten zijn is het lijden van onze Heer Jezus Christus geweest aan zijn kruis. Waarom hebt U mij verlaten ? Waar deug ik nog voor?
God de Vader had zijn Zoon geroepen om te existeren, dat wil zeggen: uit zichzelf te treden om voor de ander te leven. Zo lief had God de wereld, zijn wereld.
Die wereld vergaat op de schouders van Jezus van Nazareth.
Die wereld sterft in de wonden van Jezus Christus, die gekomen was om de wil van zijn Vader te doen. Maar in het donker is Hij als een vormloze verzameling waardeloze beenderen. Nog niet eens een skelet in een leskamer van het ziekenhuis.
Zijn hart staat nog niet eens stil door een infarct. Hij is nergens meer. Van iedereen verlaten.
En waar blijft de Vader nu? God, waarom hebt U mij verlaten?
Zo zingt Jezus zijn eigen lied, niet het lied van verlangen, maar het lied van verlating.
Zijn kleren zijn voor de wacht, die erom gokken. En Hijzelf wordt straks bij de afval der wereld weggelegd. Mijn God, waarom?
Maar Hij zingt toch ook zijn eigen lied.
Want hoewel de Vader Hem in de steek gelaten heeft, houdt hij (wonderlijk genoeg) vast aan zijn God. Verlaten, maar de depressie zinkt niet weg in de diepste werkelijkheid.
God is niet dood. God is maar niet de projectie van geloof of religie.
God kan Hem vandaag niet verlossen, maar bestaat toch niet alleen in verbeelding.
De satan en zijn dienaren kunnen Hem álles ontnemen, maar toch kunnen zij aan Hemzèlf niet komen. Hij zingt zijn eigen lied, het lied van verzoening en verlossing.
Hij zingt in zijn lied het lied van mijn verlating.

Ja, ja, geplaagde mens met je depressies. Christus heeft jouw verlatenheid gedragen.
Als je het gevoel hebt, dat je nergens meer voor deugt, dan is de Heer net zo verzocht geweest.
En zelfs de tranquillizer; het middel, dat de psychiater u geven mag om tot rust te komen; om uit de put te komen; is door Jezus Christus met zijn bloed gekocht en betaald aan het kruis.
Nee, dat betekent natuurlijk niet, dat er verder geen behandeling nodig is; niet. dat een kind van God zich niet verlaten en daardoor diep gedeprimeerd kan voelen. Denk aan Davids psalm.
Maar het betekent wèl, dat géén put zo diep is, geen verlatenheid zo groot, of er is een hand, een daad, een middel, dat helpt. Zelfs als je voelt als een samenraapsel van botjes en lege organen, zelfs als je hart voelt als een weke klomp was, als je de grond voelt wijken, omdat je nergens voor deugt, zelfs dan heeft Christus uw eigen lied gezongen.
Het lied van verlatenheid, het lied van verlossing. Zelfs uw skelet heeft zijn functie in Hem.
Ga nooit terug naar uzelf. Zing uw eigen lied, omdat Christus U gekocht en betaald heeft.
Je kunt je onmetelijk verlaten voelen maar God is er altijd bij.
Omdat Christus uw eigen lied zong in het donker.
Golgotha! Verlatenheid! Maar praat er met Jezus over. Hij droeg het voor U!!!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief