Voeding in Israël in bijbelse tijden
1978-02-24
Dat het varken door Israël voor onrein gehouden moest worden, kan verschillende redenen hebben gehad. Maar zeker is, dat deze ordinantie op de vleesvoeding van het volk geen geringe invloed heeft uitgeoefend. We kunnen zeggen, dat mede daardoor het vleesverbruik onder Israël in belangrijke mate werd beperkt. De varkensfokkerij - iedere boer kan het getuigen - is in vergelijking met het rund- en kleinveebedrijf een vrij gemakkelijke, overvloedig en uitsluitend vleesproducerend bedrijf.- Jaargang 22
- nummer 8
De onreinheid van het zwijn (Lev. 11 : 7) betekende dus voor het volk in Kanaän noodwendig: minder en duurder vlees, beperking in het vleesgebruik.
Bij vele bijbellezers leeft ten onrechte de gedachte, dat de Israëlieten verhoudingsgewijs veel vlees aten. Men leest van vette maaltijden, het slachten van geitenbokjes, gemeste kalveren, enzovoort. De werkelijkheid was echter anders. De Israëlitische tafel bestond uit brood en vruchten (dadels, olijven, vijgen e.a.), honig (wilde honig of druivenhoning), boter (eigenlijk een verharde zure merk), kaas en eieren. Er werd ook wel vlees gebruikt, maar dit was beperkt tot feestelijke gelegenheden, als er gasten kwamen.
In de regel at men dan schapen en geiten en bij een groot vreugdefeest werd soms ook wel een gemest kalf geslacht. Later is ook vis een meer geliefd voedsel geworden.
We kunnen dus zeggen, dat - hoewel de HERE zijn volk geen bepaalde voedingsleer gegeven had - dat dit' volk ook naar de medische aanwijzingen van onze moderne tijd zich op gezonde wijze voedde: weinig vlees, veel vruchten, graan en zuivel. En zo merken we op - zonder dat we over de motivering van de wetten over reine en onreine dieren een stellige uitspraak kunnen doen - dat deze wetten, in casu het verbod om varkensvlees te eten, op indirecte wijze de voedingsgewoonten van het volk Israël in Kanaän gunstig hebben beïnvloed. Er is ook voor de gezondheid en de gezondheidsleer veel uit de Schrift te leren. Ieder die zich bezint op de wetten en ordinantiën van de HERE, zal moeten getuigen: 'Welk groot volk is er, dat zulke rechtvaardige inzettingen en rechten heeft als deze ganse wet is, die Ik heden voor uw aangezicht geef?" (Deut. 4 : 8)