Discussie over dienstweigering (5)

1978-03-03
  • Jaargang 22
  • nummer 9
Historisch lezen
Het bijbel gebruik onder ons, of het nu het Oude of het Nieuwe Testament betrof, is wel eens te weinig historisch geweest. Alsof de Schrift altijd en overal uitspraken deed, die een algemene geldigheid hebben. Natuurlijk zijn er zulke uitspraken: we moeten met behulp van het historische niet alles relativeren. Dan worden de gelovigen terecht kopschuw van dat historisch lezen van de Heilige Schrift.
Maar het is aan de bijbel toch ook te merken, dat hij ingaat op historische situaties en dan dingen zegt die niet voor alle tijden op dezelfde wijze geldig zijn.
De vorige maal heb ik geschreven dat het O.T. niet zomaar op onhistorische wijze allerlei aanwijzingen over het politieke leven geeft, maar dat het van een geschiedenis vertelt die ergens .op uitloopt. In het O.T. is de overheid een 'wij', heb ik gezegd, maar dat 'geldt ook alleen maar voor bepaalde periodes. Bij Abraham was dat niet het geval en na de ballingschap ook niet. Na de ballingschap trouwens heb je de situatie van een halve zelfstandigheid onder de Perzen, de Grieken en de Romeinen. God heet bij Ezra en Nehemia 'de God des hemels'. Dat zou kunnen samenhangen met een gevoel van vreemdelingschap. Toch belette hen dat nog niet, een joods gemenebest in te richten met een zekere politieke structuur. In de visioenen van Daniël zien wij het bestaande overheidsgezag verslechteren, eigenlijk verduivelen.
'Kerk' en 'staat' zijn bezig uiteen te groeien, een proces dat na de Makkabeese opleving van het oude ideaal versneld doorgaat.

Het Nieuwe Testament
Dan komt het N.T., de prediking van het koninkrijk der hemelen. Wij vergeten wel eens, dat het N.T. behalve van het begin van iets nieuws ook vertelt van het einde van iets ouds.
Jezus Christus staat niet alleen aan het begin van de N.T.ische periode, maar ook aan het eind van de O.T.-ische. Zijn aardse dienst vindt plaats in de eindfase van het Joodse bestel.
Zijn prediking van het koninkrijk der hemelen knoopt aan bij de teleurstelling die het volk van God opgedaan heeft met het koninkrijk en de koninkrijken van deze aarde. Het moet nu alles van boven, vanuit Gods wereld komen. De aardse overheid wordt daardoor duidelijk een 'zij', in plaats van een 'wij'. Dat is ook het geval in het bekende woord van de Here: "Geef dan de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is." (Mrc. 12 : 17). Er zit iets van afstand nemen in deze spreuk, het tegendeel van zich met de keizer en zijn belangen identificeren.
Het zijn twee werelden geworden: die van de keizer en de van God en het is volstrekt niet onduidelijk in welke van die twee Christus leeft. Eigenaardig genoeg stuit je op die twee werelden veel minder in het woord van Petrus: "vr,eest God, eert de keizer" (1 Petr. 2: 17) want in, dit vermaan kun je God nog in het verlengde van de keizer zien of wel de keizer in rechte lijn onder God.
Maar. dit woord van Petrus is dan ook buiten Palestina gezegd. Het geldt wel dezelfde Romeinse keizer, maar diens gezag heeft in Israël, het oude koninkrijk Gods, een meer Gode vijandig karakter. Buiten Israël is het voorlopig neutraler. In het Israël van Jezus' dagen is alles meer eindtijdelijk.

Golgotha
Dit is goed duidelijk te maken aan de afloop van Jezus' dienst op aarde, Zijn kruisdood op Golgotha. Dezelfde Petrus, die later buiten Palestina zich enigszins positief lijkt op te stellen tegenover het overheidsgezag (al moeten wij de passages over het lijden van de gemeente in 1 Petrus niet over het hoofd zien) - diezelfde Petrus horen we nog naschrikken, als hij samen met de jonge gemeente in Jeruzalem terugziet op wat de overheden met Jezus gedaan hebben en op de nasleep daarvan voor de eerste christenen: "Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht?
De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Here en tegen zijn Gezalfde. Want inderdaad zijn in deze stad vergaderd tegen uw heilige knecht Jezus, die Gij gezalfd hebt, Herodes zowel als Pontius Pilatus met de heidenen en de volken van Israël...". 'In deze stad' - bedoeld is Jeruzalem - heeft het rondom Jezus verschrikkelijk eindtijdelijk gedonderd. En het waren met name de overheden die de maskers aftrokken en een demonisch-antichristelijk gelaat toonden.
Deze eindtijdelijke toespitsing van het gebeuren, die we in de evangeliën en het eerste deel van Handelingen meemaken, ontbreekt in de brieven van het N.T. Daar zijn we na de flessenhals van Golgotha in een nieuwe ruimte gesteld. De overheden zijn ook daar bepaald niet vriendelijk, maar minder demonisch, meer bekeerbaar - zoals op de duur ook gebeurd is.
De kruisiging was in het Palestina van Jezus' dienst op aarde een sterk politiek gekleurde doodstraf. Dat blijkt wel als we Flavius Josefus lezen.
Maar ook uit de evangeliën is dat op te maken. Jezus wordt samen met twee terroristen gekruisigd. Daarmee is niet gezegd dat jèzus een terrorist was. Het gezag vergiste zich in Hem. Wel blijkt eruit dat de dood van Jezus in de evangeliën een politieke dimensie had, die in de brieven van Paulus ontbreekt, Bij hem kom je het kruis tegen als het hout der schande en het vloekhout, maar de hellenistische wereld waarin hij werkte kende de kruisiging niet als terroristendood.
Wat ik wil beweren komt hierop neer, dat je in de evangeliën getuige bent van een eindtijdelijke confrontatie rondom Jezus Christus tussen het rijk van deze aarde en het koninkrijk der hemelen. Blijkens het gesprek tussen Jezus en Pilatus - een voluit politiek gesprek! - gaat het in deze confrontatie om de waarheid. "Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen" (Joh. 19: 37). Het rijk van deze aarde is op leugen gebaseerd en staat als zodanig onder de vader der leugen, de duivel (Joh. 8 : 44).

Nogmaals: het zwaard
Hoe staat het nu bij deze stand van zaken die we in de evangeliën aantreffen met de weerbaarheid? Johannes de Doper zegt tot degenen die in krijgsdienst waren: "plundert niemand uit en perst niets af en weest tevreden met uw soldij" (Luk. 3 : 14).
Inderdaad zegt hij niet dat ze de krijgsdienst moeten verlaten. Maar een beaming van de krijgsdienst blijkt er ook niet uit. Bovendien valt hier de opmerking van drs Goudriaan te behartigen, dat het bezettingsleger politiedienst vervulde. Jezus zelf brengt het wapengebruik ter sprake bij zijn arrestatie. Toen sprak Jezus: "dit is uw ure en de macht der duisternis" (Luc. 22 : 53).
Dit is misschien wel de zwartste aanduiding van de overheid in de hele Schrift. Jezus denkt daarbij trouwens niet aan de personen, die in dienst van die overheid staan. Hij geneest immers het oor van Malchus en bidt aan het kruis voor de soldaten: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Toch ziet Hij hier een verduivelde overheid voor zich: macht der duisternis.
Daartegen wil Jezus niet dat er wapens opgenomen worden. "Ik zeg u, de boze niet te weerstaan" - lezen we in de bergrede. Hoe duidelijker een mens of mensen instrument in de hand van de Boze zijn - de aanduiding 'boze' heeft in de bergrede iets dubbelzinnigs - des te minder is gewapend verzet op z'n plaats. Hier moet ik nu terugkomen op het woord van Jezus in deze samenhang gesproken, waarover ik het in ander verband al had. Het woord van de Here tot Petrus: "breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen zullen door het zwaard omkomen" (Matth. 26 : 52). Dit woord lijkt inderdaad op wat we lezen in Gen. 9 : 6: "wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden." En toch, wat een hemelsbreed verschil! In Genesis wordt het overheidsambt ingesteld politioneel en militair, ik zie daarin geen principieel onderscheid. Een juridische dreiging wordt uitgesproken, met een heilige sanctie ter bekrachtiging: "want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt." Maar in de nacht van Gethsemane zien we het overheidsgezag eindigen als macht der duisternis, naar het woord van ps. 82: "Zij weten niets en begrijpen niets, in duisternis wandelen zij rond; alle grondvesten der aarde wankelen." Nu klinkt Jezus' woord niet langer als een juridische dreiging, maar als een waarschuwing, dat elk geweld alleen maar een tegengeweld oproept. Het zwaard is onbruikbaar geworden. En let wel: dit zegt de Koning van Israél.

Israël als model
De ontwikkeling die ik nu in het Oude Testament tot op Jezus heb proberen te schetsen en die eigenlijk de figuur van een driehoek aanneemt: een brede basis bij Mozes en David en een smal toelopende spits bij Jezus, - keert die nu niet terug op grote schaal in de nieuwtestamentische tijd?
Dan wordt dus in het tweede deel van het N.T. de breed aangelegde basis al 'n beetje zichtbaar en kunnen wij de smal toelopende lijnen in onze dagen er bij vermoeden. Aldus: Het is een poging een faam te vinden waarbinnen bijbelteksten zinvol en zonder willekeur ter sprake kunnen worden gebracht, juist op politiek gebied. In ieder geval kan dit schema ons duidelijk maken, hoe in de kerkgeschiedenis, toen die een politiek aspect kreeg, een nieuw gebruik van het Oude Testament gemaakt is en hoe daardoor een ontwikkelingskracht in onze westerse geschiedenis is komen te liggen, die op de duur situaties teweeg kan brengen vergelijkbaar met die waarvan de evangelies ons berichten. In een laatste artikel daarover nog iets.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief