Over oorlog en vrede

1978-03-03
  • Jaargang 22
  • nummer 9
De lezers van Opbouw zullen zonder twijfel met grote belangstelling de discussie over de dienstweigering volgen die tussen drs De Jong en drs Goudriaan wordt gevoerd. Want iedereen begrijpt dat aan de kwestie van de dienstweigering vooral in onze tijd heel veel vast zit. Daarmee hangt samen, om maar iets te noemen, heel het probleem van bewapening of ontwapening.
En dáármee hangt weer samen de houding van het "vrije Westen", en zo ook van ons land, t.o.v. het allergrootste probleem van de wereld van vandaag, namelijk het opschuiven en steeds sterker worden van de immense militaire macht van de Sovjet-Unie en haar satellieten.
Dat wil zeggen: van het "Communistisch Wereldsysteem". Zoals van zelf spreekt meng ik mij niet in de genoemde discussie. Dat zou niet behoorlijk zijn. Ik wil alleen enkele herinneringen ophalen en wat feiten noemen.

In november 1918 kwam het einde van de gruwelijke eerste wereldoorlog.
Het overwonnen en gedemoraliseerde Duitsland moest een ontzaglijke oorlogsschuld betalen, en de schuld van de oorlog op zich nemen! Een en ander was vastgelegd in het verdrag van Versailles, waarin alle haat van de franse staatsman Clemenceau tegen de "Boches", de Duitsers was geïnvesteerd. Duitsland ging een onvoorstelbaar zware tijd tegemoet, vol revolutionaire woeling, een inflatie die gigantische vormen aannam en een even gigantische werkeloosheid. Er kwamen bankbiljetten van een miljard mark in omloop! Het is gebeurd dat Nederlanders voor enkele guldens dagen lang in een Duits pension konden logeren! De Hollandse gulden was "hard"! Massa's Duitse- en ook Hongaarse kinderen kwamen in die tijd naar ons land omdat de ouders hun niet langer te eten konden geven.
Eén "lichtpunt" was er in die tijd wèl. En dat was de oprichting van de Volkenbond! De oorlog was zo gruwelijk geweest en de mensenslachting zó onvoorstelbaar afschuwelijk, dat zó iets nooit meer mocht gebeuren. Die Volkenbond was een teken daarvan dat de landen die de oorlog gevoerd hadden zich ervan bewust waren dat een zó onmenselijk gebeuren zich nooit meer mocht herhalen. Er moest een internationale rechtsorde komen om de eventuele conflicten tussen de volken op vreedzame en dwingende wijze tot oplossing te doen brengen.
En het orgaan dat zo'n rechtsorde in het leven zou roepen en handhaven was die Volkenbond.
Sommigen waren er zo enthousiast over dat ze zelfs een nieuwe tijdrekening wilden invoeren die beginnen zou op de dag waarop die Bond was opgericht. Al waren niet allen zó enthousiast, - algemeen heerste in die naoorlogse jaren de overtuiging dat ·er nooit meer een wereldoorlog zou uitbreken. Zelf behoorde ik toen ook tot die onnozelen.
In ons land werd toen de defensiebegroting geweldig gereduceerd en leger en vloot volkomen verwaarloosd. Ze werden na de inspanningen van de neutraliteitshandhaving tussen 1914 en 1918 gedecimeerd. De socialisten, georganiseerd in de S(ociaal) D (emocratische) A (rbeiders) P(artij) hieven de oude leus van "geen man en geen cent" voor leger en vloot met nieuwe kracht opnieuw aan. Het "pacifisme" bloeide welig. Velen liepen met het insigne van "het gebroken geweertje", teken van antimilitaristische gezindheid. De S.O.A.P. en ook de Vrijzinnig-Democraten stuurden zelfs op volledige ontwapening aan. De leider der socialisten Albarda sprak van "dappere ongehoorzaamheid". Pers en pamflet, plaat en lied propageerden de "vrede op aarde", de weerloosheidsidee, en kwamen op tegen het "wegsmijten van miljoenen aan de hobby’s van hoge officieren". Het werd een sport om op het leger af te geven. Honend sprak men dat het Nederlandse militair isme wankelde en dat men zelfs geen herhalingsoefeningen kon houden zonder zich belachelijk te maken. Toen een minister - Pop geheten - de jaarlichtingen miliciens van 23.000 man op 13.000 terugbracht sprak men van een "poppenleger". De oefentijden van de infanterie werd gereduceerd tot 5 en een halve maand! Door vooroefeningen "thuis" kon men die tijd zelfs nog wat verkorten!
Toen een vlootwet die o.a. een minimale verdediging van Ned.-Oost-Indië - waarop zoals ieder wist Japan loerde - beoogde, in 1924 in de Kamer werd ingediend werden er veel meer dan een miljoen handtekeningen verzameld op een petitionnement dat de verwerping van die wet eiste. En toen de wet met 50 tegen 49 stemmen werd verworpen ging er door heel het land een gejuich op alsof het land voor een nationale ramp was bewaard.
In de tweede wereldoorlog werd de rekening hiervan vooral in de slag op de Javazee op bloedige wijze gepresenteerd!

Maar terwijl men in ons land en speciaal ook in het volk zo aan 't harrewarren was met leger en vloot en later een enorme economische crisis het land teisterde - in 1936 meer dan 400.000 werkelozen - begon in Duitsland zich het fenomeen Hitler te roeren. Hij klom omhoog in een volk dat aan de rand van de ondergang leefde. Men spotte in ons land aanvankelijk met hem. Hij was een belachelijke idioot met zijn .bruinhemden en hakenkruis. Vooral toen hij na een mislukte "Putsch" in München in de gevangenis verdween.
Daarin schreef hij zijn boek "Mein Kampf" waarin hij op zeldzaam openhartige wijze zijn ideeën uiteenzette. Hier lette men op dit produkt van de man die zich "Führer" noemde niet. Soms, als men het las, had men er zelfs nog wel een goed woord voor over. Zo b.v. in het antirevolutionaire dagblad "De Standaard". In zijn "Ogen op de rug" vertelt Den Dool aard - hij was niet lang na Hitlers machtsovername als al te openhartig kritiseren de journalist Duitsland uitgezet - dat toen al honderdduizenden exemplaren van "Mein Kampf" in omloop waren. Koos Vorrink, de voorzitter van de S.D.A.P., het nog niet kende! 1) In ons land "bemoeide" men zich niet met Nazi-Duitsland. Er ontstond ook hier wel een zusterpartij van de Nazi's, maar daarmee werd vooral gespot.
Ze behaalde evenwel in 1935 bij de Statenverkiezingen toch nog 80/0 van de stemmen.
Aanvankelijk was er bij velen toch nog wel wat sympathie, althans een zekere waardering voor het "Derde Rijk". Er kwam daarin weer orde. En de werkeloosheid nam daar zienderogen af. En bovenal: het was een bolwerk tegen het communisme! Die communisten - ze vormden in Duitsland een machtige partij - 'waren door Hitler grondig buiten spel gezet.
De regeringen van de staten. van West-Europa bleven "vriendelijk" jegens Hitler-Duitsland. Het was immers een "bevriende mogendheid".
Men mocht die niet irriteren, laat staan kwetsen. De houding van de kerken, met name in ons land, was navenant. Men moet het beschamende boek van Dr G. van Roon "Protestants-Nederland en Duitsland 1934-41 maar eens nalezen! Toen een bekend Hervormd predikant in 1937, in een door de radio uitgezonden preek "durfde" te zeggen: "Het is niet alleen dat de N.S.B. verkeerde denkbeelden verkondigt, doch het is het volgen van de Nazimethoden en de bloed-, rassen- en bodemtheorie, die verderfelijk is, werd de uitzending van de preek abrupt afgebroken. Dat was "beledigen van een bevriende mogendheid" !

Er was toen één man, een Engelsman, Winston Churchill geheten, die bij heel velen in eigen land - en toen een vertaling van zijn artikelen af en toe ook in een van onze kranten verscheen - ook in ons land hevige irritatie en vaak angst veroorzaakte. Die man, hij was gelukkig een volkomen uitgerangeerd politicus, schreef rondweg dat Hitler-Duitsland een oorlog voorbereidde. Moet je je voorstellen: dat werd in het openbaar over een "bevriende mogendheid" geschreven!
Die man nam n.b. "Mein Kampf, serieus. En, waar hij het vandaan haalde wist niemand, hij vertelde allerlei finesses over de ontzagwekkende wapen- en vliegtuigproductie in Duitsland. En al werd vanuit officiële Duitse instanties met alle nadruk betoogd dat Churchill leugens verkondigde - hij ging onverstoord verder met zijn verhalen. Die Churchill was een echte oorlogsophitser. Tot overmaat van ramp wekte hij zelfs de West-Europese landen ook nog op om hun defensie te versterken. Gelukkig had die wenk geen enkele invloed op de regering van het Britse imperium.
Toen Den Doolaard in ons land iets dergelijks wilde doen door, na zijn uitwijzing uit Duitsland, een boekje te schrijven met de titel "Het hakenkruis boven Europa" kon hij er. maar moeilijk een uitgever voor vinden en het boekje werd maar heel slecht verkocht!
Ons volk bleef zich bezig houden met zijn problemen en dat op de eigen beperkte, nationaal-bekrompen manier.
Het wou rustl En - het zou allemaal wel meevallen!

P.S. Juist toen ik de drukproef van dit artikel kreeg had ik een opstel van Prof. Gerbrandy over ChurchiII gelezen. En daarin stond o.a. het volgende: "Niet lang vóór het uitbreken van de tweede wereldoorlog zei een Nederlands staatsman tegen mij: Churchill transponeert onze tijd geheel terug in het verleden, hij is bezig met de revisie van zijn boek over de jaren rond de eeuwwisseling van 1700 (over Marlborough, vier delen - CV") en ziet alle gebeurtenissen in het licht van het verleden: zijn woord is niet up-to-date."

Noot
1) In totaal werden van "Mein Kampf" negen miljoen exemplaren verkocht!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief