Discussie over dienstweigering (6)
1978-03-10
Het vermogen tot vereenzelviging- Jaargang 22
- nummer 10
De bereidheid om voor de landsverdediging de wapens op te nemen hangt af van de mate waarin men zich kan vereenzelvigen met het land en zijn belangen. Dit lijkt mij een gevolgtrekking uit het onderwijs van de Schrift. Hiermee is gezegd dat niet het pacifisme het eigenlijke punt van de discussie kan zijn. Dat er onder niet-christenen en christenen aarzelingen zijn ten aanzien van het gebruik van geweld in dienst van de overheid komt niet voort uit een groeiende vredelievendheid. Het pacifisme waaronder ik versta de principiële weigering om ter bereiking van welk doel dan ook van wapengeweld gebruik te maken - wordt m.i. ten onrechte als inzet van de discussie over dienstweigering aangevoerd. In werkelijkheid is het iets anders dat een beheersende rol speelt en dat is het vermogen tot vereenzelviging met het landsbelang.
In mijn zesde stelling heb ik destijds deze zaak aangeroerd. "Veel pacifisme berust op verzwakking en .verdwijning van het nationale besef; men voelt zich als volk geen eenheid meer." Nog sta ik achter deze stelling.
Alleen zou ik nu het woord 'pacifisme' niet meer gebruiken. 'Antimilitarisme' is juister. Met het woord 'pacifisme' typeren we onze tijdgeest allerminst. Men is wel degelijk bereid om geweld te gebruiken, is het niet om gewoon te vechten dan wel om te bekvechten. Men is bepaald strijdlustig.
Maar wapens opnemen ter verdediging van het land of het continentale belang is een andere zaak. Daarvoor moet men zich met het land of continent voldoende kunnen vereenzelvigen.
En daar wringt de schoen. Laat ik dat illustreren met een flarde van een radiodiscussie die ik onlangs hoorde en waarin iets gezegd werd dat tamelijk kenmerkend is voor onze tijd: "Normaal zijn - dat is: je zelf zijn." Bij zo'n zinnetje zie je de samenleving voor je ogen in elkaar storten. Waardoor is een volk een volk? Toch vooral vanwege een gezamenlijk doorgemaakte historie, waarin juist de algemeen aanvaarde normen zo'n grote rol hebben gespeeld. Maar dat zinnetje zegt: beantwoorden aan de norm - dat is iets wat ieder voor zich uitmaakt en om de norm te vinden behoeft ieder slechts z'n eigen wezen in kaart te brengen. Behalve dat' dit een vervloekt humanisme is, is het ook nog een vervloekt individualisme. Bij dit standpunt is geen gemenebest meer mogelijk Je ziet dan ook in onze tijd, dat de overheid meer als een 'zij' dan als een 'wij' ervaren wordt. "Dat moeten 'ze' betalen." Daar moeten 'ze' voor zorgen." De mentaliteit die hieruit spreekt is funest voor zoiets als de landsverdediging. Wie waagt z'n leven voor die onpersoonlijke 'ze' ?
Kritische solidariteit
Maar hoe zit het nu met ons christenen ? Want wij hebben ook groeiende moeite met de vereenzelviging. Echter, als het goed is, om heel andere redenen. Omdat wij de overheid zien als van God gegeven, zullen wij zo 1an~ mogelijk de solidariteit met haar bewaren. De situatie is daardoor denkbaar dat christenen het langst in ~ militaire d:ienst zullen zijn, omdat zij de overheid en de landsverdediging vanuit de ambtsgedachte benaderen.
Zeer hoge ambten en zeer verantwoordelijke taken kunnen hun vanwege deze benadering toevertrouwd worden. Zoals bijvoorbeeld een Daniël een zeer hoge post bekleedde in het Medisch-Perzische rijk van koning Darins (Dan. 6: 3). Dat kon omdat dat rijk in godsdienstig opzicht een .zekere neutraliteit aan de dag legde.
Zo is dat ook met onze overheden in het tijdperk van de secularisatie, dat wij doormaken. Zij streven, gegeven de situatie, een loffelijke neutraliteit na. Maar het is met die neutraliteit als met de stilstand van het water tussen vloed en eb; die duurt maar kort. Van christelijk wordt het antichristelijk. Dat zie je zelfs in Daniël 6, waar Daniël vanuit een staatsabsolutistische gedachte aangevallen wordt op zijn dienen van God. "Ieder die binnen dertig dagen een verzoek richt tot enige god of mens, behalve tot u, O koning, zal in de leeuwenkuil worden geworpen" (Dan. 6 : 8).
Christenen - in zoverre zij christenen zijn - zullen hun overheden op dit punt steeds kritisch toetsen, of zij ook over de antichristelijke schreef gaan. En daarvoor hebben zij de bijbel nodig, niet om die klakkeloos toe te passen, maar om vanuit een levende omgang ermee de eigen situatie waarin men staat geestelijk te leren beproeven; (dat mooie woord dat we bij geen enkel bijbel gebruik kunnen missen: beproeven of toetsen of geestelijk beoordelen).
Het kan wel niet anders of christenen zullen verschilden in de taxatie van wat in onze dagen gaande is. Men kan er meer of minder zonnig tegen aan kijken. Dat hangt zelfs samen met de plaats waar men woont in het land. Maar voor allen gemeenschappelijk zal, als het goed is, de oplettendheid zijn: in hoeverre zijn onze overheden machten der duisternis aan het worden, waarmee wij ons op geen enkele wijze meer kunnen vereenzelvigen?
Geen gemakkelijke vraag. We zullen bij de beantwoording ervan elkaar nodig hebben. "Samen met al de heiligen...".
Het christelijk eigene van ons probleem
Essentieel vind ik het inzicht dat wij ten aanzien van de dienstweigering dus met een geheel eigen christelijke problematiek te doen hebben, die wij [en diepste met niemand anders delen.
Wij zijn vanuit ons bijbelse denken niet anti-overheidsgezind, vinden zelfs dat een overheid christelijk kan zijn en stellen daarenboven genuanceerd vast dat dit is voorgekomen. Vanuit de ambtsgedachte gesproken kan de overheid op ons rekenen, ook als zij haar belang, de rechtsorde, gewapenderhand moet doorzetten. Maar deze overheid kan verduivelen tot een macht der duisternis, waardoor wij dan niet meer met een overheid à la Romeinen 13 te maken hebben, maar met een overheid à la Openbaring 13, het beest. Hoezeer echter dit christelijke nee verschilt van het wereldse antimilitarisme kan hieruit vooral blijken, dat het zich niet beperkt tot het militaire. Het nee zal dan een nee over de hele linie zijn. Niet de huichelachtige toestand dus, dat men wel de lusten, maar niet de lasten van de staat wil - iets waaraan ik me bepaald stoot in het huidige antimilitarisme! Dat men bijvoorbeeld een door de staat betaald ambt gebruikt om onder beroep op de vrijheid van meningsuiting het staatsgezag te ondermijnen. Hulde in dit verband aan die kerken in ons land, die in financieel opzicht geheel los van de overheid stonden en staan om zo in echte vrijheid ten aanzien van de overheden èn solidair èn kritisch te zijn. Nathan hoort niet van Davids tafel te eten, onverschillig of ze het eens zijn of niet.
Deze dingen zeg ik overigens niet om het echte, principiële pacifisme te bemoeilijken.
De overheid moet ruimte laten aan minderheden in het volk die om des gewetens wil afzien van elk gebruik van geweld, of het nu de landsverdediging of de persoonlijke noodweer betreft. Zulke gemoedsbezwaarden moeten niet worden lastig gevallen met consequenties die anderen voor hen trekken, bijvoorbeeld: dan kun je ook geen enkele overheidsbetrekking vervullen. Wel moet het gemoedsbezwaar getoetst worden op persoonlijke offerbereidheid (wat doe je als je op straat aangevallen wordt?).
De neutronenbom
Wat tenslotte de neutronenbom betreft nog dit. Wanneer je het militaire aspect van een staat accepteert, - zij het onder voorbehoud - wil dat nog niet zeggen dat je alle middelen ter verdediging op de koop toeneemt.
Ook hier kan de ambtsgedachte haar diensten weer bewijzen. Zij kan nl. behoeden voor tweeërlei automatisme, a) het automatisme van de bewapeningswedloop en b) het automatisme van slag en tegenslag.
Ad a) : Niet uiteindelijk de kracht van de potentiële tegenstander bepaalt wat een land zich ter gewapende verdediging aanschaft, maar de verantwoordelijkheid tegenover God en de naaste. Men behoeft de aanmaak en het bezit van moderne wapens niet te schuwen, maar de inspanning daarvoor kan vergeleken met de rest geheel onevenredig worden. 't Is als met verzekeren. Het is verantwoord je te dekken tegen bepaalde risico's, maar het is niet verantwoord om vanwege de hoogte der premies tot armoede te vervallen. Met evenredigheid bedoel ik dat behalve aan eigen . veiligheid ook aan de wereldarmoede gedacht moet worden. Overigens kan bewapeningsdrift alleen in toom gehouden worden door godsvertrouwen, dat trouwens iets anders is dan roekeloosheid.
'Vrees God en houd uw kruit droog.' Ad b): Als de vijand met het verschrikkelijkste wapen aanvalt, wil dat niet zeggen dat er teruggeslagen moet worden. Dat past wel in een oergeldingsdenken, maar niet in een ambtsdenken. Het kan zijn dat uit verantwoordelijkheidsoverweging van de tegenslag moet worden afgezien. In dat geval gaat onze cultuur ten onder zonder die van de tegenstander te hebben vernietigd. De winst is dan een vrij geweten en dat is niet helemaal niets. Men zal van hieruit mijn voorkeur voor de meer gepreciseerde neutronenbom kunnen verstaan. Het atoomwapen van tot dusver is te zeer een vergeldingswapen en heeft te weinig met strategie te maken. Het argument dat de neutronenbom de atoomdrempel verlaagt, past ook typisch in het automatisme van het vergeldingsdenken, Niet de actie van de vijand bepaalt de aard en de hevigheid van onze reactie. Hebben en gebruiken van het atoomwapen blijven twee. Het ambtsdenken staat daar tussen.
Maar ik ben er niet gerust op dat dit ambtsdenken de westerse legerleidingen wel beheerst. En hier stuiten we opnieuw op onze vreemdelingschap in deze moderne wereld. In militaire dienst gaan is inderdaad geen vanzelfsprekendheid meer. Maar - onze héle solidariteit met staat en maatschappij is daarmee aan de orde gesteld. Kom Here Jezus, ja, kom haastiglijk ! Hiermee beëindig ik voor mijn deel mijn discussie met drs K. Goudriaan. Ik ben zo ver mogelijk met hem mee gegaan in het doordenken van de mogelijkheid tot dienstweigering, zij het op mijn eigen wijze. Verder was het vooral het Schriftgebruik dat mij interesseerde.