Beoordeling van literatuur (4)

1979-05-25
  • Jaargang 23
  • nummer 21
Een poging tot analyse van "Witte Chrysanten"
(zie het vorige nummer van Opbouw)

Allereerst vraag ik uw begrip voor het feit, dat ik mij in een weekblad sterk beperken moet: ik kan toch geen zes bladzijden gaan vullen. Maar ik zal proberen de voornaamste zaken aan te geven. Opnieuw vraag ik uw aandacht voor het "wat" en het "hoe".

De "inhoud"
De belangrijkste gebeurtenissen zijn: M kwelt de ik-figuur en nog gemener diens vader. De ik heeft sterke wraakgevoelens, hij onderdrukt die, maar aan het eind is aan die wraaklust voldaan en dat geeft grote opluchting. Men zou kunnen spreken van twee verhalen: dat over vader en dat over ik; een verhaal in een verhaal.

Primaire reacties
Uiteraard kan ik de reacties van andere lezers niet voorspellen. Ik werd direct getroffen door het heel verhaal, maar ik verwacht dat velen het gedeelte over vader "mooi" zullen vinden en dat het andere afkeer, huiver, misschien wel afschuw oproept. Dat laatste verwacht ik vooral bij wie het héle verhaal leest: de fantasieën van de ik, hoe hij wraak wil nemen, het gruwelijke -gedrag van M, het feit dat hij vier keer op ruwe wijze vloekt, dat alles stoot af. Er is grote kans dat lezers dit een slecht, een immoreel verhaal vinden. Laten we eens verder kijken.

De verteltechniek
De lezer maakt alles mee vanuit de ik die zijn herinneringen vertelt; het verleden wordt bijna als een heden beleefd. De volgorde is hoofdzakelijk chronologisch met enkele onderbrekingen.
Er zijn drie hoofdgedeelten te onderscheiden. Het eerste beschrijft M en hoe hij de ik kwelt. Het tweede gaat over de vader. Elk van die delen vult iets minder dan een derde van het hele verhaal. De rest, iets meer dan een derde, wordt in beslag genomen door de psychische problemen van de ik en enkele zinvolle aanduidingen, bijvoorbeeld van de vrouw van M.
Tussen het eerste en tweede is ook in de wijze van vertellen een verrassend contrast. M wordt beschreven in korte zinnen, verdeeld over het verhaal van wat hij de ik aandoet. Bij dat laatste zijn gedeelten waarbij de tijd die tijdens de kwelling verloopt, ongeveer parallel loopt met de lezer is geneigd zich met de ik te vereenzelvigen.
Het andere deel is net andersom opgebouwd. De vader wordt uitvoerig en sympathiek getekend; de eigenlijke, tragische gebeurtenis wordt summier in de woorden van vader zelf weergegeven. Mede daardoor én door het contrast in uitvoerigheid dringt dés te dieper door wat vader heeft meegemaakt. Een fraai staaltje van verteltechniek: in de kortere gedeelten komt indringend naar voren wat voor iemand M is en wat hij vader aandoet; in de langere gedeelten leren wij indirect de ik kennen, zowel door wat hij ervaart als door zijn beschrijving van vader. Een heel knap geconstrueerde spiegeleffect.

Parallellen en contrasten
Behalve de hierboven genoemde zijn er meer overeenkomsten en tegenstellingen aan te wijzen.
De reactie van vader is tegengesteld aan die van de zoon. Vader leest in de Navolging van Christus, de zoon bezint zich op wraak. Maar het uiteindelijk resultaat vertoont veel overeenkomst: "vermijd kennismaking met mensen".
De sfeer rondom M is tegengesteld aan die bij de ik thuis, de martelkelder staat in contrast met de tuin, de winkel met de broeikas.
De ik voelt afschuw voor M maar volgt hem "als een geslagen hond die niet zonder zijn baas kan". Hij voelt liefde voor zijn vader maar hij kan die niet "navolgen".
Er is meer, maar ik moet het hierbij wel laten.

De grondgedachte?
De idee in het werk zou omschreven kunnen worden als: aangrijpende ervaringen kunnen het karakter van een mens vervormen zodat hij tot onmenselijke wraakgevoelens komt. De climax eindigt bij het graf van M: de witte chrysanten worden eerst murw getrapt! Die wraakzucht is een herkenbaar motief, de lezer kan ook door dit verhaal met zichzelf worden geconfronteerd. En déze keer is er van een lachspiegel of karikatuur geen sprake! De beoordeling van dit literaire werk kan inderdaad leiden tot een beoordeling door de lezer van zichzelf. De ik zegt zelf: "De wraak vergiftigt mijn denken".

Maar dat was nog slechts de buitenkant!
Wie "Witte chrysanten" alleen maar als een verhaal beschouwt, is nu wel zo ongeveer klaar. Het "hoe" en het "wat" zijn beide aan de orde geweest. Ik hoop dat uw oordeel nu gelijk luidt aan het mijne: een uitstekend verhaal.
Maar wie wat nauwkeuriger gelezen heeft, is misschien tot de ontdekking gekomen dat de zaak ingewikkelder is dan tot nu toe werd aangegeven.
Er komen woorden, begrippen en aanduidingen in voor die een goede lezer op zijn hoede doen zijn.

Er zit veel méér in!
Laat ik eerst eens enkele "trefwoorden" citeren: 'passie, onverzadigbaar, een machtige wil, hese stem, mateloos, hartstochtelijk, demonisch, hysterische uitbarsting, hysterische stupor (= verkramping). Die worden gebruikt in verband met M. Wat zijn vrouw betreft: bleekzuchtig, mager, ziekelijk, kwijnend, uitgeholde wangen, rode vlekken van opwinding, uitgeteerd, aangetast, vulgair.
De ik zegt van zichzelf: "ik ben nogal narcistisch".
Als we dan ook nog de kleuren wit, paars en rood tegenkomen, is er voldoende aanleiding het verhaal verder te bestuderen. Het beeld van M wordt steeds duidelijker: de kwelling van de ik lijkt haast een sexuele verkrachting, M bezoedelt de naam van een overledene door vuile praat over haar te vertellen ... , "hij drukte zijn benen tegen mij aan", en Juist op dát moment roept zijn vrouw hem, krijsend. Ook zij benadert de ik, maar op háár manier: "Kom vanavond jongen, vanavond is de ploert er niet".
Na de scène in de kelder is M uitbundig, o.a. gaat- hij staan dansen op een dieprode begonia die hij tot moes verplet. Rood is de kleur van de hartstocht! De ik is met zijn hoofd in gladiolen geduwd en veegt een donkerpaars sap van zijn gezicht. Paars is de kleur van schuld en boete.
(Vader levert witte chrysanten; wit wijst op zuiverheid) Er blijkt duidelijk een tweede laag in het verhaal aanwezig te zijn, een verslag van een psychische afwijking (hysterie) die haar oorzaak vindt in huwelijksfrustraties en die van fatale invloed is op de omgeving. Zelfs de vloeken passen daarin, hoe ruw ze ons ook mogen treffen: het lijkt dat M werkelijk Gods verdoemenis over zichzelf uitroept.
De ik weet zich niet aan de fatale invloed van M te ontworstelen. Al heeft hij een extatische vreugde gevoeld bij het bericht van M's dood, hij verzoent zich niet met de mensen. Hij zegt van zichzelf dat hij "narcistisch" is. Wat hij verder van zichzelf vertelt, past daar, psychologisch gezien, precies bij: hij kijkt neer op andere mensen. Symbolisch vinden we dat in het visionaire slot: "ik zweefde over de huizen en er waren geen daken op de huizen en als Asmodee kon ik in de kamers kijken en ik zag bleke, magere vrouwen met stroblond haar, in hoge kaplaarzen, die aan morsig ondergoed snuffelden, ik zag de wreedheid van het echtelijk verkeren, de stiekeme gedachten... uitgemergelde vrouwen, bleek en doorzichtig, wegterend en wegkwijnend, maar vol gretige lust ... het beeld van de algehele en meedogenloze ontbinding ... "
Maar de ik is daarboven verheven!

Dat lees je toch niet voor je plezier?
Ik hoop dat in elk geval één ding duidelijk is geworden: er kan in een verhaal wel meer, en ook wat ánders zitten dan we in eerste instantie menen. We moeten dan ook niet al te gauw met een oordeel klaar staan.
Literatuur vraagt om geestelijke inspanning. Deze (korte en onvolledige) analyse heeft mij wél enkele avonden gekost, maar ik zie dat als één van de bezigheden die God de mensen gegeven heeft, om zich er mee te vermoeien. Dat zei de Prediker ook al!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief