pastorale notities

1979-06-01
  • Jaargang 23
  • nummer 22
Laten we haar Sjaantje noemen; in de kerk kwam ze nooit, vanwege ouderdom en rheumatiek. Geestelijk had ze het ook moeilijk, ze geloofde niet dat ze behouden zou worden. Als ik haar de beloften aande Here voorlas, dan zuchtte ze, dat die voor haar niet waren.
Wanneer ik zei dat ze volharden moest in het gebed en dat de Here haar dan niet zou buitensluiten, Hij heeft zich immers gebonden aan zijn beloften? dan vermaande ze me: Ik deed wel gruwelijk tekort aan de vrijmachts Gods. Ook al zou ze bidden tot aan haar doodsnik, dan nog stond het God vrij om haar de deur te wijzen.
Jaren later hoorde ik dat ze met lof over me sprak en dat had ik allerminst verwacht. Toch kon ik me er niet over verheugen, want waarom prees ze mij? Ik had eens gezegd dat ze drie kastanjes in haar schortezak moest doen, dat wilde wel eens helpen tegen de rheumatiek.
Ze had het gedaan en sindsdien veel minder hinder ondervonden.
Op die kastanjes wil ik volgende week graag terugkomen, maar nu eerst dit: Jager schreef in het vorig nummer, dat van grote mannen de niet al te beste uitspraken het best onthouden worden. Wel, dat geldt zelfs van dominees. Ik heb al heel wat verhalen gehoord over predikanten.
Mijn grootvader vertelden ze. Mijn ouders ook en mensen die ik bezocht. Henk de Jong, de journalist, schreef er boekjes mee vol. Allemaal anecdotes, vaak heel komisch. Maar je hoort vrijwel nooit iemand zeggen: die dominee heeft mij geleerd om de Here maar gewoon te geloven op Zijn Woord.
De preken worden vergeten, in de regel al de zondag waarop ze gehouden zijn. Het is ook goed dat de Boodschap die we brengen, niet aan onze naam blijft hangen. Het woord van Jesaja, ook door Petrus aangehaald, krijgt voor jezelf een diepe zin: Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord des Heren blijft eeuwig. Onze preken zijn bloemetjes die maar één dag staan.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief