Gods zegen en zalving
2006-02-17
Dat gezondheid broos is hebben wij vorig jaar ervaren. Mijn vrouw Hilde (39) werd op 7 januari 2005 in een toestand van septische shock per ambulance naar de afdeling intensive care van het ziekenhuis te Meppel gereden. Ze kwam al gauw aan de beademingsmachine en andere apparatuur te liggen en de eerste twee weken was ze buiten kennis. In die weken zijn er meerdere momenten geweest dat ze het menselijkerwijs niet zou halen. Urosepsis en total failure waren enkele medische termen die mij ter ore kwamen.- Jaargang 50
- nummer 4
Samen met mijn dochter Eline (14) hadden we een kamer in het ziekenhuis waar we twee weken dag en nacht verbleven. Onze zoon Andre (19) kwam elke dag en onze Joost (10) verbleef bij vrienden van ons.
Een diep dal of een afgrond
Op een avond, toen we al op bed lagen, kwam de internist bij ons met de mededeling dat we rekening moesten houden met overlijden. Wat er dan door je heen gaat, is niet uit te leggen. Die dagen leefden we als gezin voortdurend tussen hoop en vrees. Zou Hilde blijven leven of zouden we zonder haar verder moeten. Op een avond liep de koorts op tot tegen de 43 graden. Het was hectisch op de afdeling en de verpleging vroeg ons om de familie te bellen omdat Hilde, naar het leek, zou overlijden. De familie is gekomen. Op dat moment sta je erbij en wordt je gebed versmald tot een herhaling van maar één woord: ‘Hélp’. Het diepe dal van Psalm 23 - onze trouwtekst - leek een afgrond te worden. Waar is God?, ging er door mij heen, maar ook: Zijn we dan toch simpelweg overgeleverd aan de grillen van de natuur? Geloven was een strijd, een worsteling geworden, waarbij soms geloof en vertrouwen boven lagen en soms ongeloof en wanhoop.
Het in Zijn handen leggen
Het was in die periode dat onze predikant ziekenzalving voorstelde en ik direct ‘ja’ zei. Dat wilde ik graag en het liefst zo gauw mogelijk. Hilde zou het ook willen, haar kennende. Het was een kwestie van gehoorzaam zijn - volgens Jakobus 5 - maar ook van ‘in Zijn handen geven’ en ‘bij de bron van het leven brengen’.
Op de avond van 15 januari waren onze predikant, onze kinderen en ik op de kamer van de intensieve care bij elkaar rondom het bed van Hilde die niet bij kennis was. Dominee Vervoorn had de bijeenkomst als volgt inhoud gegeven: gebed, zingen, schuldbelijdenis, genadeverkondiging, schiftlezing, gebed met handoplegging, zalving en zegenlied. Het was heel emotioneel en ontroerend om zo bij elkaar te zijn, om nooit te vergeten, God was op dat moment dichtbij en we voelden ons omringd door het gebed van velen. De ziekenzalving werd door onze predikant gegeven onder de woorden: “Hilde van Dijk-Verhoeff, ik zalf u in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest, opdat u de zalving van de Heilige Geest zult ontvangen, tot heling van al uw zwakheden, naar ziel, geest en lichaam”.
Laat het duidelijk zijn: we wisten op dat moment niet of Hilde zou blijven leven en die onzekerheid was en bleef onvoorstelbaar moeilijk. De ziekenzalving was geen garantie voor genezing, maar wel dat Hij erbij was.
We legden Hilde’s leven samen met onze angst in Zijn handen. We wilden het van Hem verwachten en Hij gaf ons Zijn zegen en zalving. Dat gaf temidden van alle angst en verdriet toch een bepaalde rust. We hadden alles in liefdevolle Vaderhanden gegeven. Wat ik die tijd heb ervaren als allerbelangrijkst en tegelijk allermoeilijkst is: het volledig uit handen geven, zowel door de ziekenzalving, alsook op andere momenten door schoorvoetend te zeggen: “Uw wil geschiede”. Dat lijken drie gemakkelijke woorden, maar als je maar één ding wilt: dat je vrouw - moeder van je kinderengeneest, zijn dat toch drie heel moeilijke woorden. Je wilt het wel in Zijn handen geven, maar onder de voorwaarde dat die handen genezend aan de slag gaan. Onvoorwaardelijk uit handen geven is, onder omstandigheden van leven en dood, misschien wel het allermoeilijkst. Toch is dat wat God wil. Het zal, denk ik, te maken hebben met de vraag: Wie vertrouw je en wie heb je lief boven alles? In theorie een gemakkelijk te beantwoorden vraag.
Opmerkelijk is dat het volgende telkens maar in mijn hoofd omging: ‘Hij zal en wil en kan in nood, zelfs bij het naderen van de dood volkomen uitkomst geven’. Dat was een bemoediging diep van binnen, een bemoediging die echter telkens strijd voerde met angst en die zich gemakkelijk liet wegredeneren door het verstand. Hilde was ook na de ziekenzalving nog steeds levensbedreigend ziek.
Zijn weg met ons
Toch mochten we de volgende dagen opmerkelijke tekenen van genezing zien. Zo gingen de longen uiteindelijk weer functioneren, evenals later haar nieren en andere organen. Ze kwam meer en meer los van de ‘apparaten’.
Na twee weken kwam ze heel langzaam bij kennis - dat duurde dagenwaarin ze aanvankelijk slechts wat ongecontroleerde geluiden maakte. Toen dacht ik - laat ik er niet omheen draaien - : ze is verstandelijk gehandicapt geworden. Dat was geen vreemde gedachte als je haar zo zag en hoorde. Ook artsen hadden hetzelfde vermoeden. Moesten we dan verder leven met een moeder die zo gehandicapt was? Had God haar maar een beetje genezen? Al eerder was mij door medechristenen voorgehouden: Als Zijn hand ergens aan begint, dan zal Hij het ook afmaken. Hilde mocht na 6 weken op de intensive care, via een gewone afdeling, naar een revalidatiecentrum. Al met al mocht ze na drie maanden thuis verder revalideren. Inmiddels gaat het goed en zijn er slechts minimale lichamelijke restverschijnselen. We mochten vorig voorjaar ons 20 jarig huwelijk vieren, met grote dankbaarheid.
Hilde is niet genezen als gevolg van een magisch ritueel, want dat is ziekenzalving niet. De Here heeft in Zijn genade en almacht genezing gegeven. Dat kan ik niet verklaren of narekenen, we hebben het niet verdiend. Evenmin kan ik verklaren of narekenen waarom anderen - al of niet na ziekenzalving - niet genezen.
Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl
| Een bron voor ziekenzalving Met dit beeld symboliseert Jannie Slingerland Jezus als Bron, maar ook Jezus zelf zittend aan de bron, wachtend op ons komen. De figuur aan zijn voeten is gekomen. In Jakobus 5:14 staat dat we ook bij ziekte naar de voorganger mogen gaan en dat deze ons met olie mag zalven en met ons mag bidden om genezing. Verder mogen we het aan onze grote geneesheer zelf overlaten. Het beeld is uitgevoerd in witte grove chamotteklei. In deze uitvoering is het niet geschikt om als object bij ziekenzalving te gebruiken. Het plan is om het in duurzaam brons te gieten. Ziekenzalving is een zaak van de gemeente en vindt bij voorkeur plaats in een viering. Maar ook al zou zalving op de intensive care van een ziekenhuis plaatsvinden, dan is het goed als daarbij iets gebruikt wordt, dat een plaats heeft in de gemeente. Omdat het een vrij kostbaar stuk zal worden, is het wenselijk dat er meer gemeenten aan mee doen. Belangstellende gemeenten of predikanten kunnen contact met dominee Vervoorn opnemen. Zie ook http://www.ngk.nl/steenwijk/ ziekenzalving |