Het C.D.A en de zonde

1978-06-30
  • Jaargang 22
  • nummer 26
Aanleiding
De aanleiding om na te denken en te schrijven over bovenstaand onderwerp ligt in de affaire Lubbers en in wat ik gemakshalve maar noem de zaak van de koopsompolissen. Wat het laatste betreft heeft de Tweede Kamer een commissie benoemd, de commissie-Hofstra, die moet nagaan of politici koopsompolissen hebben gekocht, daarbij gebruik makend van mazen in de wet en gebruik makend van voorwetenschap uit hoofde van een functie. Is er ongeoorloofd belastingvoordeel geweest? Zijn er belastingtrucs toegepast?
Dat zal allemaal wel uitgebreid en eerlijk uitgezocht en uit de doeken gedaan worden.
Dieper en voor ons allen van meer belang is de vraag naar de zonde in deze dingen. De vraag naar de oorsprong, omvang en radicaliteit van de zonde staat nu niet in het centrum van de belangstelling. Maar christenen, die zich niet laten leiden door sensatiezucht van het ogenblik kunnen er toch niet aanontkomen indit verband over de omvang van de zonde na te denken.
Is het geoorloofd een 'oneigenlijk' gebruik te maken van de fiscale wetten?
Dat raakt meer mensen dan politici. Het raakt ook meer mensen dan beroepsprofiteurs.
De gemoederen over deze affaires zijn een beetje bedaard.
Althans leven we wat dit betreft in een windstilte. Daarom is het moment wel geschikt om naar de achterliggende problemen te vragen.

Verkiezingen
Aanvankelijk kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat er zowel in de zaak van koopsompolissen als in de zaak Lubbers pogingen werden gedaan om verkiezingspropaganda te bedrijven en dan met name propaganda tegen het C.D.A Die indruk is trouwens nog niet helemaal weg.
Het eerste artikel dat de mogelijkheid opperde dat er door C.D.A-politici in hoofdzaak ernstig misbruik was gemaakt van mazen in de wet door die koopsompolissen is geschreven door een journalist van het Parool, Van Wijnen. Dat was in het vroege najaar van 1977. Er is toen bijzonder weinig aandacht aan die beschuldiging besteed. Maar toen was drs J. den Uyl nog aan het proberen om een kabinet te vormen. Later schreven de belastinginspecteurs aan de Tweede Kamer en vroegen om een onderzoek naar de waarheid van de bewering van Van Wijnen. Toen brak ineens een storm los. Waarom zo laat? Waarom toen pas? Het was intussen duidelijk geworden dat het tweede kabinet Den Uyl er niet komen zou, althans voorlopig niet. Als wantrouwig toeschouwer vraag je dan: is hier sprake van selectieve verontwaardiging?
De affaire Lubbers is al tamelijk oud. De Haagse Post (rood) bracht die aan het licht. Maar dat gebeurde pas toen Lubbers als paradepaardje van Den Uyl had afgedaan. Een van de mensen die een rol speelde bij het aan het licht brengen vna beide affaires was Flip de Kam. Een schrijver in de Haagse Post en lid van de Tweede Kamer zo lang Den Uyl nog aan het formeren en het regeren was. Als Kamerlid had hij heel gewoon vragen kunnen stellen in de geest van 'Is het de minister bekend dat ... enz.' Het antwoord had heel gewoon ja kunnen zijn. Want het was de minister bekend. Maar dat gebeurt niet. Pas als De Kam het veld heeft moeten ruimen voor het schaduwkabinet van Den Uyl en Lubbers geen pion meer was om het C.D.A in te pakken, ging de Haagse Post schrijven over de handel en wandel van Lubbers. De Haagse Post zegt dan wel dat ze dat óók gedaan zouden hebben als Lubbers minister was geworden in een tweede kabinet Den Uyl-Van Agt, maar is het niet erg veel gevraagd van onnozele lezers om dat te aanvaarden? De Kam had ook de gelegenheid om als Kamerlid wat te doen aan de affaire van de koopsompolissen. Maar hij deed het niet. Waarom niet?
Zou het echt allemaal niets met verkiezingen te maken hebben?

Rooms-Katholieke moraal
Een vraag die al meer dan eens gesteld is en die echt ook wel om een antwoord roept is deze: komen dit soort affaires meer voor in Rooms- Katholieke kringen dan in andere groeperingen? En als het antwoord 'ja' zou moeten zijn dan dient naar de oorzaak daarvan gezocht te worden. Is er een Roomse moraal? Is er een Calvinistische moraal? Verklaart het verschil tussen die beide ook dat er meer Rooms-Katholieke-C.D.A.-ers betrokken zijn bij de affaires dan niet-Rooms-Katholieke-C.D.A.-ers? Als die vraag met 'ja' beantwoordt moet worden is er dan ook 'een zonde van het C.D.A.'?
Hebben we een ethisch reveil nodig? Er is een verwording van het leven aan de gang die op alle terreinen van het leven merkbaar is. Hoe komt het echter dat we de ene zonde kennelijk erger vinden dan de andere?
Is zonde met geld ernstiger dan zonde in het huwelijk? Mag een Kamerlid wel dronken in de Kamer aanwezig zijn, maar geen koopsompolis hebben?
Mag hij wel voor abortus zijn? Mag het wel gewoonte worden onder beroepspolitici om te scheiden? Is er een dubbele moraal? Eén voor politici en één voor niet-politici?
Steenkamp schat dat er een circuit is van zwart geld van ongeveer 15 miljard gulden. Een ongelooflijk bedrag. Dat bewijst, als het getal juist is, dat men in het algemeen in ons land nogal wat belastingen ontduikt. Het is dan ook geen wonder dat de belastinginspecteurs een klacht stuurden naar de Tweede Kamer. Maar mag een Kamerlid niet wat een gewone Nederlander wel mag? Mogen wij door de mazen van de wet kruipen? Zijn we zó hypocriet dat we anderen niet toestaan wat we zelf wel doen?

Excuses
Algemeen of bijna algemeen was de afkeuring. Hoe men ook verklaarde en van welke politieke kleur men ook was, de communis opinio is dat het niet geoorloofd is, althans voor politici, om door de mazen van de wet te kruipen. Dat zei men als men commentaar leverde op de koopsompolissen en ook bij de affaire Lubbers.
Van één uitzondering heb ik kennis kunnen nemen. Er was een schrijver van een ingezonden stuk in 'Trouw', die stelde dat het de taak van de overheid was om wetten te maken. Als de overheid dat niet goed deed en niet zorgde voor wetten zonder mazen, dan was het aan de onderdaan toegestaan om door de mazen van de wet te kruipen. Ik geef het weer met eigen woorden.
Het was een eenzame stem. Gelukkig. Want deze mening getuigt van een houding tegenover de overheid, die in ieder geval een christen niet past.
Men maakt van overheid en onderdaan twee partijen, die tegenover elkaar staan. Als de ene partij niet slim genoeg is, dan mag de andere partij daar wel gebruik van maken, In feite is dit de houding van veel mensen, zo niet de meeste. Maar het is niet de behoorlijke gehoorzaamheid, die de Heidelberger van ons vraagt. Een behoorlijke gehoorzaamheid die met zich mee brengt dat men de zwakheid en de gebreken van degenen, die over ons gesteld zijn geduld hebben. Van een eventuele zwakheid in de wetgeving gebruik maken is ongeoorloofd, ook al staat de overheid het zelf toe.
Als Lubbers gaat verklaren dan brengt hij de emancipatie van de Rooms- Katholieken ter sprake. En die verklaring dient dan ook als verontschuldiging. Als excuus. Lubbers is dus een Rooms-Katholiek die zelf van mening is dat er een typische roomse houding is in dit soort vragen. Het zijn dus echt niet de kwalijk denkenden antipapisten, die van mening zijn dat er een specifieke roomse moraal is. Rooms-Katholieken zelf vinden dat ook. En waarom zouden ze ook niet?
Lubbers zegt: 'de emancipatie van de katholieken is vooral via het bedrijfsleven tot stand gekomen. Veel katholieke politici zijn daaruit afkomstig en hebben hun instelling als ondernemer meegenomen in de politiek.' Lubbers doet in ieder geval een poging tot verklaring. Maar meer dan een poging is het niet. Wat hij zegt lijkt me historisch ook niet te verdedigen.
Het zal wel waar zijn dat veel ondernemers katholiek zijn, maar dat zo iets te maken zou hebben met de katholieke emancipatie zou ik eerst wel eens aangetoond willen zien. Als we denken aan de katholieke emancipatie denken we toch eerder aan-Schaepman en Ariëns dan aan de Regout's.
Stel dat Lubbers gelijk zou hebben: wat is in vredes naam dan een 'instel-.
ling als ondernemer'? Is dat een onfatsoenlijke instelling? Is de mentaliteit van de werkgever hetzelfde als de mentaliteit van een wetsovertreder of van een dief? Het lijkt me dat in zulk een uitspraak van Lubbers meer invloed van Marx te onderkennen is dan van Rerum Novarum of van Quadragesimo Anno. Lubbers heeft zich door de Marxisten laten aanpraten dat de mentaliteit van de ondernemer er een is van minder allooi.
En dat is, gedacht vanuit de H. Schrift, gewoon niet waar. Een werkgever is niet vromer dan een werknemer, zoals men vroeger wel gedacht heeft. Voor de emancipatie. Maar een werknemer is ook niet vromer dan een werkgever, al zegt men dat wel vaak tegenwoordig.
Van Berkouwer heb ik geleerd dat aan de zonde inherent is het zoeken van verontschuldigingen. We zijn daarin ontaard vindingrijk. We weten steeds verzachtende omstandigheden te vinden. Dat is ten diepste niet anders dan een zich willen uitpraten onder de ernst van de schuld. Met schuld kan een mens niet leven. Dat is waar. Daarom probeert hij zich er onderuit te praten, naar het oude recept van Adam en zijn vrouw in het paradijs. Maar van de schuld worden we alleen bevrijd door Jezus Christus en de grote bevrijding ligt in het belijden van onze schuld. Niet in het zoeken van verontschuldigingen. Die zijn er soms wel. Maar ze gelden niet tegenover de Heer.
(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief