pastorale notities

1979-06-08
  • Jaargang 23
  • nummer 23
Over Sjaantje vertelde ik vorige week. Zij droeg drie kastanjes bij zich, tegen de rheumatiek. Ze zei, dat ik haar dat aangeraden had.
Dan moet ik dat eens voor de grap gezegd hebben. Maar zij heeft gedacht: het is te proberen. Zo'n dominee weet er veel van, hij heeft gestudeerd, net als een dokter. Vroeger hadden sommige predikanten een grote naam op het gebied van kwakzalverij. Ik heb nog wel eens zo’n oude ambtsbroeder bezig gezien. ’s Zondags had hij gepreekt, ’s maandags kwam op zijn logeeradres het houten koffertje op tafel met de flesjes en de zakjes met kruiden. Hij had het er maar druk mee. Aan patiënten geen gebrek.
Je had toen ook nog de "boertjes"; van Staphorst bijvoorbeeld. Tegenwoordig hoor je er niet meer van. Onze tijd is vriendelijker met woorden; er zijn geen kwakzalvers meer, maar paranormale genezers. En ze hebben gestudeerd hoor! Het zijn echte dokters, ze hebben in Amerika gestudeerd. De mensen geven de adressen aan elkaar door. Van allerlei strijkers en kijkers met kruiden en kuren. Sommigen hebben een oorlogsverleden. Het schijnt hun geloofwaardigheid alleen maar te bevorderen. Men verwacht het van het paranormale, óf, en dat is weer een ander terrein: van de natuur. Natuurgeneeswijzen, natuurpreparaten, ik ben bang dat de "natuur" een nieuwe afgod wordt. Is het dan nooit opgevallen, dat Jakobus ons een verwijsbrief geeft voor de ouderlingen der gemeente? Niet omdat die verstand hebben van druppels en pillen, maar omdat zij met en voor je bidden willen en dan verandert er wat! Laten wij tegenover al die oncontroleerbare verhalen over resultaten van obscure genezers eens wat meer vertellen aan de mensen over de Here, hoe Hij genezing gaf op het gelovig gebed.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief