Gelezen in Zefanja

1979-06-15
  • Jaargang 23
  • nummer 24
Zefanja is een vrij onbekende profeet.
Zijn boodschap bevat ook niets nieuws. Wat hij profeteren moet is ook door anderen naar voren gebracht. En wat zijn persoon betreft, ook al vermeldt de bijbel de naam van zijn vader, Zefanja is een onbekende.
Dat neemt niet weg dat het de moeite waard is dit bijbelboek eens achter elkaar te lezen. Want ook al bevat dit boek geen andere boodschap dan andere profetieën, het is er niet minder aktueel om.
Ik wil op twee gedeelten wijzen: 1 : 2 en 3 èn 3 : 9 t/m 13. In deze twee gedeelten komt de eigenlijke inhoud van Zefanja's profetie naar voren.
Eerst hoofdstuk 1 : 2 en 3 (WilIibrord Vertaling): "Alles zal Ik van de aardbodem wegvagen, zo luid de godsspraak van Jahweh.
Wegvagen zal Ik mens en dier, wegvagen zal Ik de vogels in de lucht en de vissen in de zee en de ergernissen, tezamen met de boosdoeners.
Ik zal de mensen van de aardbodem wegruimen, zo luidt de godsspraak van Jahweh."
Hierin wordt duidelijk Gods oordeel aangekondigd. God komt met Zijn straffen. En deze boodschap is gericht aan kerkmensen, verbondskinderen, "omdat ze hebben gezondigd" (vers 17). God is vertoornd, Hij dreigt omdat Zijn kinderen Hem de rug toekeren.
Er zijn mensen die Gods woorden niet eens serieus nemen. Immers, wat is er van Gods dreigingen terecht gekomen? Is alles van de aardbodem weggevaagd. Nee toch?

Is het dan zo'n wonder dat de mensen tijdens Zefanja's optreden zeggen (1: 12): "Jahweh doet goed noch kwaad". Het zal wel loslopen, zo denkt men.
En wij, denken wij vaak niet precies zo? Verdelging van anderen, dat kan nog, maar vernietiging van ons? Dat ligt buiten ons gezichtsveld.
En Zefanja lijkt aan onze kant te staan, want in hoofdstuk 3 : 9 e.v. komt hij met beloften. Dit is het tweede gedeelte van dit boek waar ik even de aandacht voor wil vragen: "Maar voorwaar, dan geef Ik mijn volk andere lippen, reine lippen, om allen de naam van Jahweh aan te roepen ..• Dan laat Ik binnen uw muren alleen nog over een ootmoedig, bescheiden volk, dat zijn toevlucht vindt bij de naam van Jahweh, de rest van I s r a ë I..."
U moet dit hele gedeelte eens lezen.
Het loop tuit op de belofte dat een rest behouden zal worden.
Een ootmoedig volk blijft over.
Een rest ontkomt aan het oordeel.
En tot die rest behoren wij toch?
Of denkt U dat U er niet bij hoort?
En dus zitten we weer goed en is die oordeelsaankondiging uit hoofdstuk 1niet voor ons.

Of toch?
Zeker, de bijbel is erg duidelijk.
God zorgt er voor dat gelovigen worden behouden. Hij zorgt er Zelf voor dat er mensen blijven die Hem willen dienen (3 : 9) en Hem zullen aanbidden (3 : 10).
Maar dat betekent niet dat we Gods dreigende woorden voor kennisgeving kunnen aannemen en opbergen.
Want "rest zijn" betekent (3 : 13): "Zij zullen geen onrecht meer doen en geen onwaarheid meer spreken; in hun mond is geen tong die bedriegt ... "
Rest-zijn moet blijken!
Heel concreet in het leven van elke dag.
Een ootmoedig volk wordt behouden, maar waar zijn de ootmoedigen die eens achter hun televisietoestel vandaan komen om zich in te zetten voor het recht van verdrukten?

Zefanja zegt het in vers 13 wat negatief: drie keer géén. Laat ik het zó vertalen: "Zij zullen zich inzetten voor het recht van de ander, ze zullen de waarheid spreken en voor die waarheid uitkomen ook al kost het hen hun positie, ze openen hun mond voor het uitdragen van het evangelie . . ."
Rest-zijn ben je altijd met een ander, met meerderen.
Rest-zijn is niet zoiets als elite-zijn.
Rest-zijn is zachtmoedig-zijn en barmhartig en nederig en ...
Dat alles is bepalend voor de vraag of wij tot die rest behoren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief