Henk de Jong over zonde en vergeving
2012-04-28
‘Als u de zonden blijft gedenken, HEER, wie houdt dan stand?’, zo luidt de verzuchting in Psalm 130. Een opvallende regel, want vrij zelden gaat het in de psalmen over zonde en vergeving – vaker over vijanden. Maar als het over zonde gaat lijkt ons bestaan er meer mee gemoeid dan bij de dreiging van vijanden of ziekte. - Jaargang 56
- nummer 9
Of is dat een erg zware en sombere voorstelling van zaken vanuit een te negatief mensbeeld? Drs. Henk de Jong, emeritus predikant van NGK Zeist, meent van niet. En hij schreef een boekje over het thema ‘vergeving als de kern van het christelijk geloof’ met drie Bijbelstudies rond dit thema.
Drieslag
De eerste is de geschiedenis van de zonde met het gouden kalf (Exodus 32-34), gevolgd door een hoofdstuk over het nieuwe verbond (Jeremia 31) en ten slotte iets over Gods gerechtigheid die in Christus zichtbaar werd (Romeinen 3). De rode draad is die van zonde en vergeving.
Gevecht
Vooral in het eerste deel wordt nauwgezet de tekst gevolgd, waarbij De Jong je meeneemt door de hoofdstukken Exodus 32-34. Daar wordt verhaald hoe Israël de verbintenis met God onder hoogspanning zet door de fabricage en verering van een stierbeeld. De Jong typeert het als de zondeval binnen het Sinaï-verbond en hij vergelijkt het met een bruid die op de huwelijksdag met een andere man in bed duikt.
In het vervolg ben je getuige van een hartstochtelijk pleidooi van Mozes voor het behoud van Israël, waarbij Gods gekwetstheid zorgt voor grote dreiging. Vergaand is het voorstel van middelaar Mozes om zelf te sterven ten behoeve van zijn volk, iets wat God afwijst.
Duidelijk in deze hoofdstukken wordt dat vergeving moet worden bevochten, waarbij ook God veel moet overwinnen voordat er voor het volk een weg verder komt.
Mooie details
Dit gedeelte is rijk aan kanttekeningen bij de tekst van Exodus 32-34 – een boeiende kant aan het werk van De Jong. Bijvoorbeeld de gedachte dat beeldendienst een reductie van God is, waarmee je God te zeer vastpint op één aspect, zoals zijn kracht. Of de opmerking dat de berg in de Bijbel vaak een aanduiding is van de hemel. In het tweede hoofdstuk, als het gaat om de rest van Israël, wijst De Jong erop dat ‘de rest’ een dynamisch begrip is, met ook de potentie om te groeien.
De volheid, die meekomt in een getal als 7.000 (1 Koningen 19) wijst op die dynamiek. Ook boeiend is de gedachte dat een term als ‘verbond’ bij veelvuldig (kerkelijk) gebruik een geslotenheid naar de wereld kan oproepen, iets wat je brengt bij het feit dat taal een gesloten en ongastvrije trek kan hebben.
Kortom, deze en andere details geven dit boekje over vergeving bij voorbaat een meerwaarde.
Onvanzelfsprekend
Als het gaat om de eigenlijke thematiek van het boek stelt De Jong dat we als kerken bij de kern van ons geloof – dat God ons om Christus’ wil de zonden vergeeft – zijn weggeraakt. De impact van de zonde (juist ook in de verhouding tot God) wordt in brede kring onderschat en de noodzaak van vergeving en verzoening dringt tot de moderne (kerk)mens nauwelijks door, zo is zijn inschatting. In zijn boekje werpt hij daarom een Bijbelse wal op tegen deze vervlakking van het evangelie. Die insteek is prikkelend genoeg om er zelf mee aan het werk te gaan. Hoe existentieel is de ervaring van zonde, schuld en vergeving in ons eigen leven en hoe diep en concreet zijn mijn/onze gebeden op dit punt?
‘Wie zit er vandaag nog met zijn zonden?’, zo schrijft De Jong op p.107.
Gesprek van hart tot hart
Een vraag is wel hoeveel gespreksruimte De Jong in zijn boekje weet te creëren. Een passage op p.92 ervaar ik meer als massief dan als uitnodigend: ‘Tot in het binnenste van de kerk toe is er vandaag een groeiend verzet gaande tegen wat ik zie als de kern van de Bijbelse boodschap: het evangelie van de verzoening door de voldoening’. Is dat niet te stellig? Zitten er Bijbels gezien aan de dood van Jezus niet meer kanten: ernst van de zonde (de mens is tot alles in staat!), Gods nabijheid in de dood, zo lief heeft God de wereld gehad, Jezus liefde voor zijn vrienden, overwinning op de machten en meer.
Verder ben ik wel nieuwsgierig naar deze door De Jong bedoelde (kerk) mensen. Hoe zouden zij – zonder die boodschap van verzoening in Jezus – omgaan met eigen falen, mislukking, tekortschieten in liefde voor God en mensen en ga maar door. Zowel Bijbels als pastoraal gezien is het toch steeds weer zoeken naar de ruimte voor een gesprek van hart tot hart. Het zou jammer zijn als je met dit boekje zou blijven steken in een theologische discussie, maar ondenkbaar is het niet.
Koninkrijk van God
Opvallend in het licht van wat De Jong aanwijst als de kern van de Bijbelse boodschap (vergeving) vind ik dat Jezus begint met de verkondiging van Gods Koninkrijk, En dat onder mensen, die lijden onder de duizend-en een gevolgen van de zonde. Is de kern van de Bijbelse boodschap dan ook niet dat die heilzame invloedssfeer van God alom manifest zal worden op aarde – alle dingen nieuw en God die woont bij de mensen? Het opruimen van de grootste blokkade – die van de zonde – is binnen dat kader een groots verlossingswerk! Maar als de kern van het christelijk geloof zie ik de komst van het Koninkrijk.
Als het in dit boek gaat over die kern mis ik de betekenis van schepping en herschepping. Dat zal niet losstaan van het feit dat ook in het zandlopermodel weinig merkbaar wordt van de blijvende betekenis van Gods scheppingswerk (Psalm 8, 19). Misschien dat daardoor het perspectief van de herschepping van deze wereld beperkt blijft. De nieuwtestamentische verbreding naar volken en wereld wijst wel in die richting, maar vlammen doet dat perspectief niet (p.60).
Vergeving – verzoening
Een vraag die ik al lezend niet kwijt raakte was waarom het boekje ‘Vergeving’ en niet ‘Verzoening’ heet. In het Oude Testament gaat het toch over de ‘dienst van de verzoening’ en Paulus heeft het over de bediening van de verzoening. En hij schrijft ook dat God ‘In Christus de wereld met zichzelf verzoende’. Zou je kunnen zeggen dat de verzoening de ruimte geeft waarbinnen mensen Gods vergeving mogen beleven en doorgeven?
En ook de ruimte om in de kracht van de Geest te werken aan de gevolgen van de zonde. Vergeven en vergeten!
Want de zonde heeft een lange staart.
Verzekering
Ook het laatste hoofdstuk (verzoening en geweten) heeft prikkelende passages.
Verzoening door voldoening brengt de aanklacht van het geweten tot rust, zo betoogt De Jong. De vergeving ‘om niet’ zou zijns inziens veel gevoeliger zijn voor de vraag of de vergeving wel ‘echt waar’ was.
Nu ligt er de verzekering dat de prijs is betaald. Als een schok die het geweten tot rust brengt. Of het in de geloofspraktijk zo werkt, betwijfel ik.
De verkondiging van het ‘dat’ van de verzoening en de verzekering van Gods Geest stillen eerder de twijfels, zo schat ik in.
Er is ook wel het een en ander dat me vreemd is. De Jong schrijft ergens in het laatste hoofdstuk: ‘Gods toorn doodde Christus, maar doodde Christus als zoenoffer’. Vreemd, omdat het verdergaat dan wat ik in het Nieuwe Testament vind. Het vertrouwde ‘De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem’ is me liever – juist in zijn terughoudendheid.
N.a.v. Drs. H. de Jong (2012), Vergeving, de kern van het christelijk geloof.
Van Wijnen, Franeker. 114p. € 12,95.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.