De jongen met het petje

2012-04-28
  • Jaargang 56
  • nummer 9
Natuurlijk doen we allemaal ons best om kerkdiensten aansprekend te laten zijn. Het laatste wat we immers willen is dat de inhoud van het evangelie niet tot klinken zou komen als gevolg van de vorm waarin wij de boodschap aanbieden. Toch zal ik niet de enige zijn die ook wel eens denkt: ‘Is dit het nou, moeten we het hiervan verwachten?’ En natuurlijk weten we dan wel dat dat niet zo is, maar toch: we zijn in doorsnee nogal bezig met het aantrekkelijk maken van onze diensten.
Tegen deze achtergrond trof mij een stukje in De Waarheidsvriend van 22 maart, van de hand van dr. W. Dekker (hoofd vorming en educatie van de IZB). Op een avond, toen hij sprak naar aanleiding van zijn boek Marginaal en missionair, gebeurde het:

Te midden van veel grijze kopjes viel hij al snel op: een jongen van een jaar of achttien met een petje op. Het duurde even voor hij wat zei, maar zijn bijdrage aan de bezinningsavond overtrof die van de ouderen.
Een aantal weken daarvoor was tot me doorgedrongen dat petjes een rage onder sommige jongeren zijn. Zij dragen ze niet alleen op straat, maar houden ze ook binnen op. Zo zat hij dus vrij vooraan van onder zijn klep mij aan te kijken, terwijl ik een verhaal hield over de marginale kerk, die tegelijk geroepen is missionair te zijn.
Het betrof een bezinningsavond van een gemeente in het midden van de Protestantse Kerk, met een evangelische inslag.
Na de pauze kwamen de tongen los en verschillende ouderen uitten hun zorg over de kerkelijke betrokkenheid van de jongere generatie en deden voorstellen om vooral de kerkdiensten voor jongeren wat meer laagdrempelig te maken.
Een vreemd gesprek, want de enige jongere in de zaal, de jongen met het petje, zweeg nog steeds, terwijl het toch over hem en zijn leeftijdgenoten ging.
Totdat iemand vroeg: wat vindt de vertegenwoordiger van onze jongeren er zelf van?
Het antwoord was even direct als leerzaam: ‘Ik begrijp niet zo goed wat jullie allemaal van plan zijn te verbouwen’, zei hij. ‘Jongeren kunnen en willen prima naar een verhaal luisteren op zondag, maar wij letten op twee dingen: overtuiging en emotie. Als die twee dingen in orde zijn, kan er volgens ons niet zoveel misgaan verder.’ Nu heb je als theoloog hier natuurlijk al gauw weer wat op te zeggen, maar gelukkig hield ik me in. Daardoor konden we in ieder geval met elkaar constateren dat de jongen met het petje meteen een verdiepingsslag in de discussie aanbracht.
Het valt me vaker op tijdens gemeenteavonden dat ouderen het snel hebben over vormen wanneer ze nadenken over de toekomst van de kerk.
Ik ben zelf ook niet iemand die zegt dat de vormen er niet toe doen. Toch sloeg de jongen met het petje de spijker op de kop en vond ik het opmerkelijk dat hij en niet een oudere als eerste met deze opmerking kwam.
Uiteraard hebben we nog wel even doorgepraat over wat hij dan precies met overtuiging en emotie bedoelde.
Wanneer ik het in mijn eigen woorden vertaal, kwam het hier op neer: in alles moet duidelijk worden dat de voorganger niet bezig is met een routineklus.
Hij moet er zowel met zijn verstand als met zijn gevoel helemaal bij zijn.
Het woord overtuiging heeft te maken met het verstand en met het hart. De voorganger spreekt met overtuiging over dingen waarover hij heeft nagedacht en waar hij helemaal achter staat. Het woord emotie heeft te maken met de beleving. Passie, ontroering, boosheid, vreugde moeten, verbonden met de inhoud, worden gecommuniceerd, want dat maakt de inhoud levensecht.
Hangt dan alles weer af van de voorganger? Ja en nee. Er hangt inderdaad veel af van de voorganger.
Daar moet deze ook niet voor weglopen.
Tegelijk is er sprake van een wisselwerking tussen gemeente en voorganger. Omdat ik ’s zondags elke keer in een andere gemeente ben, voel ik zelf het verschil heel sterk. In de ene gemeente kom ik los, omdat ik sterke betrokkenheid voel: bij de koster, de organist, de kerkenraadsleden, de gemeente die luistert, zingt, bidt. In de andere gemeente moet ik opletten niet geblokkeerd te raken, omdat er bijvoorbeeld meteen al in de consistoriekamer een doodse sfeer heerst.
Overtuiging en emotie hebben beide natuurlijk ten diepste te maken met de Heilige Geest. Maar niet alleen, het gaat ook om bewustwording van hoe we overkomen, het eigene van het communicatieproces. Dit geldt zowel gemeente als voorganger.
Eerlijk gezegd vond ik het antwoord van de jongen met het petje ook vertroostend. Ik dacht even: zo eenvoudig is het dus ten diepste ook nog eens. Missionair gemeente-zijn begint met overtuiging en beleving.
Daar hoef je geen geleerde handboeken voor gelezen te hebben.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief