De dag rijst brood
1978-03-24
Lang voor de middeleeuwen zongen de vrome monniken talloze paasliederen.- Jaargang 22
- nummer 12
Ze gebruikten het Latijn, toen nog een wereldtaal in de kerk, die onze voorouders best hebben' begrepen. Onder die voormiddeleeuwse kerkliederen hoort ook het Aurora Lucis Rutilat. Beginwoorden van het lied: De dageraad kleurt rood.
Het lied is ruim veertien eeuwen oud en de maker is, zoals van de meeste kerkelijke gebruikwoo11Werpen uit die tijd, onbekend gebleven. Het heeft zijn onbekende dichter overleefd: het wordt vandaag nog gezongen. U vindt het in het Liedboek voor de Kerken onder nummer 197. Het is opnieuw berijmd door de dichter J. W. Schulte Nordholt, geboren 1920, hoogleraar te Leiden, aansprakelijk voor een vrij groot aantal liederen in het Liedboek.
De melodie stamt uit een Cisterciënzer klooster en dateert uit de 12de eeuw. Die melodie - wel, beziet u ze maar eens: ze heeft geen kruisen en geen mollen, begint met a en eindigt met g - is een merkwaardig voorbeeld van voormiddeleeuwse kerkzang.
Als u de slotnoot als centrale noot beziet - en dat doen we bij latere anti elke liederen, ook bij de psalmwijzen - dan zou dit lied in de mixolydische toonreeks staan, de zogenaamde G-reeks. Maar bij nader inzien blijkt, dat de A het belangrijke tooncentrum is: de eerste en derde regel eindigen op en spelen rondom de A, de tweede en' vierde regel doen dat ook, al wijken ze uit naar de phrygische E-reeks. Stoor u nooit aan die vreemde woorden. Wie met de psalmen van Worp vertrouwd is, heeft deze namen al honderd jaar gezien. Maar neem even in vertrouwen aan, dat deze melodie in de A-reeks staat; dus thuishoort in die zeven tonen, die u tussen A en de naastliggende A aantreft op de witte toetsen. Dat is dan de eolische toonreeks, de gemiddelde mineurtoonsoort, waaruit ons moderne kleine tertssysteem is geboren. En als het voorgaande u niet geheel aanstaat - wel, sla het over en begin bij de volgende alinea opnieuw.
Oude kerkliederen beginnen heel vaak bij het natuurgebeuren. De dichters "zagen aan wat voor ogen is", vertaalden dat in Kerklatijn, haakten in op soortgelijke taferelen in de heilsgeschiedenis, begrepen de achtergronden van het Evangelie ineens duidelijker en hadden een kerklied met dubbele bodem gedicht. Zo ook de inzet Aurora Lucis Rutilat, Na het duister van de nacht, waarin men gewenst heeft dat het licht mocht worden (de morgen, ach wanneer?) zijn a:lle bange harten verheugd. Daar kleurt de dageraad de lucht rood.
Elke dag is God trouw aan zijn belofte, dat de keten van dag en nacht niet zal worden onderbroken rot de Grote Dag aanlicht. Dat morgen betekent niet alleen een nieuwe dag van werken en zwoegen - maar ook dat God niet ingeslapen is!
Maar het licht van de Paasmorgen betekent veel meer dan het gewone morgenlicht. De rode dageraad van Pasen betekent, dat na het sterven van onze verwachtingen God nieuwe mogelijkheden schept. Omdat het Leven sterker is dan de dood; omdat zijn liefde sterker is dan de dood.
Pasen is dan ook het feest van het nieuwe leven. Als u ooit Basen in Oost-Europeaan hebt beleefd dan weet u, hoe uitbundig daar feest gevierd wordt: met zang en dans en spel. U weet toch dat de Russische Christenen elkaar honderdmaal op Pasen toeroepen: Kristces Wojkrese, de Heer is waarlijk opgestaan? En als u bijvoorbeeld uw paasvakantie eens in het Gothische Graubünden doorbrengt, zult u van vier uur af niet meer slapen vanwege de talloze klokken, die de ganse lucht vullen met hun galmende bronzen klanken. Welnu, denk daar eens aan en lees dan dit lied 197 mee, wilt u?
De dag rijst rood in het verschiet,
de hemel zingt het hoogste lied,
de aarde juicht uit alle macht,
de hel barst los in jammerklacht.
Het hoogste lied. Niet alleen omdat de hemel hoger IS dan de aarde, maar omdat de hemel de aardse lofzangen aanvoert, Ook de aarde is niet machteloos als het op juichen aankomt, wanneer de deuren van de gevangenis open gaan.
Ja zelfs de hel en het dodenrijk, de beide machten ónder de aarde, kunnen zich van schrik niet stil houden, als ze hun einde zo nabij zien. De hele schepping roert zich. Wat wonder:
Omdat de Koning komt en stoot
de deuren open van de dood,
bevrijdend uit de lange nacht
het volk, dat in het duister wacht.
In psalm 107, die mooie refreinpsalm over de goedheid van onze God, komt ook een stuik voor over mensen, die vanwege hun zonden in de duisternis en schaduw van de dood hebben geleef1d. Maar toen ze tot de HEERE om hulp riepen, kwam er bevrijding van boven: koperen deuren werden gebroken, ijzeren grendels in stukken gehouwen. En daarom, zegt het refrein, laat ze de genade van de Heere prijzen ! Nu, dat alles staat in het vorige couplet. En het Lied gaat voort:
Die lag besloten met een steen,
een wacht soldaten erom heen,
stijgt uit het graf en triomfeert in al 'zijn pracht. De Heer regeert.
In onze Vierhouter tijd woonden we twee huizen van D. G. van Beuningen af. Deze reus uit de twintigste eeuw bezat een particuliere kunstverzameling, die voor Europa uniek heette. Na zijn dood is zijn kunstbezit goeddeels verkocht, voor ik meen 36 miljoen gulden, aan de stad Rotterdam. Daardoor kreeg het Boymans-museum een belangrijke uitbreiding van naam en inhoud. Wel'!, in die verzameling, welke ik verscheidene malen mocht bewonderen, was ook het schilderij van Jan van Eyck, de Resurrectie, of de Opstanding, Het was toentertijd het duurste ooit verhandelde schilderij in particuliere handen, vertrouwde hij me toe; het had hem twee miljoen gulden gekost.
Dit schilderij gaf een uitbeelding van Christus' opstanding uit de dood, zoals een kunstenaar uit ongeveer 1425 die begrepen had. In een weids landschap met brede achtergrond - onder meer een kerk, huizen en een bomengroep staat centraal een stenen sarcofaag. Geopend, dus leeg. Het stenen deksel nog schuin over het grafmonument en wijst op een ordelijk verloop van het nabike verleden. De zon staat aan de hemel en verlicht het ongelooflijke schouwspel.
En de Romeinse soldaten, die ordeloos en "als doden" rondom het graf liggen, vertonen één grote onmacht, De sierstenen in een weggerolde helm - ronde' rode robijnen, telkens afgewisseld met vierkante groene smaragden - geven de ijdelheid van de mens aan tegenover het Leven, dat de' dood overwon. Want wat ongelovigen en machthebbers ook bedachten om de dood dood te latende Heer regeert.
Nu zijn de tranen en de pijn voorbij.
De dood zal niet meer zijn.
Een stralende engel kondigt aan:
de Heer is waarlijk opgestaan.
Wanneer de vriendinnen zich afvroegen: wie. zal voor ons de steen van het graf afwentelen? was het antwoord al gegeven. Eer wij roepen worden wij verhoord. De koperen deuren waren al gebroken toen ze arriveerden, de ijzeren grendels in stukken geslagen.
Voor zijn sterven had de Heiland al een pas gestorven meisje het leven teruggegeven.
Een wonder, dat de omgeving ontzette en dat stil gehouden moest worden. Daarna had Hij een jongeman het leven teruggeschonken, die juist begraven zou worden, Een wonder, dat zelfs Johannes de Doper in verwarring bracht, En eindelijk had Hij een vriend opgewekt, die volgens zijn zusters met rust gelaten moest worden omdat de ontbinding al op gang was.
En niettemin had niemand aan de opstanding van Jezus zelf gedacht. Zijn vriendinnen niet. Zijn leerlingen niet. De mensen uit Emmaüs niet. Hoewel de profeten deze dingen zo duidelijk hadden voorzeg/cl. En wat ons betreft. Wij staren ons vaak blind op het duister van de dood, de rottigheid van deze wereld, de zinloosheid van ons leven, de benauwende resultaten van ome opvoeding, de schijnbare waardeloosheid van ons kerkelijk werk, de twijfels die ons geloof aantasten.
Maar wij kennen toch de natuurverschijnselen? We weten toch wat het morgenrood betekent? Ellke boer kent deze wet: Avondrood. mooi weer aan boord; morgenrood, water in de sloot! "Droevig rood", zei de Heiland. Er gaat wat gebeuren, wanneer de dageraad de lucht droevig rood kleurt. Er komt een dag, die er zijn mag. Een dag, die door aardse mensen met ontzetting wordt begroet. Mensen zullen bidden: bergen valt op ons, heuvels bedekt ons.
Er is een tijd geweest, waarin de aarde door water zou worden vernietigd. Lange tijd heeft Noach deze boodschap doorgegeven. Men zei: niets dat er op wijst. Hoewel het water op, boven en onder de aarde in enorme hoeveelheden aanwezig was.
We leven nu in een tijd, waarin de aarde door vuur zal worden vernietigd. Lange tijd is ons deze boodschap al doorgegeven. Men zegt: niets dat er op wijst. Hoewel het vuur in de schoot der aarde, in de hemel boven de aarde en in onze kerncentrales massaal ligt opgestapeld; voldoende om de aarde zevenmaal te vernietigen.
Voor allen die op Gods beloften vertrouwen zal die dag komen als een blijde verrassing: toch nog eerder dan we hoopten. De tranen van onze ogen worden afgewist. De pijn en de moeiten zijn voorbij. De dood is passé defini, God maakt alle dingen nieuw. En de mensen Gods zullen een nieuwe aarde bewonen, waarop gerechtigheid is.