Kerknieuws

1978-03-24
  • Jaargang 22
  • nummer 12
BEROEPEN te Assen: Ds J. Kranenburg te Groningen.


PERSVERSLAG
van de 2e zitting van de Land. Vergadering van afgevaardigden van de Geref. kerken (vrijgemaakt buiten verband), gehouden op zaterdag 4 maart 1978 in het vergadergebouw achter de Geref. kerk te Wezep. Om 10 uur opent de praeses, ds L. J. Goris, de vergadering. Hij leest Ps. 119 : J -8, laat zingen Ps. 119 : 1 en gaat voor in gebed.
Hij heet afgevaardigden en belanggstellenden welkom. De samenstelling van de vergadering blijkt enige wijziging te hebben ondergaan ten opzichte van de vorige zitting. Enkele primi-afgevaardigden zijn vervangen door hun secundi; de kerken uit het Zuiden zijn dit keer door twee afgevaardigden vertegenwoordigd. De praeses doet mededeling van enkele ingekomen stukken. Brieven van de Stichting ter verkrijging van een Schriftgetrouwe Psalmberijming (waarin adhesie wordt betuigd aan het voorstel voor één reformatorisch kerkboek en aandacht wordt gevraagd voor het werk van de Stichting) en van de Christian Reformed Church in Noord-Amerika (met de uitnodiging nauwere betrekkingen aan te gaan en naar de e.k. synode van deze kerken afgevaardigden te sturen) worden aan het agendum toegevoegd.
Van een brief van de kerk van Oegstgeest, met adhesiebetuiging van de kerk van Nijmegen, met bezwaren tegen "het niet toelaten van afgevaardigden van deze kerk als volwaardige leden van de L.V. door hen geen stemrecht te verlenen" wordt door de vergadering goede nota genomen. De vergadering blijft niettemin bij haar genomen besluit. Naar aanleiding van een brief "van ds' J. H. Veefkind met ernstige bezwaren tegen het roken tijdens de L.V. wordt besloten tot het instellen van een rookverbod tijdens de L.V.
Vervolgens wordt de aan het eind van de vorige zitting onderbroken bespreking van de artikelen 34 en 35 van het Akkoord van kerkelijk samenleven in tweede ronde voortgezet. Aan de bespreking wordt deelgenomen door de predikanten Van Oene, Bakker, Van Ommen, Strating, Van Atten, Van Tongeren, Versluis, Doornbos, Moggré en ouderling Van der Toorn, en namens de Kommissie Funktionering Kerkverband door de broeders Huizinga, Kadijk en ds .Tanse.
De diskussie spitst zich toe op het gezag van de besluiten van meerdere vergaderingen.
Enkele sprekers beklemtonen dat weliswaar geen gezagsoverdracht plaatsvindt van de plaatselijke kerken aan de meerdere vergaderingen, maar dat deze laatste wel degelijk verleend gezag, "tweedehands gezag" hebben op grond van wat de kerken hebben afgesproken: ze zijn er, in hun afgevaardigden, zèlf aanwezig. Besluiten van meerdere vergaderingen zijn dan ook wettig; het zijn geen adviezen die nog door kerkeraadsbesluiten wettig gemáákt moeten worden.
Ze hebben - anders dan het door de commissie gebruikte woord "bekrachtigen"
suggereert - al rechtskracht; wat de plaatselijke kerken kunnen doen, is na toetsing die rechtskracht eraan ontnemen.
Commissierapporteur Huizinga en enkele andere sprekers benadrukken een andere lijn. Aan de hand van citaten van o.m. prof. Veenhof en wijlen prof. Deddens wijzen zij erop, dat besluiten van meerdere vergaderingen niet zonder meer geldigheid, rechtskracht hebben, niet vast en bondig zijn, maar door een aparte daad van de kerkenraden rechtskrachtig verkláárd worden, voor vast en bondig gehouden worden: dit ratificatierecht, deze bevoegdheid van de plaatselijke kerken om besluiten van meerdere vergaderingen te bekrachtigen, verdedigd in de Vrijmakingsjaren, moet h.i. expliciet in het nieuwe artikel 34 verwoord worden.
Andere sprekers blijven het betreuren dat de commissie in wezen vasthoudt aan het oude organisatorische systeem, al tonen ze zich dankbaar voor de vermenselijking ervan in de nieuwe voorstellen.
Toch blijft het volgens hen een macht, die ons toch nog steeds gevangen houdt, en waarmee we onszelf tekort doen. Het volgens hen niet-aanvaarden van enkele afgevaardigden van plaatselijke kerken als volwaardige leden zien zij ais illustratie daarvan. Het kan zoveel geestelijker; waarom zien we niet wat God ons door de scheuring heeft willen leren?, aldus deze sprekers.
Enkele nieuwe wijzigingsvoorstellen worden ingediend. Diverse sprekers betreuren de grote gehechtheid van de commissie aan de eigen tekst, en bepleiten andere formuleringen, omdat de voorstellen kennelijk anders gelezen kunnen worden dan de commissie bedoelt.
Uiteindelijk wordt een commissie benoemd, bestaande uit de broeders Bosman, Janse, Van Ommen en Van Tongeren, met de opdracht om, gehoord de bespreking, v66r de volgende zitting aan de hand van de ingediende voorstellen en amendementen te trachten een nieuwe tekst op te stellen. Vervolgens stelt de praeses de voorstellen tot het openen van samenspreking met de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt binnen verband), afkomstig van de kerken van Enschede-Noord, Maassluis en Bunschoren-Spakenburg aan de orde. Aan de bespreking in twee rondes wordt deelgenomen door de predikanten Blokhuis, Versluis, Bakker, Van Keulen, Janse, Van Ommen, Van Tongeren, Van der Kwast, Moggré en Van Oene, en de ouderlingen Bosman, Meints, Niemeijer en Brouwer.
Twee lijnen tekenen zich tijdens de discussie af. Enerzijds wordt ingrijpende kritiek geoefend op de voorstellen. Sommige sprekers beklemtonen de harde geest en het logicistisch systeem dat de binnenverbandse kerken nog steeds beheerst. Heeft de Here daarvan bekering gegeven?
Is er een eenheid des Geestes te constateren? Geeft God een geopende deur? In de afwijzing van samenspreking in 1948 werd volgens hen de schriftuurlijke lijn van de profeten doorgetrokken: God wil niet altijd eenheid, maar allereerst wederkeer. Heeft God ons bovendien in de scheuring niet op een eigen weg geleid en een eigen roeping gegeven?
Anderen vrezen dat van een afwijzende reactie van de binnenverbandse kerkelijke leiding op een samensprekingsverzoek een sterk negatieve invloed zal uitgaan op de schuchtere toenaderingspogingen hier en daar aan de basis. Zij pleiten voor kontakten op persoonlijk en plaatselijk niveau: de vruchten moeten van onderaf groeien. Weer andere sprekers signaleren het gevaar dat, net als na J 948, getracht zal worden smaldelen van ons los te weken. Brengen we door een gesprek met de leiders van een kerk, die goed weten wat ze willen, gegeven onze eigen onzekerheid, de vrede in eigen kring niet in gevaar?
Daarentegen benadrukken de indieners van de voorstellen, evenals andere sprekers, dat het schisma liegt, en voor God en mensen onverantwoord is: de scheuring was niet naar de wil van God. Juist omdat wij de scheur niet gewild hebben, zullen we moeten samenspreken, en het "Gij zijt ons onvergetelijk" moeten waarmaken; we moeten niet, zoals in 1948 ten aanzien van de syn. geref. kerken, alleen willen samenspreken als er blijken van bekering zijn. Zijn wij rechters? Is er bij ons geen schuld?, zo vragen deze sprekers.
Volgens hen is het onze opdracht en roeping, te blijven kloppen, een helder getuigenis te geven, en te zoeken de eenheid van allen we Christus waarachtig liefhebben.
Aan het eind van de bespreking worden diverse voorstellen ingediend om uit de geconstateerde impasse te geraken. Uiteindelijk wordt besloten een beslissing over deze zaak aan te houden tot de volgende zitting, op 1 april D.V.

Na dankgebed door ds Plooy sluit de praeses om 16.40 de vergadering.

A. P. de Boer, 2e scriba

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief