Vloeken
1978-03-31
Wie vloekt verliest- Jaargang 22
- nummer 13
Inons land wordt in alle lagen der bevolking veel gevloekt. Ook in kringen waarin dat vroeger niet of nauwelijks voorkwam. Terecht schreef prof. Velema onlangs, dat het kwaad van het achteloos en onnadenkend omgaan met de naam van God ook in protestantse kringen steeds meer gemeengoed begint te worden. Deze volkszonde wordt helaas ook in kerkelijke kringen maar stilzwijgend aanvaard als iets waartegen toch geen kruid gewassen is.
De laatste tijd zijn er twee gebeurtenissen geweest, die de discussie over het vloeken weer op gang gebracht hebben. De eerste is het vloeklied, dat in de Goed Nieuws Show van Sonja Barend gebracht werd. Gelukkig zagen velen in, dat dit toch geen goed nieuws was en protesteerden daartegen.
De Vara zelf heeft voor dit programmaonderdeel excuses aangeboden aan de protesterende Bond tegen het vloeken. De tweede gebeurtenis is de verschijning van de brochure "Wie vloekt verliest" van deze Bond tegen het vloeken. Reeds sinds 1917 voert deze "actiegroep" de strijd tegen het vloeken.
Men doet dit in het bijzonder door het aanplakken van waarschuwingen tegen het misbruik van Gods Naam op plaatsen waar veel publiek ervan kennis kan nemen.
Men kan stellen, dat deze Bond op deze manier bezig is met symptoombestrijding.
Terecht stelde prof. Velema, voorzitter van de Bond, daar tegenover, dat naast evangelisatie ook deze poging om het vloeken te bestrijden een goede zaak is. Immers, het is afschuwelijk, dat de naam van God zomaar over de straten rolt. In de nu verschenen brochure wordt getracht iets van de achtergronden van het misbruik van Gods Naam te belichten.
Ook deze brochure heeft de discussie over het vloeken op gang gebracht.
Wat is vloeken?
Opvallend is bij deze discussie, dat er nog al verschillende antwoorden gegeven worden op de vraag wat vloeken is. Bij vloeken is sprake van overtreding van het 3e gebod: gij zult de Naam des Heren niet ijdel gebruiken." We mogen Gods Naam niet zo maar, impulsief, zinledig gebruiken.
God heeft ons Zijn Naam geopenbaard als uitdrukking van Zijn wezen en Zijn werken. Voor de heiligheid van deze Naam moeten wij opkomen. Deze Naam moeten wij heiligen, in woord en daad belijden. Wie vloekt ontheiligt deze Naam.
Maar nu komen de vragen. Prof. Roscam Abbing schreef in de brochure van de Bond tegen het vloeken, dat hij die zegt: het is verdomd koud vandaag, eigenlijk zegt: God moge mij verdoemen als het niet koud is. Met woorden stelt hij dus zijn ziel en zaligheid in de waagschaal om een kleinigheid.
A. J. Klei schreef in Trouw, dat hij dit toch wel erg rechtlijnig vindt.
Mag men dan wel "verdraaid" zeggen? Verdraaid is nl. een verzachte term voor "verdoemd". Als ik dus zeg: het is verdraaid koud vandaag, zeg ik eigenlijk ook: God moge mij verdoemen, als het vandaag niet koud is. Klei meent, dat het gebruiken van krachtwoorden als verdomd en verdraaid niet anders is, dan het gebruik van een onbehouwen woord voor "zeer" of "bijzonder".
Ik heb de neiging Klei hierin bij te vallen, onder toevoeging, dat men zich beter ook van onbehouwen krachttermen kan onthouden.
Bastaardvloeken
Hoe staat het met bastaardvloeken? Vloeken dus, waarin de Naam van God verminkt voorkomt, zodat het vloeken wat zachter overkomt. Bastaardvloeken zijn vooral in kerkelijke kringen nog al gebruikelijk.
Woorden als "go", "jakkes", ,,0 je" en "jetjes" zijn helaas vrij populair.
Het gebruik van bastaardvloeken mag een teken zijn, dat men zich voor een echte vloek wat geneert, dergelijke gecamoufleerde vloeken zijn toch in strijd met het gebod, dat wij de Naam des Heren moeten heiligen. Moeilijker wordt het met woorden, die op het eerste gezicht niets meer met Gods Naam te maken hebben. Neem bijvoorbeeld het woord "sapperdekriek".
Niemand zal er meer aan denken, dat dit in feite betekent ,.par Ie saint Christ". Men roept dus de hei'ige Christus zelf als getuige aan. prof. dr. K. J. Popma schrijft in "Levensbeschouwing" (dl. V blz. 274): maar wie het woord "halleluja" hanteert, bijvoorbeeld door te spreken van een hallelujahoed of van jubeltenen en hallelujahakken vergrijpt zich aan de naam van Jahweh. "Halleloejah" wil zeggen: "Looft Jahweh!"
Het komt mij voor, dat die hallelujahoed en die jubeltenen toch wat te ver gezocht zijn.
Overigens in twijfel doet men beter zich van het gebruik van dergelijke woorden te onthouden.
Het gebed in de Troonrede
In "Hervormd Nederland" werd gewezen op de actie om de bede weer in de Troonrede te krijgen. De schrijver is bang, dat we nu de situatie krijgen, dat al naar gelang van de uitslag van de verkiezingen de ene keer het woord "God" erin en de andere keer eruit gaat. Dat is, zo concludeert hij, vloeken, ontheiligen van de naam des Heren.
Dat gevaar is inderdaad aanwezig. Hetzelfde gevaar kan zich voordoen bij ambtsgebeden in raden en staten. In beide gevallen moet men er zich bewust van zijn, dat het niet gaat om het doordrijven van een politiek succesje, dat kans loopt bij een geringe politieke verschuiving weer ongedaan te worden gemaakt. Dan ontheiligt men de naam des Heren.
Dit neemt niet weg, dat het een goede zaak is, wanneer in de Troonrede de bede tot God niet ontbreekt. Alleen maar, dan moet dit door de overheid ook oprecht gemeend worden.
Daarvoor behoeft men niet te wachten totdat hierover in een kabinet volkomen unanimiteit bestaat. Het gaat hier niet over de opvatting van de individuele leden, maar om die van 'het verband. Een toevallige of tijdelijke geringe meerderheid moet ervoor oppassen haar overtuiging door te drijven.
Mogen wij een organisatie christelijk noemen?
Roscam Abbing noemt in de brochure nog een ander voorbeeld van misbruik van Gods Naam, nl. het dienen van eigen belang en vasthouden aan onze privileges dekken met een vereniging, die wij christelijk noemen.
Dat is volgens hem een nog fataler wijze van misbruiken van Gods Naam.
Nu is het juist, dat het gebruiken van Gods Naam om je eigen plannen te zegenen behoort tot het ijdel gebruik van Gods Naam. Toch lijkt me deze opmerking uit de mond van iemand, die zelf adviseert op de PvdA. te stemmen door de eenzijdigheid minder gelukkig. Men zou immers Roscam Abbing de vraag kunnen stellen, of het dan overeenkomstig het gebod tot heiliging van Gods Naam is, als men die Naam in de politiek doodzwijgt.
Ook het verzwijgen van Gods Naam is ontheiliging van die Naam.
Waarom zou een politieke of andere organisatie niet mogen uitspreken, dat ze de intentie, de bedoeling beeft in de· politiek uit te gaan van het Evangelie? Mits dit maar een intentie blijft en geen pretentie, aanmatiging wordt.
Het is toch ook geen misbruik van Gods Naam als we onszelf christenen noemen?
Bedreiging van de menselijkheid
De Leidse hoogleraar prof. dr H. J. Heering vindt vloeken niet zo erg.
Vloeken is wel vulgair, respectloos en stijlloos, maar als je met een hamer op je vinger slaat is het best te begrijpen, dat je vloekt.
Vloeken is vergeleken met oorlog en racisme weinig opwindend. Uitgeven van 300 miljard voor defensie, dat is godslastering. Prof. dr G. Rothuizen zit ook wat op deze lijn. Hij meent, dat elke bedreiging van de menselijkheid een vorm van vloeken is. Ik meen, dat Heering en Rothuizen de geboden van God nu toch wat .door elkaar halen. Bedreiging van de menselijkheid is ook in strijd met de geboden van God, maar dan speciaal tegen het 6e gebod "gij zult niet doodslaan". Natuurlijk hangen alle geboden van God met elkaar samen, maar ze zijn toch niet identiek.
Vloeken magie
Prof. Heering gaat in feite nog verder, omdat hij de geldigheid van het 3e gebod voor deze tijd ontkent. Dat gebod slaat volgens hem niet op het hedendaagse vloeken. 'Hoogstwaarschijnlijk slaat het helemaal niet op het moderne vloeken. Als je de naam van een god aanriep, had dat vroeger een magische kracht.
Maar een vloek na een klap op je vingers is niets dan een emotionele explosie.
Alsof we niet verantwoordelijk zouden zijn voor onze emotionele explosies. Het 3e gebod wijst juist op het zinloze, het ondoordachte gebruik van Gods Naam. Prof. Heering tracht in zijn beschouwing het vloeken als een oude magische voorstelling onder tafel te praten. Hij ziet echter voorbij, dat bij de vroegere magische opvattingen zegenen en vloeken automatisch zegen en vloek zouden brengen. Maar zo spreekt de Schrift niet over vloeken.
In de Schrift is de zegen en de vloek gebonden aan de regel van de Goddelijke rechtvaardigheid en Zijn geopenbaarde heilsplan.
Heiliging van Gods Naam
Toen de Here Zijn volk het ijdel gebruik van Zijn Naam verbood, was dat volk zo onder de indruk, dat men de naam van Israël's God, de naam Jahweh maar helemaal niet uitsprak.
Dat was verkeerd. God had juist geboden Zijn Naam te gebruiken. Hij had alleen het misbruik van Zijn Naam verboden. Dat misbruiken van Zijn Naam komt ook bij ons voor, ook al vloeken wij niet in de gewone zin van het woord. Alle belijden en aanroepen van Gods Naam, dat niet echt is, dat lippendienst is, is misbruik van die Naam.
De zwaarste overtredingen van het 3e gebod, zo schreef Popma, vinden we niet bij de vloekers, maar bij de bidders. Een bombastisch gebed, een "mooi" gebed, een slappe preek, het is alles misbruik van Gods Naam.
Waar zou het meest gevloekt worden in de kroeg of in de kerk?
Maar we zijn er nog niet.
We mogen Gods Naam niet zinloos gebruiken.
We mogen die Naam niet doodzwijgen.
Doch we moeten die Naam wel heiligen.
We moeten Zijn Naam belijden in woord en daad.
Het bestrijden van het vloeken is een goede zaak. Nog belangrijker is de heiliging van Zijn Naam, het bekendmaken van de enige Naam, die tot onze redding is geopenbaard en het leven naar Zijn Woord.
En dat met grote eerbied, want heilig is Gods Naam.