Vreze des Heren

1978-04-07
  • Jaargang 22
  • nummer 14
1 Johannes 4: 17,18 - "Hierin is de liefde bij o.nsvolmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want. de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde."


'Vreze des Heren; - zo heb ik deze overdenking genoemd. Dat lijkt een misplaatste titel,want in het bijbelwoord dat ik las gaat 't over vrees die uitgedreven, buiten de deur gezet wordt. Het is de liefde die dat doet.
En daarom zou 'liefde' een betere titel zijn geweest. Maar straks zal u mijn bedoeling wel duidelijk worden.
'Vreze des Heren' is een oude term uit de tale Kanaäns, helemaal binnenkerkelijk dus. Toch lijkt het vandaag wel eens alsof je er buiten de kerk meer mee terecht kunt dan in de gemeente.
Vreze des Heren, of Godvrezendheid of Godsvrucht, wat is dat eigenlijk?
Het is religieuze schroom, eerbied, ontzag. De bijbel typeert er de gesteldheid mee van mensen, die gewetensvol op de naam van God reageren. Zulke godvrezende mensen vind je niet overal. In de wereld niet, maar in de kerk ook niet. Het lijkt wel eens alsof ze zich speciaal ophouden .in het grensgebied tussen kerk en wereld in. En dat is niet alleen mijn indruk. In het Nieuwe Testament lezen we dat Paulus op zijn eerste zendingsreis in een bepaalde stad de joodse synagoge bezoekt en toespreekt. We horen hem dan van wal steken: "Gij Israëlietische mannen en gij die God vreest, hoort toe." Blijkbaar had de joodse gemeente daar regelmatig gasten en was ze omgeven door een rand van belangste\1enden en het is kenmerkend dat men deze mensen aanduidde met de term: Godvrezenden. Daarmee waren ze dus getypeerd. Het viel op: Ze zaten er zo eerbiedig bij, in onderscheiding van de vaste leden van de gemeente, voor wie alles soms wel eens wat vanzelfsprekend geworden was. En is.
En trouwens, ze behoeven ook nog niet eens altijd de gemeente te bezoeken, deze godvrezenden. Soms staan ze nog verder af.

We lezen in de bijbel van vader Abraham, dat hij op zijn omzwervingen ergens komt, waar hij bang is gedood te worden om wille van zijn vrouw, die dan na zijn dood door een ander ingepikt kan worden. Hij vraagt Sara dan, om zijnentwil te liegen: zeg, dat je mijn zuster bent. Op deze manier verdwijnt Sara tóch in de harem van de koning, maar zonder dat Abraham vermoord wordt. Later komt uit hoe de vork aan de steel zit en de koning vraagt Abraham om opheldering. Dan zegt Abraham: ik dacht: wellicht is er geen vreze Gods in deze plaats. Zij zullen mij doden om mijn vrouw.
Dat was een vergissing van Abraham: die vreze Gods was er wèl. De mensen leefden daar wel degelijk in het besef, dat hun gedrag onder goddelijke beoordeling stond en dat ze dus niet maar a\1es konden doen, waar ze zin in hadden. Ook hier dus weer die godsvrees op 'n plaats waar je die niet zou verwachten, buiten de gemeente, in de wereld. Natuurlijk wil ik de wereld hiermee niet idealiseren. We kunnen daarin genoeg mensen tegenkomen die God niet vrezen en dan ook geen mens ontzien - zoals de slechte rechter uit de gelijkenis.
Toch is het iets om over na te denken, dat buitenkerkelijke mensen de gemeente nog wel eens voorgaan in godvrezendheid, in eerbied en respect voor de Heilige.
Ja wel, maar staat nu niet in die tekst die ik uit Johannes voorlas, waarom dat zo is? De volmaakte liefde drijft de vrees uit en wie vreest is niet volmaakt in de liefde. Wanneer wij God als Vader in Christus kennen, dan zijn woorden als vrees, eerbied, ontzag niet langer de geëigende termen om onze verhouding tot de Here God te typeren. Dan is schroom niet langer de overheersende houding. Dan zijn er momenten dat wij vergeten dat God heilig is, of dat er een oordeelsdag komt of dat er een hel bestaat. Dan zijn we nog maar van één ding vervuld, van de liefde. Gods liefde in Christus tot ons en onze wederliefde tot Hem en de naaste.
En vandáár dus, dat je in de gemeente de godvrezendheid zo niet tegenkomt.

Dit klinkt goed! Wat zou het mooi zijn als dit de reden was!
Denk eens in: de liefde, die de vrees heeft uitgedreven! Dus dat ze zo sterk is in de gemeente dat ze de vrees buiten de deur heeft gezet. Wat zou dat geweldig zijn! Liefde is het grootste dat er is. Ze vraagt totale inzet, heeft met volmaaktheid te maken, zoals we hier lezen. Is ze werkelijk onder ons christenen zo sterk aanwezig? Ik vraag dit niet cynisch, maar hoopvol. Hoopvol en toch ook realistisch.
Want de vrees wordt ook wel eens door mindere dingen uitgedreven. Bijvoorbeeld door gewenning en sleur.
Wat je dan krijgt is een gemeente, die in een koude vanzelfsprekendheid over de heiligste dingen praat. Vreze Gods is daar dan niet meer, dat is waar, maar niet omdat men volmaakt is in de liefde, maar omdat men volmaakt is in eigen ogen. Zelfvoldaan en blasé. En dan is het moment gekomen dat je zegt: geef mij maar die godvrezenden buiten de kerk. Toch lijkt ook die godvrezendheid mooier dan ze is. Want, wees eerlijk, 't betekent toch dat het leven in een zekere angstvalligheid gevangen zit.
De spontaneïteit krijgt geen kans. Een mist van tobberigheid ligt over het bestaan uitgespreid. Zoals Joh.
zegt: Vrees houdt verband met straf. We moeten vrees, ook als ze vreze des Heren is, niet idealiseren.
Ik denk dat als het goed is, de liefde en de vreze des Heren toch in een zekere relatie tot elkaar staan en dat ze elkaar als het ware nodig hebben. Dat het goed is om steeds door de vreze des Heren heen te gaan om bij de liefde te komen die de vrees uitdrijft.
Zoals we ook in het evangelie door Johannes de Doper heen moeten om bij Jezus Christus te komen. En Johannes de Doper zou je de prediker van de vreze des Heren kunnen noemen. Door hem, zijn prediking, moeten wij heen. En dat is niet iets dat één keer gebeurt, maar telkens opnieuw. Zoals ik al zei: de liefde is het hoogste. Iets waar we ook telkens weer uitvallen. En laat het zo zijn dat we dan, als we er uitvallen, opgevangen worden in het net van de vreze des Heren.
Om dan langs die weg ons weer opnieuw in de liefde te begeven. Zo blijft de vreze des Heren ook in de gemeente functioneren.

En tot de godvrezenden die buiten staan, zou ik willen zeggen: U bent nog onder de voorloper, Johannes de Doper. Laat u door hem bij Jezus Christus brengen. Wees niet tevreden met enkel ontzag, er is meer voor u.
Vriend, kom hogerop! Maar u maakt met die vrees een goed begin, dat wel. En -als u verder komt, zult u met deze scholing achter de rug 't nooit vanzelfsprekend gaan vinden dat u leven mag in het licht van Gods liefde. Want dat is het toch eigenlijk wat de vreze des Heren zegt: het is allemaal niet vanzelfsprekend: Vergeving, genade, eeuwig leven. En dat moet vreze des Heren blijven zeggen. Dat is haar blijvende plaats en taak aan de rand van ons geestelijk leven: In het midden zijn andere dingen te beleven, maar aan de randen, - ja, laat daar de vreze des Heren op wacht staan. Als ik Johannes goed versta, is wat hij zegt dus een uitnodiging, onvriendelijker gezegd: een uitdaging aan schroomvallige mensen, eerbiedige gelovigen, om de weg van de liefde in te slaan, ter overwinning van hun eigen angsten en onzekerheden. De liefde van Christus, laat die maar volmaakt worden, dan wordt ons leven pas echt blij en spontaan. Maar Johannes wist ook wel, dat we de vrees niet kunnen missen. Dat de eerbied heilzaam op de achtergrond blijft staan, want die volmaaktheid in de liefde, ziet u, het is zo'n hoge greep voor ons.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief