Een Vrouw naar Mijn Hart

1978-04-07
  • Jaargang 22
  • nummer 14
Gien Karssen,
Een Vrouw naar Mijn Hart.
Telos-boek, Amsterdam '77

Emancipatie - je hoort niet anders tegenwoordig. Je hoeft 's morgens tijdens het bedopmaken of aardappelschillen de radio maar aan te zetten, of er is wel een praatprogramma waarin vrouwen haar frustraties, teleurstellingen of huwelijksproblemen er en public uitgooien. Wat moet ik nu met zulk gepraat, niet alleen voor de radio, maar ook in gesprekken met mijn buurvrouw, mijn vriendin of zomaar iemand die mijn mening daarover vraagt? Hoe is mijn houding en waardoor laat ik mij leiden? Is de bijbel mijn richtsnoer of vind ik dat ouderwets, en zit er in de diverse vrouwenpraatgroepen toch iets dat ook bij mij bevrijdend werkt?
Gien Karssen wil met haar boeken over vrouwen in de bijbel laten zien, hoe geweldig rijk het leven van een vrouw kan zijn. Hoe vrij een vrouw is, als zij zich gebonden weet aan de Here Jezus. In haar boek Een Vrouw naar Mijn Hart behandelt zij het leven van de vrouw uit Spreuken 31.
Een bijbelgedeelte dat zeker in deze tijd zuiverend werkt, als je voortdurend - om met de schrijfster te spreken - "de rauwe kreet om revolutie"
hoort. Dit boek is een krachtige ruggensteun voor vrouwen die het irriterende emancipatiegepraat beu zijn en wel eens een bijbels licht op dit onderwerp willen zien. Als er gevochten moet worden voor de bevrijding van de vrouw, is het allereerst noodzakelijk de bijbel er op na te lezen.
Dit boek kan daar een goede hulp bij zijn: er staan heel waardevolle dingen in.
Mevrouw Karssen schrijft erg plezierig - dat zal ieder die al eens iets van haar heeft gelezen wel weten. Alle hoofdstukken in dit boek worden afgesloten met een aantal vragen die het onderwerp gemakkelijk bespreekbaar moeten maken. Wie wel eens bijbelstudies van Navigators heeft ingezien of gevolgd, zal deze vraagstelling niet vreemd voorkomen. Persoonlijk vind ik die vragen storend, met name de vragen op pag. 131 e.v. In de verte doet het mij denken aan een quiz in een damesblad. Ik vind een boek met een enkel woord vooraf, waarin de schrijver zijn bedoeling uiteenzet, begrijpelijk; maar als daar nog bij komen: "Voor het geval dat" en "Woord achteraf", dan lijkt mij dat te veel van het goede. Op pag. 129 staat: "de 21 verzen die onder de loep werden genomen". Spreuken 31: 10-31 telt 22 verzen. Ieder vers begint met een letter van het hebreeuwse alfabet. Dat had de schrijfster kunnen weten met de Statenvertaling erbij. Dit bijbelgedeelte bevat het ABC van "de flinke vrouw". En dit ABC, deze "wet", doet mij mijn zonden kennen. Ik mis heel sterk déze kant die ook aan Spreuken 31 zit. De schrijfster veegt deze kant op pag. 22 van tafel met de woorden:

"Er zijn vrouwen, ook christenvrouwen, die niets van deze bijbelse vrouw moeten hebben. Ze redeneren: ze is te volmaakt. En ze vragen zich af: wie kan aan haar tippen?
Hun reactie is begrijpelijk. Niet iedere vrouw is zo begaafd als zij. Ook moet in elk leven ruimte worden gelaten voor ontwikkeling en groei. Toch inspireerde God de moeder van Lemuël ongetwijfeld niet tot dit geschreven. portret om vrouwen te ontmoedigen. Integendeel!
Hij wil met deze vrouw illustreren hoe rijk gevarieerd het leven van een vrouw kán zijn. Laten zien dat ze vele mogelijkheden heeft. Bovenal dat het kortzichtig voor een vrouw zou zijn om tevreden te zijn met minder dan het allerhoogste, namelijk een vrouw te zijn naar het hart van God."

Nu laat ik de emancipatieproblematiek even helemaal buiten beschouwing en ik lees Spreuken 31 voor mezelf. En dan vraag ik me af: Mag ik me misschien hevig geïrriteerd voelen, als ik dit bijbelgedeelte lees? Het is namelijk helemaal niet gemakkelijk je te vereenzelvigen met de vrouw uit Spreuken 31, zoals de schrijfster suggereert in haar "Woord vooraf".
Spreuken 31 : 10-31 ligt in hetzelfde vlak als Exodus 20 en wat Paulus in zijn brieven over de levensheiliging schrijft. Op vele plaatsen in de bijbel voelt een mens zich in de nek gegrepen en dat is bij Spreuken 31 zeker het geval. Inderdaad: zo hoort het in een huwelijk naar Gods hart. Zo heeft Hij het bedoeld in het paradijs. Een prachtvrouw, een prachtman. Over die man zou ook een boek te schrijven zijn. Hij is immers in staat naast zo'n vrouw te leven. Dan moet je van groot formaat zijn. Zoals God je heeft bedoeld. In Spreuken 31 wordt aan mannen en vrouwen een spiegel voorgehouden. En die spiegel toont ons een volmaakt beeld. Wij kijken er naar en de moed zinkt ons in de schoenen. Wil God dat wij zó met elkaar leven?
Maar wie is daartoe in staat? En deze onmacht doet een mens naar de Here Jezus vluchten. Want wij hebben geen hogepriester die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar één die op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, Hebr. 4 : 15. Hij is in onze ellende gaan staan en dàt was het geweldige, ook voor de vrouwen die Hem volgden. Zeker, Gien Karssen beschrijft in haar boek wat de komst van de Here Jezus voor de bevrijding van de vrouw betekent.
Maar dat element van natuurlijk verzet tegen Gods Woord, samenvallend met het gevoel van onvolkomenheid, ontbreekt nagenoeg geheel in haar boek.
De Heidelbergse Catechismus vraagt en antwoordt zeer terecht:

"Waarom laat God ons de tien geboden dan zo streng verkondigen, als toch niemand ze in dit leven houden kan? Ten eerste opdat wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken.
Ten tweede opdat wij altijd ijverig zijn in goede werken en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken." (115).

Ik lees Spreuken 31 : 10-31 nog eens en ik weet: Here, ik kan het niet, ik ben vaak ten einde raad. Maar U kunt het wel. Daarom kom ik bij U. Neem mij, breek mij, vul mij, zend mij. De Here Jezus maakt van ons mensen naar Gods hart en dan gaan we vanzelf naar de norm leven die de bijbel daarvoor aangeef.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief