Beleid (2)

1978-04-14
  • Jaargang 22
  • nummer 15
Aanpassing geboden?
In een tijd van fonetisch schrift, primitief zo niet vulgair woordgebruik en een (niet alleen politieke) vereenvoudiging als van het "simplistisch verbond" (waarom niet verbont?), staat de redactie van "Opbouw" steeds opnieuw voor de vraag welk beleid zij dient te voeren. Men weet, dat gekozen is voor een weekblad dat opinievormend wil zijn en achtergrondinformatie verschaft.
Daarmee kiest de redactie bewust voor de moeilijkste weg, in de overtuiging dat niet de omstandigheden bepalend zijn voor de mens, laat staan een christen, maar juist omgekeerd.
Geen tegemoetkoming aan gemakzucht maar een uitdaging aan de tijdgeest: we hebben geen opdracht de tijd te doden maar om de - krappe - tijd te benutten. We zetten niet het verstand op nul en het gevoel ...
ook op nul, we hebben als mensen met verstand èn gevoel, in de totaliteit van ons bestaan, de taak om naar Psalm 78 door te geven wat onze vaderen vertelden - en daar zijn sindsdien inmiddels heel wat eeuwen bijgekomen.

Vroomheid in versteende traditie
Een derde punt: de redactie wil onder geen voorwaarde vergeten, dat wij leven tegen het einde van de twintigste eeuw. Daarom wil zij eigen tijd en situatie in rekening brengen en de daarmee samenhangende problemen onder ogen zien. Ook daarbij heeft zij de wind bepaald niet in de zeilen. Om te beginnen moet zij rekening hóuden met een eigen, betrekkelijk kleine, kerkelijke groepering, die voor een niet gering deel vertrouwd is met en gehecht is aan een iet of wat archaïsch woordgebruik, dat nog niet zo ver afstaat van de vertrouwde tale Kanaäns. Met name de ouderen - maar die niet alleen - zijn hierbij grootgebracht: het taalgebruik op meerdere "meerdere vergaderingen" staat hiervoor model. Bovendien ervaart deze groep de eigen situatie als een labiele positie.
De "vrijheid" van het buiten-verbandzijn werkt eer beangstigend dan bevrijdend.
D.w.z.: voor sommiger idee is het gebruik van de vrijheid identiek met het loslaten van de normen welke dat ook mogen zijn. De beschutting van het kerkelijk dak wordt niet alleen gezocht in het bezitten van een kerkverband. Men identificeert met dat laatste ook het oeroude en vertrouwde levenspatroon. De redactie zou het zich (te) gemakkelijk maken, door in alle gezapigheid te accepteren dat alles bij het oude moet blijven omdat het oude per definitie goed is.

Leven of geleefd worden?

"Opbouw" is een weekblad tot opbouw van het gereformeerde leven.
"Gereformeerd" is echter een zo zwaar geladen woord, dat dit bijvoegelijk naamwoord het zelfstandig naamwoord "leven" bijna verslindt. Dat is geen wonder. We zijn beter vertrouwd met de verbinding "gereformeerde Kerk" al dan niet versierd met aanhangsels en bij- (je zou haast zeggen. ver-) voegingen. De leus staat scherp ingesteld op kerk - het gereformeerde leven met al zijn facetten is bijgevolg vaag. Toch liggen ook daar veel vragen - en die vragen om antwoorden van mensen die, om een term van wijlen prof. dr K. Schilder te gebruiken, sympathetisch-kritisch zijn ingesteld, niet alleen op kerkelijk maar ook op politiek en maatschappelijk gebied. Met sympathie dus voor wat in het verleden aan waardevols is aangedragen. Maar tegelijk kritisch: werden en worden de vragen wel juist geformuleerd en zijn of waren de antwoorden wel toereikend ook voor onze tijd en situatie?
De redactie wil zulke, vaak ingrijpende vragen niet afdoen met een dooddoener.
Zij geeft zo mogelijk geargumenteerde antwoorden en is bereid wederwoorden op te nemen, mits deze even weloverwogen en geargumenteerd zijn. Dat betekent dat de lezer soms geconfronteerd wordt met zowel een pro als een contra. En het behoort tot zijn taak en competentie zich zo doende een eigen mening te vormen: de lezer is toch geen onmondige?

De blijvende norm
Een dergelijk beleid is geeft normloos beleid. De normen voor het leven (de toevoeging "gereformeerd" is in feite overbodig) staan opgetekend in de H. Schrift, van Gen. 1 tot en met Op. 22. Soms zijn ze, als in Israëls puberteit, voor alle mogelijke situaties uitgewerkt.
De rabbijnen hebben in feite niets anders gedaan dan voortdurend supplementen uitgeven. Mede daardoor konden zij Jezus' woord niet verstaan, dat van het prilste begin, het paradijs, tot het uiterste einde, het nieuwe Jeruzalem, de norm in feite dezelfde bleef en samen te vatten was in het dubbelgebod der liefde. Het is ieders taak "de wet te vervullen" onder alle gegeven omstandigheden en zo het leven tot ontplooiing te brengen.
Ik moge besluiten - dat is dan een kronkel van mij - met het "voorlezen uit eigen werk". In het eerste nummer van deze 22ste jaargang schreef ik (en ik sta daar nog steeds achter!): " ...wie geen risico wil nemen en zich geen inspanning wenst 'te getroosten, komt wel tot de ontdekking (in het gunstigste geval) dat het leven hem voorbijgaat, dat hij achtergebleven is. Dat lijkt me met name (ik voeg er nu bij: maar daar niet alleen) voor het kerkelijke leven een hoogst ongezonde toestand. We moeten het aandurven risico's te nemen. Wie daar de moed voor kan opbrengen verdient respect. Temeer omdat doorgaans verguizing zijn deel is. Ik voer geen pleidooi om alle wilde gedachten en ideeën maar aan het papier toe te vertrouwen. Maar wie' zich weloverwogen ergens een mening over heeft gevormd, moet de kans krijgen die aan een breder publiek toe te vertrouwen. Dat is niet minder dan een eerbewijs aan de lezers: zij worden uitgenodigd mee te denken, deel te nemen aan de discussie.
Zij worden hóóg aangeslagen!"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief