Leonard Ragaz, religieus socialisme contra nationaal socialisme

1978-04-14
  • Jaargang 22
  • nummer 15
Drs M. J. Top,
Leonard Ragaz.
religieus socialisme contra nationaal socialisme.
Uitgave: Kok, Kampen;
prijs f 45,-; omvang 344 pag.

Geboeid heb ik deze biografie over de Zwitserse theoloog Ragaz gelezen.
Juist voor vandaag lijkt hij me een uiterst relevant denker toe.
Telkens waan je je temidden van hedendaagse discussies binnen kerk en christendom, terwijl in werkelijkheid het gaat over discussies aan het einde van de vorige eeuw, of gedurende de twintiger jaren. Dat maakt dit voortreffelijke boek van drs Top tot een waar leesgenoegen.
Levend van 1868-1945 heeft Ragaz lange tijd verborgen gezeten in de schaduw van Barth en diens leerlingen. Die schaduw is nu wat aan het optrekken, zodat onder anderen ook Ragaz weer in het vizier kan komen. Zouden we hem theologisch en kerkelijk willen indelen, we zouden hem vrijzinnig kunnen noemen, te vergelijken met iemand als Banning in ons land.
Toch zouden we hem dan onrecht aandoen. Zelf heeft hij in zijn tijd de tegenstelling vrijzinnigheid-orthodoxie te boven willen komen. Daar pleit zijn intense omgang met de Bijbel voor. Maar ook zijn overtuigd geloof in Jezus als de Christus. Hij was gekant tegen dogmatisering van het geloof, tegen theorievorming. Jezus leerde z.i. geen godsdienst of christendom.
Wat Jezus wilde en leerde was het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid op aarde.
Natuurlijk was er zelfbezinning nodig maar dan gericht op het inzicht verkrijgen in de taken die de konkrete situatie van het Rijk van God betreffen.
We proeven hier al een verzet tegen theologie die de ogen sluit voor de concrete werkelijkheid van lijden en onrecht zoals we dat vandaag tegen komen in de Theologie van de Bevrijding.
Op zich is dat verzet legitiem, al zijn er wel een aantal vragen te stellen. Maar vandaar dat Ragaz' worsteling met deze materie zo eigentijds aandoet, dat in feite ook is.
Het Rijk van God - dat heeft Ragaz in zijn denken en werken beheerst, voortgedreven. Maar het is tegelijk ook dit thema dat het meest omstreden is.
C. H. Lindijer (Kerk en Koninkrijk, 1962) ziet Ragaz staan op een rij met Montanus, Joachim van Fiore, de beide Blumhardts, en natuurlijk niet te vergeten de wederdopers uit de 16e eeuw. De duitser Lindt ziet verbindingen met Hegel. Top daarentegen wijst op Calvijn. In elk geval is Ragaz uitvoerig met Calvijn bezig geweest. Diens theocratische ideeën ziet Top doorwerken in de visie van Ragaz op het Rijk van God. En hij maakt dat meer dan aannemelijk. In de kring rond Barth meende men dat Ragaz dacht het Rijk van God naar zich toe te kunnen halen als een menselijke mogelijkheid. Top laat zien dat Ragaz dat nooit bedoeld heeft. Waar hij in elk geval wel op uit was, was de eigentijdse geschiedenis te duiden vanuit zijn geloof dat de levende God aan het werk was in de wereld om het Godsrijk te laten de mens hier als medewerker Gods. Zo zien we Ragaz ook intensief betrokken bij het politieke gebeuren in eigen land in onlosmakelijk verband met het wereld politieke gebeuren.
Zo duidde hij, als voorbeeld, de sociale beweging als een teken van Gods werken in deze tijd. Dat hij accent gaf aan de concrete navolging spreekt dan vanzelf.
Deze discussies zijn relevant voor ons vandaag met, als voorbeeld, een boekje van H. G. Leih over "Gods hand in de geschiedenis".
De relatie Ragaz-Barth komt uiteraard ook aan de orde. Na een aanvankelijke verwijdering kwam via Thurneysen een toenadering tot stand. Interessant is te lezen dat Ragaz in de eerste fase van de dialectische theologie de diatase-idee kritiseerde.
Gaat dat niet ten koste van de wereld en de inzet voor de verandering van de werkelijkheid? Opvallend dat iemand als Haitjema destijds deze diastase-idee verwelkomde als correctief van het neo-calvinisme met zijn "al te simpele" betrokkenheid van het christelijk geloof op de cultuur die ons omringt (G. C. Berkouwer, Een halve eeuw theologie, p. 51). Zoals we vandaag meer oog gaan krijgen voor het gelijk van Ragaz in zijn diskussie met Barth, kunnen we ook meer oog krijgen voor het gelijk van de "neo-calvinisten" tegenover dialectische theologen als Haitjema en ook Noordmans.
Ook het religieus-socialisme komt uitvoerig aan de orde.
Dat werd gekenmerkt door de besliste aanvaarding van het socialisme als uitdrukking van Gods wil in het heden. Al in 1913 werd hij lid van de socialistische partij.

Ter vergelijking: de bekende "doorbraak" in ons land kwam pas na 1945 van de grond.
Van meet aan bleek zijn sociale bewogenheid met het lot van de arbeiders.
In 1906 hield hij een even beroemde als geruchtmakende rede over het evangelie en de sociale strijd van vandaag. Het is interessant zijn kritiek op het kapitalistische systeem eens te vergelijken met hedendaagse kritiek van christelijke zijde, bij voorbeeld van B. Goudzwaard, Kapitalisme en Vooruitgang, 1976. Op meer dan een punt lijkt Ragaz zijn christelijke tijdgenoten vooruit te zijn geweest. Ragaz wees het kapitalisme af als in strijd met de levensorde van het evangelie; hij dacht daarbij onder meer aan de Bergrede. Is het toevallig dat vandaag juist de Bergrede weer in het middelpunt van de aandacht staat, getuige bijvoorbeeld F. Boerwinkel, Meer dan het gewone?
Ragaz erkende overigens dat het kapitalisme veel goeds had gebracht en aanbreken. Ook beschouwde Ragaz een tijlperk van ongekende mogelijkheden had ingeluid.
Dat er een mentaliteitsverandering nodig zou zijn, wilde het tot een omvorming van de maatschappij komen, zag hij scherp in. Met name dèze verandering in mentaliteit dat mensen met elkaar behoren om te gaan op basis van het samen mens zijn en niet op grond van geld.
Hij zag in het socialisme op dat moment de ware weg tot God. God zelf heeft ingegrepen in de nood waarin het arbeidersvolk verkeerde, heeft dat volk ook wakker geschud zodat het zich ging organiseren. Vergeten we niet: het was 1906!
Geen tijd waarin de nood van het arbeidersvolk in het algemeen de kerk wakker hield, al mogen we voor wat ons land betreft zeker wel wijzen op christelijk-sociale congressen en andere aanzetten om iets aan deze nood te doen. In dit verband is het opmerkelijk dat Ragaz al in de 90-er jaren aandacht vroeg voor de figuur van Franciscus van Assisi, niet als heilige van een biologisch-dynamische cultus, maar vanwege zijn accent op de armoede als onderdeel van de navolging van Christus. En van hieruit is de stap naar de beweging voor een nieuwe meer sobere levensstijl vandaag, meer aangepast aan de verantwoordelijkheid die men heeft voor de goederen van deze wereld en hun billijke verdeling onder de volken, niet zo groot meer.
Nog één moment uit deze boeiende biografie: Ragaz' strijd tegen de oorlog voor de vrede. AI tijdens de eerste wereldoorlog waardeerde hij dienstweigering als een getuige voor het Godsrijk en tegen het rijk van geweld. In 1924 verklaarde hij de oorlog aan de oorlog en eiste hij algehele ontwapening van Zwitserland, niet blind voor de komende wereldoorlog, maar juist als een der eersten die verwachtend. Hitlers "Mein Kampf" had hij al vroeg gelezen, de verkiezing van Hindenburg in Duitsland deed hem het ergste vrezen. Zijn pacifisme was daarom ook niet goedkoop en ongecompliceerd. Het had alles te maken met zijn geloof in de levende God en diens Rijk voor de wereld. Hij onderkende de noodzaak van een geestelijke strijd die niet met wapens uitgevochten kon worden. Hij kantte zich fel tegen allerlei vormen van militairisme. Hij zette zich in voor een internationale rechtsorde als wapen tegen de oorlog en als instrument tot vrede. Vandaar zijn warme belangstelling voor de Volkenbond en later voor de plannen om tot de U.N.O. te komen. Hij was geen blinde optimist. Maar vanuit wat hij als de kern van het christelijk geloof zag wist hij zich geroepen te spreken en te handelen zoals hij terzake van het oorlogsvraagstuk gedaan heeft. Dat ook op dit punt Ragaz nog ten volle actueel is, lijkt me duidelijk. De problemen van oorlog en vrede, van pacifisme, dienstweigering, bewapeningswedloop, militarisme: ze mochten onder ons wel meer in discussie komen dan tot nu toe gebeurt.
En al zouden we tot andere beslissingen komen dan Ragaz in zijn tijd, luisteren naar stemmen als de zijne zal ons alleen maar verder brengen om tot een afgewogen oordeel te komen.
Laat ik niet verder gaan met releveren van wat Top in zijn boek aan materiaal heeft verzameld. Hij heeft een indringend portret getekend van Ragaz. De prijs mag geen verhindering zijn dit boek aan te schaffen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief