Spreken of luisteren?
1978-04-21
Leven met woorden- Jaargang 22
- nummer 16
Mens-zijn houdt in dat je kontakten onderhoudt met andere mensen. Leven zonder relaties is onmenselijk.
Mensen die tot langdurige eenzame opsluiting worden veroordeeld staan onder een psychisch bijna niet te dragen druk. Als we ons duidelijk willen maken aan anderen, als we willen vertellen wat er in ons omgaat, dan doen we dat meestal door middel van het geschreven en gesproken woord. Spreken, schrijven en lezen nemen in ons dagelijks leven een heel grote plaats in. Krant, radio, televisie en telefoon zijn bijna niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Al onze massamedia zijn bijna geheel gebaseerd op verbale communicatie, d.w.z. op kontakten die verlopen door middel van geschreven of gesproken woorden.
De taal speelt in ons leven een heel grote rol: we denken door middel van de taal, we uiten ons door middel van de taal, we gebruiken de wal om onze ideeën aan anderen duidelijk te maken. Wat er gebeurt als we elkaars taal niet meer spreken zien we in Genesis 11: de torenbouw van Babel moest zelfs gestaakt worden.
Zelfs al spreken we allemaal Nederlands, dan nog kan het gebeuren dat we een andere taal spreken, omdat dezelfde woorden een andere betekenis hebben (denk b.v. maar aan begrippen als vrijheid en gerechtigheid).
Het met elkaar praten wordt dan wel erg moeilijk.
Leven zonder woorden
Hebt U er wel eens over nagedacht wat het voor iemand moet betekenen als hij niet kan spreken? Wij kunnen het zeggen als we boos zijn op iemand, als we verdriet hebben, als we graag iets willen hebben. Maar iemand die niet kan spreken moet zich uiten door middel van zijn gedrag. Hij wordt dan vaak niet begrepen. Het gevolg kan zijn dat je je geïsoleerd voelt. Emotioneel gezien is niet kunnen spreken een enorme handicap. Bij zwakzinnige mensen zien we dat de taalontwikkeling vaak in ernstige mate belemmerd wordt. Dit komt zowel doordat de verstandelijke ontwikkeling van die aard is dat de spraak niet op gang komt als door een stoornis in de spieren die het spreken mogelijk moet maken (een gestoorde mondmotoriek). Doordat zwakzinnige mensen zich vaak ook nog anders uiten dan de meeste andere mensen is het vaak moeilijk om te begrijpen wat ze met hun gedrag bedoelen, wat ze ons duidelijk willen maken. Maar wil dat zeggen dat communicatie daarmee onmogelijk wordt?
In het volgende gedeelte wil ik graag nader op deze vraag ingaan.
Non-verbale communicatie
Door de nadruk die er in onze samenleving ligt op het geschreven en gesproken woord dreigen we wel eens andere - voor ons gevoelsleven essentiële - mogelijkheden tot contact te vergeten. Vaak zegt een hand op iemands schouder meer dan duizend woorden. Maar... dat durven we niet!
Dat de lichamelijke aanraking erg belangrijk is, zien we bij kleine kinderen. De eerste, meest elementaire, ervaring van het ongeboren kind is de ervaring van de aanraking. Ook na de geboorte blijft het koesteren, het lichamelijke contact, voor de baby onmisbaar. Sterker nog: het is een voorwaarde voor een geronde ontwikkeling. Een kind dat nooit op schoot wordt genomen, dat nooit eens tegen iemand aan mag zitten, voelt zich terecht onbeschermd. De gevolgen hiervan zullen ook op latere leeftijd merkbaar zijn. Die lichamelijke aanraking is een voorbeeld van het zonder woorden communiceren. We noemen dat: non-verbale communicatie. Die non-verbale communicatie speelt een veel grotere rol dan we ons eigenlijk bewust zijn. Sterker nog: de mens is een wezen met verscheidene zintuigen, soms maakt hij gebruik van de taal.
Als iemand tijdens een discussie met z'n voeten zit te wiebelen, wil dat waarschijnlijk zeggen dat hij zich ergert.
Als iemand op het puntje van zijn stoel zit, zegt dat (waarschijnlijk) dat hij zich niet erg op z'n gemak voelt, en iemand die erg onderuit zit, interesseert zich niet zo erg voor het op dat moment behandelde onderwerp. Het is zelfs zo dat je niet kunt communiceren. Als twee mensen zwijgend tegenover elkaar zitten maken ze door hun gedrag duidelijk wat er aan de hand is. De priester en de Leviet uit Lucas 10 gaan aan de overzijde voorbij, maar ze kunnen daarmee niet zeggen dat ze de man die in handen van de rovers was gevallen niet hebben gezien; door hun gedrag maken ze duidelijk dat ze niets met die man te maken willen hebben.
Al ons gedrag heeft iets te zeggen, alleen zijn we het ons niet (meer) zo bewust, we zijn niet zo gewend erop te letten.
Omgaan met zwakzinnige mensen
Ik heb in het bovenstaande gedeelte proberen aan te geven dat communicatie die niet door middel van woorden plaatsvindt eigenlijk heel normaal is. Toch voelen we ons erg onwennig als we iemand ontmoeten die onze taal niet spreekt. Dat komt o.a. heel sterk tot uiting in de manier waarop veel mensen op zwakzinnige mensen reageren. Als er gezegd wordt dat een, zwakzinnig kind niet kan spreken denkt men nogal eens dat contact daardoor erg moeilijk wordt. Hoe moet je nu contact leggen met iemand die niet spreekt, of misschien onze woorden zelfs niet eens begrijpt? Wat moet je doen als iemand maar om je heen blijft draaien, als een meisje bij jouw komst stil in een hoekje blijft zitten, als een man je om je hals vliegt? Je staat dan met je mond vol machteloze woorden. Mensen die dagelijks met geestelijk gehandicapten omgaan ervaren dat het opbouwen van een relatie - ook met diepzwakzinnige mensen - vaak heel goed mogelijk is. En dat onlangs het feit dat veel zwakzinnige mensen inderdaad een nauwelijks ontwikkeld vermogen tot spreken bezitten.
Ik heb eens op een inrichting onderzocht hoever de taalontwikkeling van 40 zwakzinnige kinderen en volwassenen was gevorderd, en daaruit bleek dat minder dan de helft kon spreken. Slechts 12 van die 40 mensen konden meer dan 20 woorden uitspreken. Eerlijk gezegd schrok ik van die cijfers. Waarom? Omdat je, als je dagelijks op zulke groepen komt, helemaal niet in de gaten hebt dat deze mensen zich zo slechts door middel van de taal kunnen uiten. Dat je dat niet meer in de gaten hebt komt omdat er zoveel andere communicatiemiddelen zijn. Voor een buitenstaander zijn alle zwakzinnigen gelijk (en worden dan b.v. als zielig betiteld), voor een groepsleider is ieder kind weer anders. Alle kinderen op haar groep, hoe diepgestoord ze soms ook mogen zijn, geven weer op een andere manier aan hoe ze zich voelen, wat ze bedoelen. Maar dat doen ze niet door middel van de taal.
Luisteren naar fluisteren
Dr Van der Most, vroeger geneesheerdirecteur van een zwakzinnigeninrichting, heeft het werken met diepzwakzinnige mensen eens 'luisteren naar fluisteren' genoemd. Zwakzinnige mensen krijgen geen band met iemand die een schitterend betoog kan houden.
Wel met iemand die de soms heel onduidelijke signalen die de zwakzinnige uitzendt op kan vangen.
Soms is dat erg moeilijk, ook al omdat we niet zo gewend zijn om goed de luisteren. Vandaar' dat Dr Van der Most ervoor pleit dat de beste groepsleiders en leidsters op groepen met diepgestoorde kinderen komen te werken. De relatie wordt niet gevormd door woorden, maar door lichamelijk contact, door de sfeer die op de groep heerst, de muziek, door het wonder van de menselijke stem (niet de inhoud van de woorden, maar de klank telt). De zwakzinnige krijgt een band met een groepsleidster die zijn kussen even recht legt, die hem op schoot neemt als hij zich niet lekker voelt, met een groepsleider die heel dicht bij hem is als hij eet, die hem optilt als hij moe is of die hem in dat lekker warme bad of in dat schone bed stopt.
In zo'n omgeving voelt hij zich thuis.
Woord en daad
Ik heb in dit artikel proberen aan te geven dat woorden in de dagelijkse omgang met de zwakzinnige vaak niet functioneren. Wel zegt de manier waarop we met hem omgaan hem iets over de wijze waarop we tegenover hem staan. Dat woorden tekort schieten ervaren we allemaal in ons leven wel eens.
Een ieder van ons kent wel situaties waarin je zoekt naar woorden, maar ze eigenlijk niet kunt vinden. Misschien hebben we wel eens de neiging om te snel met woorden klaar te staan omdat we van onszelf een antwoord eisen. Luisteren wordt dan vaak erg moeilijk.
In het Hebreeuwse woord 'dabar' zijn woord en daad onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onze daden kunnen de ander iets te zèggen hebben. We hoeven niet altijd met onze woorden klaar te staan. God heeft de mens heel veel mogelijkheden gegeven om zijn gevoelens en gedachten aan anderen duidelijk te maken. Eén van die mogelijkheden is de taal.