Zilveren banden
1978-04-21
Een van onze vrienden schreef: jullie hebt het daar zeker wel goed? Alles wat je over Schotland schreef was een ode op dat land. - Dat is dan goed begrepen.- Jaargang 22
- nummer 16
Het heeft weinig zin als gast en bijwoner je kritiek op dit gastvrije en schone land te spuien. Bovendien - daarvoor zijn we niet aangenomen. Wij vertellen graag bij tijden iets wat lieflijk en welluidend is - maar zonder te garanderen, dat u een compleet beeld krijgt voorgeschoteld. En overigens, om tegemoet te komen aan diegenen, die het gevoel krijgen opgelicht te worden, vandaag eens een aquarel van het Schotse kerkelijk leven, dat in Nederland een onvoldoende zou krijgen.
Terwijl ik dit schrijf staat de kamer vol zonlicht, hoewel de regen in de tuin plenst. Het is hier nooit enkel regen of enkel zon. Het is hier nooit enkel zwart of enkel wit. Er is altijd veel grijs - en dan met zilveren randen. Maar wel mooi.
Dat kerkelijk leven dan, och ja. Onze parochie telt 500 leden, het aantal belijdende leden is 130, aan het avondmaal komen 50 tot 70, het aantal kerkgangers is 's zomers 20 tot 40, 's winters 10 tot 20 man. Onlangs preekte onze dominee voor zeven man. Nu mag ik erbij zeggen: dat ook in Loch Awe een dienst is, zodat het aantal "randleden" wat vermindert.
Hoe komt dat? Alles ligt wat anders dan in het goede vaderland. Het woord randleden kan al niet vertaald worden, want die 500 zijn allemaal gedoopt en geregistreerd, komen ook wel in de kerk bij huwelijk, begrafenis en zomaar velen deden geen belijdenis en praktiseren dus weinig of niet. Maar, zoals u ziet, komen ook de belijdende leden lang niet allen aan het avondmaal.
Ze vragen een week vooraf toegang, als ze dat willen, krijgen een kaartje op naam, dat ze bij het avondmaal inleveren. En leden die een of tweemaal per jaar in de kerk komen, zoals bij het avondmaal, zijn erg geconcentreerde kerkgangers, die onder het sacrament soms hun tranen de vrije loop laten. Een familie komt ter kerke; maar als ze komen, tien minuten te vroeg, houden de kinderen zich eerbiedig stil, terwijl vader en moeder die tien minuten gebruiken om te bidden. Een buurtje zegt; ze bidden dan ook meteen voor drie maanden. - Maar komt u daar in Nederland eens om?
Het is een geweldige belevenis, die kerkdienst, voor álle kerkgangers. Of ze wekelijks komen of eens in de drie maanden: er is grote eerbied in de kerk, de begroeting, de hulpvaardigheid, de hartelijkheid, de levensstijl - ze blijven hetzelfde.
We vroegen onze predikant: wat doet u tegen dat slechte kerkbezoek? - Hij vroeg: wat kán ik doen? Ik kan ze toch niet met geweld binnenslepen? - Nee, zeiden we nadenkend, maar vertel ze eens iets over het "gewassen worden door het Woord"; over ons geloof, dat groeit door het gehoor van het Woord; over nat worden in de regen en wedergeboren worden onder de prediking; over dagelijks voedsel en geestelijk voedsel en zo. - Hij dronk onze woorden in en zei: wilt u geloven, dat u me nieuwe moed geeft?
Wij op onze beurt zeggen diezelfde dingen tegen onze kennissen. We misten jou zo lang in de kerk. - Jij bent beter dan ik, is dan de reactie. - Nee, ik heb de preken meer nodig blijkbaar. - dat is ook mogelijk.
Maar de problemen liggen hier niet zo hoog als in Nederland. Het geestelijk leven gaat misschien wat minder diep, de massadwang is er ook minder sterk en aan gewoonten verander je niet veel. Toch - er zijn kerkgangers bijgekomen, de laatste maanden. De predikant, in zijn laatste jaren, spreekt krachtig en zuiver. Naar onze begrippen is hij een goede opkomst zeker waard.
Het moet John Knox zijn geweest, die eens van de kansel in Edinburgh uitriep: 0 God, geef mij Schotland of ik sterf! - Hij heeft Schotland niét gekregen en is gestorven. En toch is zijn stempel tot vandaag terug te vinden.
Neem het woord sabbat. De Zondag wordt hier nog algemeen sabbat genoemd.
Zoals Datheen kans zag deze naam in Zondag 38 van de catechismus binnen te smokkelen, hoewel de opstellers hem niet genoemd hadden, zo maakte Knox van de Zondag (feestdag) een sabbat (verplichte rustdag).
Daarin ging hij te ver, ook volgens Calvijn. Mensen van de eilanden zeggen nu ronduit: toen we klein waren mocht letterlijk niéts op sabbat gebeuren, moeder kon geen eten klaarmaken. Vandaag kan alles en 'toch vergaat de wereld niet. Daarmee heeft de kerk haar greep op ons verloren. Maar we willen de kerk niet kwijt hoor. Stel je voor: wáár zou je heen moeten voor de grote gebeurtenissen: huwelijk, doop en begrafenis? De gelegenheden, waarheen mensen zich meestal laten rijden. Een van onze vaderlandse vrienden spreekt mild over het vier-wielen-christendom. Ja, dat zit er achter.
Nog steeds staat de kamer vol zon. Het uitzicht op de heuvels is groots. En in ons dal gutst de regen voort. Als het regent dan regent het plezierig. En zon is er altijd wel. Om maar te zwijgen van de zilveren randen. Nee - laat me daar nu eens iets over mogen vertellen!
In het befaamde "Scots Magazine" trof ik deze maand een modern gedicht aan. Het gaat over de kerk - wat in een neutraal maandblad niemand hier verontrust. Ik vertaalde het voor u als volgt.
Doop
Regenachtige schotse zondagmorgen
- weersverwachting somber -
kerkklok roept trouwhartig de gelovigen
die - met opgestoken paraplu's
ter bescherming van zondagse strohoeden -
de westelijke deur naderen
binnen: licht eikenhout gekleurd glas en orde
- ook zelfvoldaanheid?-
koster met gepoetste appelwangen
en gesteven boord
zijn schoenen als twee zwarte spiegels
onder heilig woord
kuist de netheid van het heiligdom
zomerbloemen en orgelklanken
bieden gemengd boeket
tot welkom aan doopfamilie -
vaderlijk predikant
heft twee witte bundeltjes op
vier kleine knuistjes vermalen
de restanten van ons cynisme
kunnen alle aanvallen tegen de kerk weerstaan
buiten: zware depressie over hele land
- moeras der vertwijfeling? -
ineengedoken als natte mus
op zijn roestplaats aan zee
wacht het dorp onze terugkomst af
met platheden en huisbakken koekjes
maar hebben wij niet even
de zilveren randen gezien?
Is het geen schoon gedicht? Heeft de dichter iets geweldigs beleefd? En heeft hij dat niet raak getekend? Dát consumeert de Schot, daar staat hij voor open.
De kerk kun je niet missen - bijna geen jaar.
Die doopbelevenis op een regenachtige dag: natuur en genade op tijd. De aangrijpende traditie beleefd. Tegelijk de milde humor van een slordige huisvader, die schrikt van alle properheid en glans. Het contrast tussen vaderlijke predikant en "vier kleine knuistjes". Maar is het niet als in psalm 8: uit de mond der zuigelingen hebt Gij krachten gerekruteerd om vijand en wraakgierige af te slaan?
En dan: buitengekomen is het nog erger geworden. Iemand zou denken: zie dat je onder dak komt, binnen zijn de beste. Ze wachten je ginds op met schelmse mopjes (waar je, na die pure beleving, nu net geen behoefte aan hebt). En dan hebben die goeie grootmoeders de hele morgen gebakken: ze zullen je "inwendige mens" wel even vooruithelpen; daar zijn Schotse vrouwen erg goed in.
Kijk, daar wil die dichter toch eigenlijk niet aan. Hij is gegrepen door de doop. Hij heeft iets van de eeuwigheid gezien. Hij heeft de prekende en handelende God herkend. Gods naam werd gekoppeld aan zuivere Schotse namen. De dichter heeft op een regenachtige Zondag de zilveren randen gezien.
Staat u open voor nóg 'n contrast? Dan dit. Een van mijn collega's is zeven jaar personeelsfunctionaris voor een hele provincie geweest. Heeft wat ervaring met ziekten - van anderen. Vroeg hij me: wat scheelt er toch aan die kerkjes van jou? Weet je wel dat er opvallend veel ziektegevallen voorkomen bij onze werkers, die lid zijn van een vrijgemaakte kerk? En dat ze allen aan frustraties, waanvoorstellingen en groepstirannie lijden? - Ik zoek al een paar jaar naar het antwoord; kunt u mij soms helpen?
Nu dit artikel klaar is is de zon ondergegaan. De regen is over. En in het Westen staat de lucht boven de eilanden er bij als een palet van een bezeten schilder: blauwen rood, roze en goud, groen en paars, geel en turkoois en dat alles met machtige lijnen en velden. En met zilveren randen.