Sprekende (abbonnementen)cijfers

1978-04-21
  • Jaargang 22
  • nummer 16
Reeds sinds vele jaren verschijnt elk voorjaar het Winkler Prins Encyclopedisch Jaarboek dat tot ondertitel heeft: een encyclopedisch verslag (van het voorafgegane jaar) samengesteld door de Winkler Prins redactie. En zo kwam onlangs het Jaarboek over 1977 uit. Het is altijd een boeiende bezigheid zich in zo’n Jaarboek te verdiepen. Het is voornaam uitgegeven, rijk en prachtig geïllustreerd en geeft enorm veel informatie over alle mogelijke aspecten van het nationale en internationale leven van het voorbije jaar. In het zo juist verschenene vindt men, om maar iets te noemen, een voortreffelijk artikel over de Oost-West-verhoudingen. Het Jaarboek geeft ook altijd een artikel over het “Perswezen” in ons land (trouwens ook van België). Allerlei gegevens omtrent de uitgave van de onderscheidene kranten en weekbladen – de wijze van uitgave, redactionele samenwerking, enz., worden daarin geboden. En, wat voor de “gewone” lezer wel het meest interessant is: wij krijgen is dat artikel ook een opgave van de oplage van de verschillende dag- en weekbladen. Daaruit wil ik nu iets citeren en er dan ook nog een paar opmerkingen aan toevoegen.

Van de dagbladen staat wat de oplage
ervan betreft De Telegraaf veruit aan de top. Die was namelijk op 31 dec. 1976 558.000 ex.! Tien jaar geleden was de oplage ervan nog slechts (!) 344.000. Op de Telegraaf volgen het Algemeen Dagblad en de Volkskrant met resp. oplagen van 313 en 222 duizend ex. Opvallend is dat er bij deze en andere kranten nauwelijks van groei sprake is. Ze blijven wat de oplagen betreft steeds ongeveer op hetzelfde niveau. Van de opinieweekbladen staat Elseviers-Magazine met een oplage van 137.150 bovenaan, gevolgd door Vrij Nederland met een van 115.000.
Wat mij bij het nagaan van het abonnementen van de kranten opviel was het verloop daarvan bij Trouw/Kwartet. Dat ziet er voor de jaren 1973, 1974, 1975, 1976 zö uit: 106.242; 106.262: 150.268; 144.000. Dit lijkt op het eerste gezicht een vreemde ontwikkeling. In 1975 plotseling een vermeerdering van 43.000 abonnees, en dan weer een daling van 6.000.
Een "noot" bij deze lijst geeft evenwel een verklaring van deze gang van zaken. Tot 1 febr. 1975 verschenen er namelijk van Trouw/Kwartet vier "kopbladen": een voor Amsterdam, een voor Den Haag, een voor Rotterdam en een landelijke. Dat hield op 1 febr. 1975 op. Van die dag af verscheen er maar één editie van het blad. Vandaar die stijging van het abonnementental.

De geschiedenis van Trouw/Kwartet is in de voorbije jaren een nog al bewogene geweest. De Elsevier-Jaarboeken geven daaromtrent de volgende informatie: Een aantal jaren geleden kwam er een fusie tot stand tussen de krant van "de oude Diemer": De Rotterdammer met haar vier "kopbladen" en Trouw. Trouw had toen 110.000 abonnees en De Rotterdammer 90.000. Dus samen 200 duizend. In Elseviers Jaarboek van 1975 kan men lezen dat de positie van de Trouw/Kwartet-bladen, die eind 1973 - dus ná de genoemde fusie - met De Rotterdammer - na een volgende fusie, namelijk met de "Perscombinatie" (die o.a, ook De Volkskrant en Het Parool uitgeeft) geregeld leek, lang onduidelijk bleef. Pas in oktober 1974 werd een definitief akkoord bereikt voor de 'overneming van Trouw/ Kwartet door de genoemde Perscombinatie.
Daarbij was van beslissende betekenis dat op advies van het op 16 september 1974 tot stand gekomen Bedrijfsfonds voor de Pers aan Trouw vier miljoen gulden ter beschikking werd gesteld. Dit was een flink bedrag. Maar - Trouw had 6.1 miljoen gevraagd! Deze lagere bijdrage uit het genoemde "Bedrijfsfonds" leidde er toe dat 40 personeelsleden, onder wie 20 journalisten ontslagen werden en de tien edities tot vier werden teruggebracht. En zoals we reeds vernamen verdwenen ook die op 1 febr. 1975. Wanneer we deze gegevens uit de EIseviers Jaarboeken overwegen blijkt dat Trouw/Kwartet sinds de fusie met De Rotterdammer ruim vijftig duizend abonnees heeft verloren.

Onwillekeurig vraag je je dit constaterend, af: wat kan daarvan de oorzaak zijn?
Ik. denk in dit verband aan wat Prof. Diepenhorst en Dr Diemer reeds bij de vorige verkiezingen voor de Tweede Kamer signaleerden. Namelijk dat de "confessionele" partijen daarbij geen enkele steun van "Trouw" ondervonden, ja, in feite door dat blad werden tegengewerkt.
En bij de jongste verkiezing was het niet anders! Prof. Diepenhorst schreef daarover onlangs in Centraal Weekblad het volgende: "Trouw had op de dag van de verkiezingen aan het optreden van mr. Van Agt in het zuiden 34 regels, aan dat van drs Den Uyl 60 regels gewijd - deze laatste tekst was ook veelzeggender - en dezelfde krant had tevens abonnees willen winnen met de slagzin "Trouw kietelt kieskeurige klanten tot kritisch stemgedrag". Een voor naderende verkiezingen aardig dubbelzinnige formulering. Op 30 maart werd in een met driestarren' getooid artikel Kuyper aangehaald - men houdt hem voor heel bijzondere gelegenheden in petto - en wel om duidelijk te maken, dat het blad advertenties van de meeste politieke partijen opnam.
Daar is ook niets op tegen. Maar wel bedenking wekt dat op 29 maart Willem Breedveld, de voornaamste politieke schrijver onder eigen naam, na wat stekeligheden tegen de liberalen en het kabinet Van Agt ('de heren zitten keurig in het pak') de regering onzorgvuldigheid jegens de vakbeweging verweet, zonder op het verweer van minister Albeda in te gaan. Meer verzet rijst nog tegen zijn beschouwing op 30 maart naar aanleiding van de uitslag 'Premier mag borst nat maken'. Minister Pais zou volgens hem tot nog toe weigeren iets te bezuinigen. De puinruimers - dat zijn opnieuw de liberalen - lieten het afweten. Tegelijk wordt in zonderlinge tegenspraak met het voorafgaande geopperd, dat de liberalen, onrustig over hun verlies, nu wel een harder beleid zullen voorstaan. En op dezelfde bladzij van Trouw wordt, thans anoniem, meegedeeld dat de liberale partij teveel ervaring heeft met de succesformule van het brutale gezicht om niet binnenkort te bezwijken voor een gaan op de populaire toer. Opvallend is dat nu nergens Kuyper wordt aangehaald, die met zijn bekende breedheid nooit enkel de liberalen, en dat principieel, bestreed, maar ook tegen de socialisten wel enige bezwaren ontwikkelde."

Het is uit wat Prof. Diepenhorst schrijft - en wat hij signaleert is symptomatisch en een verschijnsel dat massa's is opgevallen en met wrevel vervult - dat de idee van een christelijke politiek en christelijk-politieke partijvorming bij "Trouw" geen enkele steun ondervindt. Eerder het tegendeel.
En zo beleven we het wonderlijke verschijnsel dat een christelijk-politieke beweging die blijkens de jongste verkiezing door 21/2 miljoen kiezers wordt gedragen van een krant die haar abonnees voor het over-, overgrote deel uit deze groepering rekruteert, ja, in feite daarvan en daarvoor de krant is, en die het bestaan van die krant ook mogelijk maakt, bij het nastreven van haar politieke idealen met alleen geen enkele steun, maar in feite tegenwerking, of, nog erger, bestrijding ondervindt! Maar - nog vreemder is dat de duizenden CDA-idealisten dat nemen!

Als vanzelf kijk je als je het over hèt "perswezen" hebt ook wat verder, naar andere kranten.
In de eerste plaats wil ik wijzen op het Friesch Dagblad. Dat schreef onlangs over zichzèlf dat het een "duidelijk gezicht" wil vertonen dáárin dat het zich volouit inzet voor een christelijke politiek en een christelijk-politieke partijvorming. En het opvallende daarvan is nu dat dát blad gedurende de vijf laatste jaren dat Algra daarvan de hoofdredacteur was zijn abonnementental met 25% zag toenemen!
Een nog opvallender fenomeen in dit opzicht is het Reformatorisch Dagblad, Dat startte in 1971 met een goede 20 duizend abonnees. Nu heeft het er, na zeven jaar, reeds meer dan 42 duizend! En de groei gaat onverminderd door. Daarnaast is er het Nederlands Dagblad (het Geref, Gezinsblad) dat zeker ook meer dan twintig duizend abonnees heeft verworven. Welke verschillen er tussen deze laatste bladen ook mogen bestaan hierin komen ze overeen dat ze alle drie dienstbaar willen zijn aan christelijk-politieke actie en christelijk politieke partijvorming voorstaan.

Juist dezer dagen las ik voorts iets dat met het bovengenoemde in nauw verband staat.
Het betreft namelijk de stand van zaken ten opzichte van de andere massamedia, nl. de radio en televisie.
Volgens het bericht dat ik daarover las boekte de VARA in het vorige jaar een winst van ruim 18 duizend leden. Over het "gezicht" van de VARA behoeft niemand in twijfel te zijn. Daaruit vernamen we in alle mogelijke tijden en wijzen dat de P.v.d.A. groot en Den Uyl haar profeet is. Daarentegen behaalde de NCRV geen groter winst dan ruim vijf honderd leden! Ook van de NCRV verklaarde prof. Diepenhorst en dr Diemer dat zij c:hristelijk politieke partijvorming niet positief steunde. Met de grootste winst ging evenwel de VPRO strijken! Die, dat weet ieder. is revolutionair in elke betekenis van dat woord! Deze omroep boekte in 1976 meer dan veertig duizend nieuwe leden. Toen ik dit las dacht ik aan een opmerking van Prof. Firet die hij enkele jaren geleden in een interview tegenover dr Puchinger maakte. Deze nl.: "De gemiddelde gereformeerde predikant van de toekomst stemt misschien op de P.P.R. en is mogelijk lid van de VPRO." Zou dit vermoeden nu reeds beginnen werkelijkheid te worden? Van de predikanten èn van hun aanhang?
Laat ik ten slotte nog meedelen dat de veel gesmade EO haar ledental met 18.000 zag groeien.

Op nog één verschijnsel wil ik in dit verband wijzen. Het is dit, dat ook de pers van de "rechtervleugel", van de Ned. Herv. Kerk, op indrukwekkende wijze groeiende is!
Zo nam het abonnementental van "De Waarheidsvriend", het officiële orgaan van De Geref. Bond, in enkele jaren van vijf duizend tot ver over de veertien toe. En het blad van de Confessionele Vereniging, het "Hervormd Weekblad" zag zijn aantal abonnees in enkele jaren meer dan verdubbelen.
Ik vermoed dat de bladen van de verschillende "modaliteiten" in de Ned. Herv. Kerk samen méér lezers hebben dan het officiële orgaan daarvan dat de wel wat pretentieuze naam "Hervormd Nederland" draagt.
Dit zijn enkele cijfers. Meestal zijn die dor. Soms ook sprekend!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief