Om een dakkapel vrede

1978-04-21
  • Jaargang 22
  • nummer 16
Jenny Bolt,
Om een dakkapel vrede.
Uitg. Buyten en Schipperheyn - Amsterdam 1977.
48 pagina's.

Jenny Bolt,
Bloeiwijzen.
Uitg. idem 1974. 60 pagina's


Dat dichten niet allemans werk is weten we wel; dat dichten meer is dan rijmen laat Jenny Bolt op fijne wijze zien. Lees maar eens rustig twee keer, of drie of vaker, het huis van de toekomst, dat in dit nummer opgenomen is. Dichten is een moeilijk werk, zegt de auteur, dichten is / het onverwachte vrij spel geven /het beeld het lied / het lied de ruimte // maar ook / durver afbreken / met zin en tegenzin / woord voor woord // opnieuw beginnen / opnieuw anders // doorbouwen naar haan Victorie / die op het punt van koning kraaien/ met zichzelf in twijfel staat I/blijver die hij is / onder de maat van de hemel .//

De uitgever zegt: 'Zij schrijft poëzie van sterk uiteenlopende vorm en strekking, waarin geloofsovertuiging, betrokkenheid bij het menselijk gebeuren en liefde tot de natuur vaak hand in hand gaan met subtiele humor.' In hoofdzaak is dat zo. Wat vindt u bijvoorbeeld van deze advertentie uit het jaar der vrouw: / gevraagd in / middelgroot gezin /- pa doorgaans thuis / ma in enquêtes bezig - / een flinke kindervent// werker aanwezig // Ze heeft hart voor de mensen en de dieren en ze is begaan met hun modern lot; zie de koe Catharina.

In vergelijking met haar eerste bundel is de tweede en duidelijke vooruitgang; vooral in datgene wat Vestdijk indertijd de concentratie noemde, nl. de woorden meer laten zeggen dat ze van zichzelf buiten de poëzie doen; ook in haar taalgebruik, waaronder de regelindeling, zodat haar zeggingskracht is toegenomen.
De regels zijn - gelukkig - niet zo lekker glad; eentonigheid krijgt geen kans, het gevaar waaraan de onder ons meer bekende auteurs als Nel Benschop en E. IJskes vaak niet ontkomen zijn. Hier moet de lezer iets meer doen, hij krijgt dus ook iets meer.
Hartelijk aanbevolen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief