Bevrijding
1978-04-28
Wie vandaag "bevrijding" zegt, spreekt wèl over een woord, dat in is, maar waaraan zo iedereen een eigen inhoud geeft. Gaat U maar na. De volgende week hopen we de dag te "vieren", waarop ons land en volk werd bevrijd van de bezetting van vijf jaar naziheerschappij.- Jaargang 22
- nummer 17
Dat is dan een geweldig historisch ogenblik en we denken met blijdschap terug aan de golf van vreugde, die deze dag bracht. Maar nazidictatuur is toch maar één van de vormen van overheersing, die ons leven kan dwingen. En we kregen al heel gauw het gevoel, dat er héél wat ándere machten opdoemden, die minstens een even grote bedreiging vormen voor een wèrkelijk bevrijd bestaan.
In deze zelfde tijd vieren we ook de verjaardag van H.M. onze Koningin.
De Heer zegene Haar in Haar hoge ambt en in Haar persoonlijk en gezinsleven. Zij heeft vooral de liefde van ons volk verworven door haar menselijkheid en haar liefde voor mensen. In haar woorden gaat het dan ook om de mens en zijn werkelijke ontplooiing. Maar ook dan komt de vraag naar boven, of die mens nu werkelijk bevrijd is, als hij helemaal "mens" is.
Nog iets héél anders. Er is vandaag zelfs een theologie, die zich theologie van de bevrijding noemt. Deze theologie denkt zuiver in horizontale richting, Het koninkrijk van God komt niet van boven als een herscheppend ingrijpen van de Geest van Christus; het komt door ons toedoen in de historie van het mensenleven, als we de gerechtigheid van dat koninkrijk realiseren in deze wereld in de bevrijding der volkeren, desnoods door revolutionair geweld heen. Geen wonder, dat deze theologie van de bevrijding met name in de derde wereld aanhang vindt en gevoed wordt door de rassentegenstellingen. Bevrijding is dan de bewustwording en de volwassenwording van de zwarte rassen en voor hen zou dan deze bevrijding samenvallen met en identiek zijn aan het rijk van God.
Het vreselijke is, dat onder het mom van bevrijding deze volkeren en trouwens de héle wereld geïndoctrineerd wordt door de marxistische levensstijl en in zuiver materialistische zin wordt voortgestuwd naar de tirannie van de mens zonder God en zonder toekomst.
Wanneer onze Heer over vrijheid en bevrijding gaat spreken, begint Hij altijd centraal in het hart van de levende mens zèlf. De mens heeft altijd behoefte, zichzelf een passend systeem aan te meten, waardoor hij grond onder de voeten heeft. Ook de joodse mens deed dat.
Tegenover de woorden van de Heer beroepen de joden zich altijd weer op hun afkomst, hun ras, hun religie en hun voorrechten. Wij, zeggen zij, zijn kinderen van Abraham, en hebben nooit iemand gediend. Hoe kunt U dan zeggen: jullie zult vrij worden?
Hun mens-zijn valt dus samen met hun cultuur, met hun religie, met hun afkomst.
Achter dat masker gaat hun mens-zijn schuil. Verbergt zich hun zelfhandhaving.
Dat is voor hen de wèrkelijkheid en daarom kennen ze de waarheid niet.
Cultuur en religie worden dan de schijnwereld, waarin wij (mensen) leven en waarmee we onszelf bedriegen. Je bent nog niet bevrijd, als je besneden bent, orthodox bent opgevoed en de verdrukkers hebt weggejaagd. Zo zijn ook U en ik nog niet bevrijd, omdat we de machten bestrijden, die onze cultuur en onze religie bedreigen.
Als je gedoopt bent, gereformeerd bent opgevoed en de nazi's hebt weggejaagd.
Jezus stoot door naar het mens-zijn zèlf van binnen uit. "Die de zonde doet, is een slaaf van de zonde." De zonde. Dat is niet alleen maar het overtreden van een regeltje. David overtrad een regeltje, toen hij met zijn soldaten van de toonbroden at, die alleen de priesters mochten eten.
Toch deed hij geen zonde. Sterker nog. Onze Heiland overtrad een regel, toen Hij aan een niet-joodse vrouw het brood (van genade) gaf, dat voor de joodse kinderen bestemd was.
Maar niemand zal ook maar durven denken, dat onze Heiland zondigde.
In de bijbel is zonde vooral: zijn bestemming als mens missen. En die bestemming is: vrij mogen leven als kind van God. God mogen liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Als je dié bestemming mist (dat is: de zonde doen), ben je een slaaf van de zonde. Je kiest de zonde vrijwillig en moet dan mens-zijn naar eigen keuze. Maar je mist de eigenlijke bestemming.
En nu gaan we er iets van voelen, als de bijbel zegt: dat Christus zonde voor ons is geworden.
Hij werd dat gebroken mens-zijn voor ons gemaakt. Hij droeg de liefde tot elke prijs, tot in de hel toe.
Alleen door en in Hem kan ik weer werkelijk mens; vrij mens worden. Wanneer de Zoon U heeft bevrijd, ben je wèrkelijk vrij.
Bevrijding komt alleen door de (opgestane) Heer, die de Geest is.
Want Hij is de Zoon des mensen, d.w.z. de mens bij uitstek. Dit is het èchte 'mens-zijn; zó mag je als mens worden door zijn Geest. Dat is de vrucht, de doorwerking van de verzoening.
We hebben van Christus' werk nogal eens een soort passe-partout gemaakt.
Zoiets als een rekensommetje. Goed, we zijn zondaars. Het staat orthodox om dat te erkennen.
Maar er is gelukkig vergeving. Ik heb zoveel schuld. Christus heeft zóveel betaald. En trek dat van elkaar af.
Dan staan we weer quitte. Ik denk, dat daarom nogal eens bij de mensen de afkeer van christelijk geloof is gegroeid. Men zei dan, dat is gemakkelijk, vergeving neemt álle schuld weg. Dan zijn we klaar.
Geloof is dan een soort computer geworden. Je stopt er de kaart van je zonde in. En het antwoord van de vergeving rolt er uit. Klaar is kees.
Vergeving wordt vaak beleefd als een sommetje van optellen en aftrekken. Dan kun je verder humaan zijn en lief voor elkaar.En als je dood gaat, ga je naar de hemel. Maar Christus bevrijdt, d.w.z. herschept je tot werkelijke mensen. Mensen, zoals God ze graag ziet. Christus maakt volwassen, mondig, verantwoordelijk.
Kiezen voor God en de mensen Tot elke prijs. Want dat is werkelijke liefde: mens-zijn tot elke prijs.
Zo heeft Hij het voor ons gedragen aan zijn kruis.
Zo wil Hij ons bevrijden door zijn Geest.
Zó vinden we onze bestemming terug.
Werkelijk vrij.
Een vis is pas dán vrij, als hij kan spartelen in het water en niet, als hij op het droge ligt te happen naar lucht.
Een vogel is pas vrij, als hij hoog in de lucht kan zweven en zwieren en niet als hij op het strand stikt in de olie.
Een wilde kat is pas vrij, als hij in de wildernis kan jagen op zijn prooi, en niet als hij in de kooi van de dierentuin ligt te knipperen tegen de zon en alles krijgt, wat hij behoeft.
Elk beeld faalt.
Maar de mens is pas vrij, als hij door Christus in zijn element is.
En zijn element is de vrijheid; de vrijheid om lief te hebben, de vrijheid om mens van God te zijn; de vrijheid om kind van de Vader te mogen worden.
Christen-zijn is niet behoren tot een groep; tot een partij; het is geen beginsel of uitgangspunt; christenzijn is niet gelijk hebben of een program uitvoeren.
Christen-zijn is van Christus-zijn; door Hem bevrijd zijn van de tirannie van mijn verminkte mens zijn, want ik ben door Hèrn verlost. Christen-zijn is mens van God zijn, tot álle goed werk toegerust.
Christen-zijn is weer mógen liefhebben, omdat ik verlost ben van het móeten halten. Christen-zijn is weer m6gen dienen, omdat ik verlost ben van het móeten heersen. Christen-zijn is altruïst mogen zijn, omdat ik verlost ben van de slavernij van mijn egoïsme.
Dure woorden, omdat ze gekocht en betaald zijn met het bloed van Christus.
Pas dán, als de Zoon mij vrijgemaakt heeft, dan ben ik wèrkelijk vrij.
En je kunt alleen maar bidden: "Heer Ik geloof! Komt U mijn ongelovigheid te hulp."
"Ik lig machteloos gebonden; Hij komt en maakt mij vrij!"