De beelden weg!
1978-04-28
Van tijd tot tijd krijg je gelukkig wel eens reacties op wat je schrijft.- Jaargang 22
- nummer 17
Dat is maar goed ook, want dat houdt de moed erin. Schrijven blijft altijd een wat eenzame bezigheid. Het is altijd afwachten of je geschrijf gelezen wordt. Een tijd geleden maakte ik wat opmerkingen over de toenemende onkerkelijkheid en in dat verband maakte ik de opmerking dat de handelwijze van de kinderen vaak zo onbarmhartig wordt teruggespeeld naar de ouders. Ouders kunnen natuurlijk veel fouten maken, ouders kunnen natuurlijk alleen maar een praat-geloof aan de dag leggen. Dat kán allemaal, maar daarmee is waarschijnlijk de toenemende onkerkelijkheid slechts voor een heel klein deel verklaard (de vraag blijft trouwens of "verklaard" het juiste woord is). 't Wordt tijd dat we met z'n allen eens ophouden met vrome praatjes zoals hierboven gesignaleerd. Want op die manier kunnen ouders, wier kinderen netjes (wat is trouwens "netjes"?) op het kerkelijke pad (wat is dat precies voor een pad?) blijven lopen, met ongepaste voldaanheid naar zichzelf blijven kijken, een allesbehalve fraai gezicht trouwens voor hen die er dóórhéén weten te kijken.
Maar andere ouders wordt op deze manier een schuld aangepraat die er in veel gevallen niet is. En het kweken van zulke schuldgevoelens is in strijd met de barmhartigheid en de zachtmoedigheid van de Heiland.
Een moeder van een meisje dat zegt niet meer te geloven belde me laatst op en vertelde over haar moeite en verdriet. Niet alleen vanwege haar dochter maar vooral door de hooghartige houding van ándere kerkelijke ouders. Ze klaagde over het onbegrip bij ambtsdragers, die er geen notie van hebben in welke situat1'e je als ouders kunt terecht komen als je geconfronteerd wordt met ongeloof bij je kinderen. Ik geef maar door wat die moeder zei. En zij wier voeten in deze schoen passen moeten de schoen vooral niet laten staan.
Terwille van zichzelf vooral èn voor die ander. Het lijkt me goed wat over te nemen uit "Verkenning" (het blad voor onze jeugd; kènt U het al en hebt U al een abonnement?). In het januarinummer schreef ik o.a. het volgende: Wat doen de ouderen?
De vraag "wat doet de kerk?" raakt ook de ouderen. Zij toch máken voor een groot deel het gezicht van de kerk. En tot die ouderen behoren ook de ambtsdragers, die een bijzondere taak in Gods gemeenten hebben ontvangen. Een bijzonder ambt houdt in een bijzondere dienst, Bijzondere dienst aan de jeugd, aan de oudere, aan de wereld.
De Haas schrijft in "Hervormd Nederland": "Het wordt tijd dat de kerken haar bezinning verder staken en wat gaan dóen", Ik ben geneigd hem daarin gelijk te geven. De kerken, dat zijn ook de kerken waartoe wij behoren.
Ik heb al eens eerder opgemerkt dat het domweg vasthouden aan allerlei tradities, het uit de weg gaan van de eigenlijke levensvragen van vandaag, kortom de verstarring die menige gemeente kenmerkt (ik zeg het wat generaliserend en dus wat overtrokkenl) heel wat jongelui van de kerk hebben vervreemd. En veel ouders voelen zich vandaag in de steek gelaten door hun predikanten, ouderlingen en medegelovigen, omdat ze zo weinig steun van hen ontvangen.
Ik nam in Verkenning een gedeelte over uit een brief van een meisje dat voor een jaar bij Youth for Christ in Driebergen werkt: "Een groot deel van de Youth for Christ is van huis uit gereformeerd en gaat ook gewoon naar de kerk. Dan is er ook een niet te onderschatten percentage gelovige mensen dat niet-christelijk is opgevoed en dat door wel christelijk opgevoede Youth for Christers mee naar de kerk genomen wordt. En dat is dan vaak niet gemakkelijk voor hen. Bij Youth for Christ leren ze de blijheid van het geloof kennen en horen ze er in de hedendaagse taal over práten en zingen, en zeker niet oppervlakkig.
Dan gaan ze mee naar de kerk en missen opeens veel van de blijheid die bij het evangelie hoort.
Juist die mensen, die niet in de kerk zijn opgegroeid moeten erg wennen aan alles in en rond de kerk. Hopelijk is de kerk niet een bedreiging voor het geloofsleven van deze jonge mensen.
Tot zover deze brief. Wat hier gezegd wordt dient overwogen te worden. De tijd is kort, er is haast bij! Want in onze tijd verliezen veel mensen in de kerk hun geloof.
En dat is een trieste zaak. Daar heeft de Heiland niet voor gebeden in Johannes 17. Maar wat er aan te doen? De beelden opruimen die in de kerk de dienst nog zo vaak uitmaken.
Ziet U ze niet? Kijk eens goed!