Hemelvaart

1978-05-05
  • Jaargang 22
  • nummer 18
Waar valt de nadruk op?
Houden we rekening met de vierkante haken in Marcus 16, dan spreekt strikt genomen alleen de evangelist Lucas over Jezus' hemelvaart. En dan nog alleen met de algemene term "scheiden" - eerst in zijn tweede boek gaat hij er breder op in (Hand. 1). Iets dergelijks geldt ook voor Jezus' komst op aarde.
Anders gezegd: de evangelisten leggen de minste nadruk op Jezus' komen en gaan. En van de 33 jaar van zijn verblijf op aarde worden vrijwel alleen de laatste drie jaar belicht, waarbij het lijden en sterven samen met de opstanding verhoudingsgewijs verreweg de grootste aandacht krijgen. Jezus zelf vat zo ook de boeken van het oude verbond samen: "aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden", met als gevolgtrekking en doel: "dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem" (Luc. 24: 46, 47). Anders gezegd: nadat meer dan nadrukkelijk het lijden en de opstanding van Christus belicht is, treedt Christus a.h.w. op de achtergrond en gaat het laatste gezegd worden, dat waar Christus voor op aarde kwam: om mensen, om de wereld te redden.

Koning naar Gods hart
In dat opzicht is het slot van Mattheus' evangelie groots (Mt. 28.' 16-20). Voor de laatste maal komt Jezus aan het woord. Maar als Hij dat doet, wijst Hij meteen [Jaar de wereld die nu voor zijn voeten ligt niet als een presentje van de duivel (4 : 8, 9), maar als een geschenk van God: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde." De hemel is in zicht, maar tegelijk is het nog niet meer dan een voorbereidingspreek over hemelvaart. Want het doel van alles ligt vooreerst niet maar in de glorieuze intocht in de hemel, maar in het nu pas goed te beginnen werk op aarde. De akker is rijp om te oogsten en de arbeiders, een handjevol voorlopig, worden aan het werk gezet. Een handjevol, maar geruggesteund door een overmachtige Leider, die zich eerst aan het kruis liet nagelen om daardoor en daarna te bewijzen, dat Hij zó alle macht heeft om de aarde te veroveren. Als een Koning naar Gods hart. Niet als een koning die alleen naar gebiedsuitbreiding streeft, bezeten van machtswellust zoals de "koningen" van deze wereld en andere volken.
Maar als een Koning die mensen zoekt om hun het evangelie te brengen: Góds goede boodschap. Allen wil Hij hen tot zijn discipelen maken, alle volkeren.

Heilspellend
Groots is het toekomstvisioen dat zich voor zijn ogen ontrolt: het handjevol uitgegroeid tot een grote menigte die niemand tellen kan. Dan mag Hij zelf straks afscheid nemen, maar Hij laat zijn discipelen achter - zondaren als zijn vrienden, zijn vrienden als gezanten, begiftigd met de sleutels van het Koninkrijk (Mt. 16 en 18) die ze effectief mogen gebruiken: "...en doopte hen...". Wat is de entreeprijs voor het Koninkrijk?
Niets - wie zich bij het horen van de boodschap tot God keert, wacht het water van de doop. "De uitdrukking dopen in (letterlijk tot) de naam... wil zeggen, dat door de doop de dopeling tot de gemeenschap en onder de zeggenschap gebracht wordt van Hem, in wiens naam hij gedoopt wordt".
Dat is nu Jezus' wijze van afscheid nemen. Geen mens heeft iets van zijn glorieuze inkomst in de hemel gezien.
Niet de poorten van de hemel worden wijd opengezet, zodat de discipelen straks zich kunnen vergapen aan het hemels festijn en visioen, maar de poorten van het Koninkrijk Gods op aarde, waardoor de volkeren kunnen binnentreden. Jezus gaat weg – de discipelen en de volkeren blijven en zijn "het laatste der dagen" binnengetreden. Waarom toch laten we dat laatste zo onheilspellend klinken i.p.v. heilspellend?

Mislukt project?
In die wereldwijde kans voor alle volkeren wordt een stuk van Christus' glorie op áárde zichtbaar. Zijn laatste woorden (wat kijken veel mensen daar naar uit - en hier terecht) houden óók in: "...lerende hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb". Jezus' voortgezet en afsluitend onderwijs werd weliswaar in Israël als Gods eerste christelijke school op aarde gegeven, maar het was voor heel de wereld bestemd. Inderdaad: de volken moeten leren wat hun tot vrede dient. En zij moeten het niet alleen leren, maar ook "onderhouden".
Dat is niet alleen maar er acht op slaan", maar zeker ook: vervullen, uitvoeren.
Het mislukte project var, Gods christelijke school, denkt u? Dat ligt eraan of onze blik gefixeerd blijft in de babylonische, spraakverwarrende opdeling van de volkeren in velerlei stammen, naties en talen. Maar wie let op de grote menigte die nog steeds aan het groeien is uit alle volken en talen en naties, spreekt niet van mislukking maar ziet een stukje hemelse heerlijkheid aardse werkelijkheid worden. De aarde deelt in Jezus' hemelvaart op een daadwerkelijke wijze. Mensen - een menig te dienen een Heer zonder dat er geweldpleging aan te pas komt: de wet, de thorah, het christelijk onderwijs staaf geschreven op de tafels van hun harten.

Goede voleinding
Waar de unieke, geweldloze band tussen Koning en volk bestaat, daar doet de liefde die spaart haar intree en sterft de haat die vernielt. Een riskante, zo niet hopeloze situatie?
Ter voorkoming van misverstand: dit is geen pleidooi voor absolute geweldloosheid: de thorah verbiedt bijvoorbeeld niemand zichzelf te verdedigen. Maar de band tussen Koning en onderdaan is - een wonder! - geweldloos.
De band: want de hemelvaart en troonsbestijging van Jezus schept wel (ruimtelijk) afstand, maar predikt geen definitief en onverbiddelijk afscheid. Het láátste woord is: "zie!
Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld." Voortgezet onderwijs: wanneer ('t begin van Israëls historie) Mozes reusachtige opdracht krijgt Israël uit Egypte te leiden, dan formuleert hij zijn bedenking: "wie ben ik, dat ik ...?" God formuleert dienvolgens zijn antwoord: Ik ben immers met u? Het zal zijn nieuwe naam worden: "Ik ben er, vast en zeker." Die naam zal van mor:d tot mond gaan in de derde persoon: Jahweh, d.w.z.: Hij is er!
Doordat God er is, actief, present, kan Mozes het wonder tot stand brengen (Ex. 3 : 11 V.v.; vgl. Deut.
4 : 7, 34). Israël wordt bevrijd en neemt onder leiding van de eerste Jozua het beloofde land in bezit (van het begin tot het eind niet bepaald geweldloos ... ). Een eerste "voleinding" (vgl. Ps. 91 : 14-16). Maar aan het einde van "het laatste der dagen", de laatste wereld fase, wacht de definitieve "voleinding der wereld".
Het grootse eindmoment. Niet in de negatieve zin van vernietiging maar positief: de uiteindelijke voltooiing.
De tocht der mensheid daarheen duurt langer dan veertig jaar. Maar het "Ik ben met u" blijft door eeuwen en millennia heen van kracht. Wat in Egypte in het klein kon, kan in heel de wereld: daarvoor staat Jezus' woord garant. Wil Jezus' hemelvaart zin hebben voor ons, dan zullen we die niet los mogen maken van Zijn laatste woord. Het is met de Heid, Cat. (Z. 18 v. en a. 49) ook zó te verwoorden: dat wij ons vlees in de hemel tot een zeker pand hebben, dat Hij, als het Hoofd, ons zijn lidmaten - ook tot zich zal nemen.
Over "voleinding" gesproken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief