Jeremia 27: 1-15

1978-05-05
  • Jaargang 22
  • nummer 18
Hoe stierf Jojakim?
Op welke manier koning Jojakim aan zijn eind gekomen is, wordt uit de bijbelse gegevens niet helemaal duidelijk. Jeremia had aangaande hem geprofeteerd, dat hij buiten de poorten van Jeruzalem neergegooid zou worden en een ezelsbegrafenis zou krijgen (22: 19). Zijn lijk zou daar liggen in de hitte van de dag en de kou van de nacht (36 : 30). Maar in 2 Kron. 36 : 6 wordt verteld, dat Nebukadnezar hem boeide met twee koperen ketenen om hem naar Babel te brengen. En in 2 Kon. 24 staat simpel dat Jojakim bij zijn vaderen te ruste ging.
Er zijn twee mogelijkheden om deze gegevens te combineren. De eerste mogelijkheid ziet er als volgt uit: tijdens zijn regering is Jojakim eens als gevangene naar Babel gevoerd (vgl.
Dan. 1 : 1, 2; in het derde jaar moet zijn: in het zesde jaar). Kort daarna werd hij weer vrijgelaten en was hij drie jaar lang onderworpen aan Nebukadnezar (vgl. 2 Kon. 24 : 1). Toen hij daarna toch weer tegen Babel in opstand kwam, verscheen Nebukadnezar opnieuw met een leger. Maar voordat het beleg daadwerkelijk om Jeruzalem geslagen werd, werd Jojakim het slachtoffer van een paleisrevolutie en buiten de muren van de stad neergeslagen in een poging zo de wraak van de Babyloniërs af te weren.
De andere mogelijkheid zoekt de oplossing niet in een tussentijdse gevangenschap van Jojakim, maar geeft het volgende beeld: voordat de hoofdmacht van de babylonische strafexpeditie in Juda arriveerde, was de voorhoede ervan, samen met eenheden van de Arameeërs, Moabieten en Ammonieten (2 Kon. 24: 2), al actief.
Jojakirn denkt het met hen nog op een accoordje te kunnen gooien, maar hij wordt gevangen genomen en geboeid weggevoerd om naar Babel gebracht te worden. Onderweg sterft hij echter, En dan wordt hij onbegraven aan de kant van de weg achtergelaten.
Hoe dat zij, in ieder geval sterft Jojakim. En Jojachin, zijn achttienjarige zoon, wordt koning, terwijl de hoofdmacht van het babylonische leger op weg is naar Jeruzalem.

Snelle veranderingen
Jojachin stond heel sterk onder invloed van zijn moeder Nehusta. Wat zijn houding tegenover de HERE betreft, volgde hij de voetstappen van zijn vader (2 Kon. 24 : 9). In Jer. 22 : 24 v.v. profeteerde Jeremia dan ook dat hij met zijn moeder zou worden weggeslingerd naar een ander land.
Deze oordeelsaankondiging werd al snel voltrokken. Jojachin is nog maar nauwelijks aan de regering of het leger van de Babyloniërs verschijnt voor Jeruzalem. Het beleg van de stad staat onder de persoonlijke leiding van Nebukadnezar (2 Kon. 24 : 11). Na een regering van drie maanden en tien dagen opent Jojachin de poorten van de stad en begeeft hij zich met zijn moeder en vrouwen en gevolg naar Nebukadnezar. Ze worden gevangen genomen en naar Babel afgevoerd.
Nebukadnezar zette Jojachins oom Mattanja, een broer van Jojakim, op de troon in Jeruzalem en veranderde zijn naam in Zedekia. Hij werd de laatste koning van Juda. Tijdens zijn bewind zou de ondergang zich voltrekken. Al met al was er in die jaar maanden nogal wat gebeurd. Men voelde in Jeruzalem de macht en de druk van de Babyloniërs nu aan den lijve.

Geest van verzet
Wanneer je schatting moet opbrengen aan een vreemde overheerser, draagt dat doorgaans niet bij tot een gevoel van sympathie voor deze overheerser.
Maar wanneer hij dan ook nog gaat ingrijpen in het volksleven en familieleven door de talloze mensen uit hun omgeving en familie en kennissenkring weg te halen en in ballingschap te voeren, worden de gevoelens van vijandschap en afkeer en verzet aangewakkerd.
Dat was ook in Jeruzalem het geval. Er leefde een sterke anti-Babylonisohe geest. Er heerste ook bezorgdheid ten aanzien van hen die waren weggevoerd. Hoe zouden ze het maken? Wat zou er met hen gebeuren? Zouden ze het in Babel kunnen bolwerken?
Aan welke behandeling werden ze daar blootgesteld? Men beklaagde de ballingen. Ze waren slecht af. En men hoopte dat er gauw een kentering zou komen, zodat de ballingen weer konden terugkeren naar de vertrouwde, veilige haven: Jeruzalem.
Jeremia had vlak na deze wegvoering al aan de inwoners van Jeruzalem laten weten, dat in feite de situatie van de weggevoerden veel beter was dan die van de achtergeblevenen in Jeruzalem (hoofdst. 24). Hij vergeleek toen de weggevoerden met een mand goede vijgen. Van hen zei de HERE: Ik zal hen bouwen en niet afbreken. Maar de achtergeblevenen werden vergeleken met een mand slechte vijgen. En van hen zei de HERE: Ik zal hen overgeven ter mishandeling en ten verderve. Ik zal onder hen het zwaard, de honger en de pest zenden.
Maar deze woorden van Jeremia hadden weinig indruk gemaakt. De haatgevoelens en de geest van verzet tegen de Babyloniërs groeiden. En blijkbaar was dat niet alleen in Jeruzalem het geval, maar ook bij de omwonende volken, zoals Moab en Ammon en Tyrus en Sidon.
In de laatste maanden van Jojakim hadden Moab en Ammon zich nog aan de zijde van Babel geschaard tegen Juda (2 Kon. 24 : 2). Maar bijna vier jaar later hebben ook zij niet zoveel meer op met de Babyloniërs. Er broeit een geest van verzet bij de volkeren.
Misschien wordt die nog aangewakkerd door Egypte. Daar is juist een nieuwe Farao aan het bewind gekomen. In ieder geval komen er, ruim drie jaar nadat Zedekia aan de regering gekomen is, gezantschappen uit Edom, Moab, Ammon, Tyrus en Sidon in Jeruzalem. En er wordt druk geconfronteerd. In de huizen en straten van Jeruzalem is dat onderwerp van gesprek.
Zou het tot een bondgenootschap tegen Babel komen? De algemene gedachte is wel, dat het mogelijk moet zijn Babel te trotseren en te weerstaan, als alle volken de handen in elkaar slaan en als Egypte hulp wil bieden. Er hangt een sfeer van verwachting en nieuwe hoop in de lucht.

Demonstratie
En dan. loopt daar ineens Jeremia door de straten van Jeruzalem. Niet op de manier zoals hij dat altijd deed, maar op een heel bijzondere manier, nl. met een juk, zoals ossen dat dragen bij het ploegen, om zijn nek. Jeremia demonstreert. Daar weten wij in onze tijd ook van mee te praten. Demonstraties zijn aan de orde van de dag. Op mijn netvlies bewaar ik nog het beeld van een aantal mensen, dat zich met kettingen aan de spijlen van het hek voor een ambassade had vastgeketend als protest tegen een of andere vorm van onderdrukking. Dat beeld is blijven haken, omdat het geen alledaagse manier van demonstreren was. Maar helemaal origineel was het toch ook weer niet, want Jeremia gebruikt hetzelfde idee. Zoals die kettingen een symbool van onderdrukking waren, was Jeremia's juk dat ook. En ook Jeremia gaat ermee naar ambassades: die van Edom en Moab en Ammon en Tyrus en Sidon. En hij gaat ook naar het koninklijk paleis. Jeremia duikt in de politiek.
Zie je nu wel, dat je daar niet onderuit kunt, zeggen velen vandaag. Kerk en politiek is een combinatie waaraan niet te ontkomen valt. Politiek hoort op de kansel thuis. De kerk moet concrete politieke uitspraken doen tegen onderdrukking. Ze moet de straat op om te demonstreren in een duidelijke politieke positiekeuze. Kijk maar naar Jeremia?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief