Een verzwegen thema
1978-05-12
Er was bij ons eens een jongen op bezoek, die in een commune woonde van de Children of God. Zijn naam was Ezechiël, d.w.z. dit was zijn nieuwe naam, want ieder die tot zo'n commune toetreedt krijgt een nieuwe bijbelse naam en kan zijn oude naam wel vergeten.- Jaargang 22
- nummer 19
Ezechiël kwam binnenlopen terwijl ik in gesprek was met een andere jongen, die niets geloofde maar wel wilde praten. Het eerste wat hij zei was: de Heer heeft me gezegd dat ik vóór elf uur moet vertrekken. De twijfelaar naast me wilde wel eens weten hoe hij dat wist en er ontspon zich een gesprek, dat steeds heviger werd, terwijl de tijd voortging: het werd elf uur, half twaalf, twaalf uur.
Tenslotte nodigde ik Ezechiël maar uit om te blijven eten en vroeg hem of hij nu de Heer niet ongehoorzaam was geweest, waarop hij antwoordde, dat de Heer hem nu had duidelijk gemaakt dat het ook rustig één uur mocht worden... Waar kom je uit als je op die manier omgaat met de wil van God? Dàt bedoelde ik aan het slot van het vorige artikel toen ik zei dat je dan verzeild raakt in subjectivistische vaarwateren.
Gevoelens en innerlijke stemmen en stemmingen worden gelijkgesteld met de wil van God. In dit geval van Ezechiël vloeide er geen bloed uit, maar wat te zeggen in het geval van de gereformeerde ouderling die na een huwelijk van 25 jaren er met zijn secretaresse vandoor ging en die toen hij op dit punt werd aangesproken antwoordde: wij hebben er samen voor gebeden (mijn secretaresse en ik) en een vrede ervaren, die alleen van God kan komen... Ook dit laatste verhaal is historisch.
Velen willen uit reactie op deze en soortgelijke voorbeelden helemaal niet meer van leiding weten. Ze zeggen met Micha: de Here heeft ons bekend gemaakt wat goed is ... (6: 8) en houden het verder voor de praktische toepassing van Gods wil maar op hun gezonde verstand en gezamenlijke discussie. Dit leidt heel gemakkelijk tot een andere foute instelling en dat is dat men de bijbelse geboden en N.T.ische voorschriften zo objectief mogelijk uitlegt en toepast tot in de kleinste levenssituaties toe en zo vervalt in een soort farizese casuïstiek: voor iedere situatie is er wel een uitgelegd en toegepast gebod.
Het wordt regel op regel. De zondagsheiliging in zijn oudgereformeerde vorm is er een voorbeeld van.
Hier valt men niet in een subjectivisme maar in een objectivisme: het voordeel van het laatste is dat het openstaat voor ondervraging en discussie - wat dan ook ijverig op de jeugdverenigingen gedaan werd maar vergis u niet: de discussie is hier even min vrij: het objektieve van de algemene beginselen bleek vaak niets dan een collectief subjectivisme - maar als je samen iets geks doet lijkt het altijd minder gek. Er is hier onderweg ongemerkt iets verloren gegaan, dat heel kostbaar is en belangrijk voor ons christen-zijn vandaag nl. de ervaring van de realiteit van God in mijn leven.
Mozes had er geen vrede mee, als de Here voortaan alleen met Israël zou Het is goed om ook in goede zin meetrekken in de vorm van de op steen gegrifte tien geboden. Hij had er zelfs geen vrede mee als de Here alleen meetrok in de vorm van een in steen gegrift evangelie - want tenslotte beginnen de tien geboden met het' evangelie: Ik ben de Here uw God. die u bevrijd heb... - hij zei tegen de Here: "indien Gij zelf niet meegaat, doe ons van hier niet optrekken." (Ex. 33 : 15). Gij zelf! Dat is het waar Mozes op wachtte. De Here gaat zelf mee.
Zouden wij het zoeken naar 'leiding' bij veel jongeren niet mogen uitleggen in het verlengde van dit gebed van Mozes, als een verlangen naar de realiteit van God in meer dan alleen in steen gegrifte woorden?
Als het zo ligt dan is het des te belangrijker om dit verlangen te versterken en te bevestigen, zoals Jahweh deed bij Mozes, maar tegelijk alle valse illusies en zelfprojecties af te wijzen. De zaak waarom het hier gaat is te belangrijk en te groot, dan dat wij ze goedkoop en in de vorm van karikaturen aanprijzen.
Maar àlle karikaturen - zoals de bovengenoemde - moeten ons er niet toe verleiden om de zaak zelf waarover het hier gaat maar te vergeten en dat is dat wij geloven in een levende Heer, die ook in zaken waarover de bijbel ons niets zegt, ons leidt en wijs maakt en ons Zijn aanwezigheid doet ervaren. Soms ook op zeer bijzondere wijze.
Het is goed om ook in goede zin hier bijzondere verhalen te vertellen: verhalen die soms als twee druppels water lijken op dat van de aan het begin genoemde Ezechiël, maar die wèl echt zijn!
Zo heb ik zelf uit de mond van een evangeliste het verhaal gehoord hoe eens een innerlijke stem haar riep om daar en daar naar toe te gaan, naam en toenaam werd genoemd; dàt en dàt bankje, daar in dàt stadspark. Zij dacht dat zij geestesziek was geworden en vroeg haar zuster om advies.
Die zei: ik zou maar rustig afwachten. Toen kwam die stem opnieuw en kon ze zichzelf niet meer tegenhouden.
In het stad park op het bewuste bankje trof ze een vrouw aan in totale wanhoop, die zonder haar hulp zeker zelfmoord zou hebben gepleegd. Toch wil ik zulke bijzondere verhalen hier terzijde laten - want er zijn maar heel weinig bijzondere mensen - en het zou er toe kunnen leiden dat iemand gaat denken dat de leiding van God blijkbaar alleen in het heel buitengewone te ervaren is. Ik wil weer terug naar het kleine leven van iedere dag en opnieuw de vraag stellen: hoe ervaren wij daarin dan de aanwezigheid van God, en onderkennen wij daarin Zijn wil? Daarover dan graag de volgende en laatste keer.