Ingezonden
1978-05-26
Al jaren zijn we abonnee van "Opbouw", en we staan zeer positief tegenover uw uitgave. Af en toe zijn er wel eens kleinigheden waar we niet direct achter staan. Maar daar er geen mens en geen uitgave van een blad volmaakt is, klimmen we niet direct in de pen. Maar dit keer wil ik toch iets van me laten horen.- Jaargang 22
- nummer 21
En wel over uw artikel "Boekbespreking" in nr. 16 van 21-4-'78.
Daar worden de gedichtenbundels van Jenny Bolt erg geroemd en aanbevolen door K. Janssens uit Kampen.
Daar is op zichzelf niets tegen. Ze spreken de heer Janssens blijkbaar erg aan. Maar wat mij tegenstaat is de zijdelingse kritiek die geuit wordt op de ons zo bekende en door zeer velen gewaardeerde auteurs Nel Benschop en IJskes-Kooger.
Volgens uw criticus lopen deze gedichten (in tegenstelling tot die van Jenny Bolt) te glad en ontkomen ze hier en daar niet aan eentonigheid. Literair gezien kan ik alles niet zo omschrijven, maar wel weet ik dat heel veel mensen deze gedichten erg aanspreken en zelfs in hun geloof gesterkt worden bij het lezen er van.
Wat waarschijnlijk ook wel de bedoeling is van deze dichteressen. Ze gebruiken hun gaven die ze van God ontvangen hebben. Misschien vallen diegene die de gedichten van Jenny Bolt niet aanspreken wel onder de simpele zielen (waar ik me zelf dan ook onder schaar).
Ook door herhaaldelijk lezen begrijp ik ze niet. De heer Janssens mag rustig doorgaan met zijn opinie weer te geven over boeken en gedichtenbundels, maar ik lees niet graag dergelijke misprijzende kritiek op bovengenoemde zeer gewaardeerde auteurs.
Hoogachtend,
G. W. Pruis-ter Wee, Hengelo
Naschrift van recensent:
Wat fijn, Mevrouw Pruis, om een reactie van U te krijgen. En dat U zo'n simpele ziel zou zijn, wil er bij mij niet in na het lezen van uw brief.
Ter verduidelijking van wat ik bedoelde citeer ik een tweetal strofen van 'Verwachting' uit 'Een fluit van riet' door Mevr. IJskes: De wereld zal haar handen uit gaan steken naar 't kind dat God aan jou heeft toevertrouwd.
Dan zullen and'ren pogen af te breken Wat jij met zoveel zorg hebt opgebouwd. Maar heb geen angst, als de gevaren naad'ren. De strijd is door de Heer al lang beslist.
Hij zal de lamm'ren in Zijn arm vergaad'ren en bij Zijn komst wordt er niet één gemist, U ziet, dat Mevr. lJskes niet schrijft: het, anderen, naderen, lammeren en vergaderen, want ze wil denk ik beslist niet het door haar gekozen metrum onderbreken. En dat juist zou eens moeten. Ze zou haar regels moeten durven wagen aan de verrassing van een verandering in dat strakke systeem van afwisselend één wel en één niet beklemtoonde lettergreep.
Dat bedoelde ik met glad en eentonig. (Trouwens, de aangehaalde regels laten ons ook zitten met het probleem van de toch buiten de kerk geraakten) Inhoudelijk vragen de gedichten van Jenny Bolt zeker wat meer aandacht van de lezers d'an die van IJskes-Kooger, maar dat is toch niet erg?
Overigens vind ik het mooi, dat U geniet van de poëzie die U noemde; ik wou dat er wat meer aan poëzie lezen gedaan werd. Maar echte poëzie wil toch meer zijn dan berijmde verzen.
Tenslotte: in het 'huis van de toekomst' stonden een paar nare fouten afgedrukt. Daarom nogmaals dit gedicht opgenomen. (Dit ook op verzoek van de dichteres zelf.) En een kort gedichtje n.a.v. Joh. 3 : 30.
Met hartelijke dank, Mevrouw, voor uw brief,
K. Janssens, Kampen