Amsterdam wordt geus (2)

1978-06-02
  • Jaargang 22
  • nummer 22
Isolement
Meer dan vier jaren heeft het Nederlandse volk moeten zuchten onder de ijzeren vuist van de hertog van Alva.
Wrede vervolging om het geloof, zware bestraffing ook van Roomsen wegens verzet tegen de politiek van Filips, schending van zijn vrijheden en eigendom heeft het moeten ondergaan voordat het klaar is voor daadwerkelijk verzet. Maar de ongehoorde druk heeft het daartoe gerijpt. Dat blijkt wanneer de Watergeuzen de Pinsenvlag laten wapperen van de toren van Den Briel na de inname van deze stad. Dit heeft in Holland en Zeeland een geweldige schok gegeven. De verzetsgeest ontwaakt: de ene stsd na de andere kiest met behulp meestal van overal opererende troepjes Geuzen de zijde van de Prins, zij het soms aarzelend, althans wat de stedelijke overheden betreft. De Prins zelf komt na zijn mislukte veldtocht in het Zuiden in de herfst van '72 ;n Holland, waar hij te Delft gaat wonen om van daaruit de opstand te leiden. Somber gestemd door de vele tegenslagen was hij naar Holland vertrokken, maar tegelijk toch vastberaden om te doen wat mogelijk was tot het winnen van de strijd: pour maintenier les affaires par delà tant que possible sera. Zijn komst heeft de moed der Gereformeerden sterk doen opleven en zelfs de flauwhartigen met nieuwe geestdrift vervuld. Hollands machtigste stad blijft echter voorlopig àchter.
De leiders van de Hervormden waren uitgeweken, we zagen dat reeds en de Rooms gezinde Overheid weet maar al te goed dat ze bij de overgang der stad naar de zijde van de Prins groot gevaar loopt haar invloed te verliezen. Voorlopig voelt ze zich sterk genoeg om afzijdig te blijven van de opstand en de stad te houden bij het oude geloof. De schutterij en burgers zijn ontwapend, de stad heeft garnizoen en bovendien heeft de Overheid haar eigen stads soldaten waarop zij vertrouwen kan, Zij heeft dan ook geen afgezanten gestuurd naar de eerste vrije Statenvergadering, die nog voor 's Prinsen komst naar Holland reeds in juli '72 te Dordrecht was gehouden. De afgevaardigden van twaalf steden waren daar bijeengekomen, samen met een afgevaardigde van de edelen en met 's Prinsen gezant Jonkheer Philips van Marnix, Heer van Sint Aldegonde.
Deze was voorzien van een instructie van Oranje, die zelf op deze samenkomst had aangedrongen. Hier was de opstand georganiseerd en Waren op verschillend gebied voorlopige maatregelen getroffen. Amsterdam schitterde echter door afwezigheid en koos daarmee duidelijk tegen de opstand. De stad neemt zelfs meer vreemde bezetting in om de Geuzen buiten de muren te houden, zulks nadat een aanslag van' de Geuzen-aanvoerder Lumey was mislukt. "Amsterdam was, eerlang, de eenige stad in dit gewest, die de Spaanse zijde bleef aankleven en werd erin versterkt door brieven van den hertog van Alva en van den koning zelven, waarvan de gemeente, op den vierden augustus, bij openbare afkondigiog, kennis gegeven werd, schrijft Jan Wagenaar, de 'historieschryver van de stad'. Of Alva en Filips de betekenis van Amsterdam voor hun poging de opstand in het Noorden neer te slaan begrepen hebben. Dat deden intussen de Staten v.an Holland en de Prins eveneens.
Na hun mislukte pogingen om de stad met geweld of bij verrassing te nemen, blijven ze haar bedreigen en de toevoerswegen blokkeren om haar door verlamming van de handel op de knieën te dwingen. Maar dit gelukt slechts ten dele, want zelfs de Staatse steden blijven handel drijven met de weerspannige stad: het koopmanschap zit de Hollander van deze tijd nu eenmaal in het bloed. Nieuwe aanslagen mislukken eveneens. De stad weert zich geducht en neemt zelfs naar buiten deel aan de strijd der Spanjaarden tegen het eigen land!

Maar straks wordt haar positie toch vrijwel onhoudbaar door wat Wagenaar noemt een "merkelyke verandering in de Regeering der Nederlanden'. Hij heeft hier het oog op de zogenaamde Pacificatie van Gent. In dit 'vredesverbond', dat op 8 november 1578 te Gent wordt ondertekend, weet de Prins van Oranje alle zeventien Nederlandse Gewesten te verenigen met als hoofddoel het verjagen van de Spaanse troepen. Deze waren na de onverwachte dood van Alva's opvolger Requesens aan het roven en plunderen geslagen omdat zij sinds lang geen uitbetaling van soldij meer kregen. Op een onbarmhartige wijze hebben ze in het Zuiden huis gehouden, Rooms nog Onrooms, vrouw noch kind sparend: de Spaanse furie!
De Roomse provincies zijn nu bereid met de Prins en met Holland en Zeeland in zee te gaan om van deze plaag bevrijd te worden. Oranjes voorzichtige en met taaie volharding doorgezette verzoeningspolitiek schijnt hiermee tot een tastbaar resultaat te hebben geleid, dat het hoogtepunt betekent in zijn politieke streven. Hij zelf noemt in een brief aan bijn broer Jan dit verbond "ein sonderliche unaussprechliche Wohltat Gottes".
Alle Nederlandse Gewesten zijn nu eindelijk eendrachtig verbonden in de worsteling om de vrijheid en staken hun onderlinge strijd. Inzake de godsdienst, het brandende punt, wordt de volgende overeenstemming bereikt: in Holland en Zeeland behouden de Calvinisten hun prioriteit, in de overige Gewesten behoudt de Rooms-katholieke Kerk haar volstrekt enige rechtspositie. Wel worden de placcaten geschorst, maar tegelijk wordt alle propaganda door de inwoners van Holland en Zeeland tegen het Roomse geloof buiten eigen provincies verboden! Na de verdrijving van de Spaanse troepen zullen de gemeenschappelijke Staten - 'de Algemene Staten of de Staten Generaal - de godsdienstkwestie definitief regelen.
Ons komt deze overeenkomst vermoedelijk wel vreemd voor, maar zij paste geheel in Oranjes tolerantiepolitiek.
Hij zag geen andere kans de strijd tegen Spanje te winnen dan door Rooms en Onrooms te verenigen, waarbij van weerskanten offers
dienden te worden gebracht, gezien de feitelijke stand van zaken en de gevoeligheid van het volk inzake de godsdienstige geschillen.
Van de grootste betekenis voor ons onderwerp is nu verder de bepaling dat de steden van Holland en Zeeland, die nog de zijde van de officiële regering houden en niet in hun afgezanten of Staten te Gent tegenwoordig waren, tot overeenstemming met Oranje en hun Staten moeten worden gebracht. Deze zullen haar redelijke voorwaarden moeten toestaan om zo de eenheid in hun Gewesten te herstellen. Redelijke voorwaarden dus: hoe de Roomse Gewesten opkomen voor hun geloofsgenoten in het door de Gereformeerden beheerste Holland en Zeeland! Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
lntussen, het verbond is er en daardoor komt Amsterdam voor een geheel nieuwe stand van zaken te staan.
Kan zij de overeenkomst van alle Gewesten negeren en weigeren met de Staten van haar Gewest tot overeenstemming te komen? Dit lijkt wel een hoogst riskante gedragslijn. Maar niet minder riskant is voor de Roomse Overheid de 'verzoening' met de Calvinistische Staten van Holland, want zal het Verbond van Gent op de duur stand houden? Waf staat haar te wachten als het breekt en zij is overgeleverd aan de Calvinistische meerderheid van eigen Gewest? De nieuwe landvoogd, don Juan, natuurlijke zoon van keizer Karel en halfbroer dus van FiIips, 'door schitterende krijgsbedrijven vermaard', is reeds in Luxemburg gearriveerd.
Hoe zal zich alles ontwikkelen?
Het is niet onduidelijk, waar de sympathieën van de stedelijke Overheid liggen, maar wat te doen in deze netelige situatie? Net als bij het beleggen van de eerste Statenvergadering van Holland heeft Amsterdam zich ver gehouden van het tot stand brengen van de Gentse vrede, maar wat te doen nu deze toch tot stand is gekomen?
Aansluiting of volharding in het isolement? Het is boeiend na te gaan hoe Amsterdam zich uit deze situatie zoekt te redden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief