Zie, hier is uw God (2)

1978-06-09
  • Jaargang 22
  • nummer 23
En niet alleen zij, maar ook wijzelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.

Rom. 8 :23
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden. Als dat woord van Jezus enige betekenis heeft, dan moeten we d:i't vandaag gewaarworden. Vandaag, nu God onder ons is als Heilige Geest.
Als die Geest, die door Jezus de Trooster werd genoemd.
De Trooster, - als Hij er is, dán wordt alles nieuw. Want dén gaat Gods koninkrijk beginnen.

Zoiets wil Paulus ook zeggen. Want hij heeft het over het lijden dat we vandaag moeten doormaken. Dat lijden, dat niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons zal geopenbaard worden. Over ons en over heel Gods schepping. Want niet alleen wij, mensen, zijn in een verschrikkelijke situatie terecht gekomen.
juist omdat wij er zo erg aan toe zijn, daarom is heel Gods schepping er zo erg aan toe. Daarom wacht heel de schepping er dan ook op dat het met ons weer in orde komt. Dat wij eindelijk weer komen tot de heerlijkheid van de kinderen Gods. Als dat gebeurt, als wij echt zullen zijn wat God voor ogen s.taat, kinderen van Hem, - dán is alles nieuw geworden, de hemel en de aarde.
En omdat wij - wij zeker - leven in de verwachting van die heerlijkheid, daarom zijn we midden in het lijden van deze tegenwoordige tijd ook getroost. Hoezeer we ook met heel de schepping in nood verkeren, hoezeer we daarom ook zuchten moeten, - dat zuchten heeft het laatste woord niet en dat het vandaag allemaal zo verschrikkelijk is heeft het taats te woord niet. Want de verlossing van ons lichaam komt. We nu hebben. Deze afschuwelijke gang worden verlost van dit leven dat we van zaken wordt doorbroken, radicaal te niet gedaan.

Dus toch alleen maar hoop op later? Terwijl aan het lijden van de tegenwoordige tijd nu nog niets gedaan wordt?

Maar waarom hopen juist wij dan op later? Omdat wij de Geest als eerste gave ontvangen hebben. Paulus is er diep van doordrongen dat het met de komst van de Geest allemaal al begonnen is. De Geest kwam en dat wil zeggen: het oude is voorbij gegaan.
Zie, het is alles nieuw geworden.

Alles wat je over de komst van de Geest zeggen kunt en over de gaven die ons daarin gegeven zijn, - het is alles niets ronder dat ene, dat in de Geest het koninkrijk van God al tot ons gekomen is. Omdat Gods nieuwe dag al is aangebroken. Vandaag beleven we het begin van het eind.
Of eigenlijk: vandaag beleven we Gods grote begin. Het begin van de heerlijkheid die over ons zal geopenbaard worden.
De Geest die we ontvangen hebben is de eersteling. Ergens anders noemt Paulus dat: het onderpand. Je zou kunnen zeggen: de aanbetaling. De eerste termijn. Juist die eerste termijn maakt ons zo vol zekerheid en Zo vol verwachting van het volle pond.

Natuurlijk, we gaan hopen op de verlossing doordat we zo in de ellende zitten.
Maar dat is nog niets vergeleken bij dat andere: we gaan pas echt hopen door wat we nu al ontvangen. We zijn zo vol verwachting van wat Gods grote dag ons brengen zal, omdat we het begin van die dag al beleven. De Geest is immers gekomen. Zalig zijn de treurenden, want zij zullen vertroost worden.
Maar dat ze vertroost zullen worden, daarvan zijn ze zo zeker, omdat ze vandaag al getroost worden. De Geest, de Trooster, is al gekomen.

Dat is immers de Geest die ons als kinderen van God doet leven. De Geest, die ons doet zeggen: Abba, Vader (vers 14-17). De Geest die ons zó vandaag tot andere, nieuwe mensen maakt, Tot mensen die al beginnen te lijken op wat ze straks helemaal worden zullen: kinderen van God. Kinderen van die God die wint. Omdat Hij nu, vandaag, in elk die Hem behoort zijn nieuwe rijk begint.

Geloven in God; dat is meer dan er op rekenen dat het na deze rotwereld allemaal wel beter zal worden.
Het is meer dan dat je er een christelijke levensovertuiging op na houdt. Meer dan in de bijbel lezen en twee keer naar de kerk. Het is dat alles óók. Maar het is boven alles dit: dat je God hier, vandaag, present weet. God, de Geest, die je doet lijken op Jezus. Die je nu doet leven als kind van God, ook als aan de ellende hier niets verandert. Verandert er niets? Maar we beleven
zo toch zeker het begin van Gods nieuwe wereld. Een wereld die er totaal anders zal uitzien dan de wereld die de mensen er tot nu toe van gemaakt hebben. Een wereld, die ook wij, met al onze kritiek op voorgaande generaties, niet voor elkaar krijgen. Want uiteindelijk brengen wij het er niet beter af dan zij. Maar een wereld, die de Geest wel voor elkaar krijgt. Een nieuwe wereld, waarnaar we hunkeren en die we nu al beleven, als wij, wij, ons door de Geest laten leiden, God, de Geest, die het gelaat van de wereld verandert via benauwde schoollokalen, dagen vol ergernissen, jaren van leegte, God zelf, die reddend gekomen is naar deze wereld, waar gebeden wordt en geschreeuwd, geschoten, gemoord, gehuild, gegild.
Naar mensen die niet veel meer hebben dan hun vervelende werk, hun t.v. en hun auto en straks lekker vakantie. God is gekomen tot schuwe kinderen en verwrongen mensen. Het is echt waar: God is gekomen. En onder en met ons, bange, hopeloze mensen is Hij zijn nieuwe rijk begonnen.
En zo is Hij de Trooster.
Want Hij veegt de tranen van onze ogen weg door nieuwe mensen van ons te maken.

Zouden we dat werkelijk willen: het begin zien van Gods nieuwe schepping?
Van een verheerlijkt leven?
Van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde?

Laten we ons dan weer begeven tot ons werk, tot de mensen om ons heen.
Tot onze tranen en onze verveling. Tot alles wat ons dwars zit en wat we niet aankunnen. En laten we midden in dat alles zo gaan leven, zo gaan doen en denken en praten, als de Geest het ons geven wil. Zo als Jezus.

Want zó is God ons heden nabij.

het licht schijnt overal.
Nu daagt het in het ,oosten,
Hij komt de volken troosten,
die eeuwig heersen zal.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief