Kinderen aan het avondmaal

1978-06-09
  • Jaargang 22
  • nummer 23
Een bekentenis
Aks ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat de artikelen van ds Cornelisse over de kind er- of gezinscommunie bij mij het tegendeel bereikt hebben van wat ze beoogden. Ze bedoelden mij te overtuigen van de juistheid van de deelneming van kinderen aan het avondmaal. Maar nr.: lezing en overweging van genoemde artikelen zeg ik er nog krachtiger nee tegen. Niemand moet nu zeggen, dat deze discussie dus zinloos is, want ook een negatief resultaat is een resultaat. Het gaat maar om de argumenten, die bij zo'n gesprek boven tafel komen. Die moeten gewogen worden.

Waarom twee sacramenten?
Ds Cornefisse's argumentatie lezende en overwegende dacht ik: waarom zou de Here God ons eigenlijk twee sacramenten gegeven hebben, doop èn avondmaal, als ze toch allebei hetzelfde zeggen? "Doop en avondmaal hebben dezelfde inhoud, zij verkondigen dezelfde dood, zij vragen hetzelfde ge1oof." Jawel, maar doop en avondmaal verkondigen tooh elk datzelfde op een eigen manier. De doop is het sacrament van de inlijving, het avondmaal is het sacrament van de voeding en onderhouding van de gemeenschap met Christus. Een voorbeeld.
Stel je voor dat je in vroeger tijd bij een voornaam. heer te gast was genodigd. Op die uitnodiging ingaande trof je dan aan de deur van het huis van die man een slaaf aan die je de 'Voeten waste. Daarna trad je de eetzaal binnen, waar je samen met de andere gasten met de gastheer aan tafel mocht. Op beide momenten kreeg je met de goedheid van de heer te maken. Dat was het gelijke.
Maar toch kreeg je 'aan de deur' en 'binnen' op verschillende wijze met de goedheid van de heer te maken.
De eerste keer kwam die goedheid je ten goede, de tweede keer kreeg je er gemeenschap aan. Precies deze termen tref je in de Catechismus aan, waar die het over de sacramenten heeft. Vr. 69: hoe wordt gij in de heilige doop vermaand en verzekerd, dat de enige offerande van Christus aan het kruis geschied, u ten goede komt? En vr. 75: hoe wordt gij in het heilig avondmaal vermaand en verzekerd, dat ge aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn goed gemeenschap hebt? Wij leerden vroeger op de catechisatie, dat het verbond waarin de Here uit genade met ons wil staan, éénzijdig in z'n ontstaan en tweezijdig in zijn bestaan is. Daar sluiten beide sacramenten, elk met hun eigen sprake, goed bij aan. In de doop ligt het accent meer op de liefde van God die van één kant is gekomen. Het avondmaa:11aat zien dat deze van één kant gekomen liefde ook door wederliefde beantwoord wordt. Ik weet wel, dat ik hier voorzichtig moet spreken, omdat 't om een accentverschil gaat. Immers, ook de doop heeft 't geloofsantwoord in zich; zeer terecht wijst ds Cornelisse op 1 Petr. 3: 21. En anderzijds is ook het avondmaal primair gevuld met de liefde van God.
Maar toch moeten we aan dat accentverschil recht doen. Anders wordt niet duidelijk waarom God ons twee sacramenten gegeven heeft.

De volgorde van doop en avondmaal
Hoe doen we aan dat accent-verschil recht? M.i. voert het avondmaal verder dat de doop in in de gemeenschap met Christus en kunnen wij het avondmaal aanduiden als de diepste verbondsintimiteit. De volgorde van doop en avondmaal is daarom ook volstrekt onomkeerbaar. Het is zoals art. 35 van de N.G.B. zegt: "Wij geloven en belijden dat onze Zaligmaker Jezus Christus het sacrament des Heiligen Avondrnaals verordend en ingesteld heeft, om te' voeden en te onderhouden degenen, die Hij alrede wedergeboren en in zijn huisgezin, hetwelk is zijn Kerk, ingelijfd heeft." (Ook bij ds Cornelisse aangehaald), Bij doop en 'avondmaal hebben wij te maken met een na elkaar, dat we serieus moeten nemen.
Nu zou dat geen enkele moeilijkheid behoeven op te leveren, ware het niet dat wij de kinderdoop kenden. Bij de practijk van de kinderdoop namelijk komt de doop in twee momenten uiteen te liggen: het zichtbare Woord val; God op de zuigelingenleeftijd (beaamd door het geloof der ouders en der gemeente) en het zichtbare ar,twoord van de als kind gedoopte bij zijn publieke geloofsbelijdenis. Op dat moment van belijdenis namelijk.
wordt de doop voor wat betreft de als kind gedoopte afgemaakt. Wanneer wc dus (terecht) zeggen, dat het avondmaal voor gedoopten is, moeten we dat m.i. strikt nemen en het verstaan van gedoopten die hun doop door belijdenis hebben afgemaakt.

Nogmaals het moeten
Het heilig avondmaal is van een intens belijdeniskarakter. Het is een moeten dat voor de volle honderd procent beaamd wordt en daarom ook tegelijk een heerlijk mogen is.
Daarom kom ik nog even terug op dat 'moeten' waarover ik het de vorige maal bad. Ds Cornelisse zegt, dat we dit moeten niet kunnen beperken tot het avondmaal. Heel ons leven staat onder dat verplichtende karakter. Dat is natuurlijk ook zo. Toch proef ik daar een nivellering in.
Om dit met een voorbeeld roe te lichten. Heel ons leven speelt zich af voor Gods aangezicht. Maar op de zondag stellen wij ons voor Gods aangezicht, Daar zit een verheviging in. Zo ook hebben we in het avondmaal te maken met een moeten dat t.o.v. elk ander moeten geïntensiveerd is, omdat het voor de volle honderd procent beaamd wordt. En dat is voor een kind te veel. Daar is een bewust gekozen hebben voor nodig.

AI doende leert men?
Ja, maar een kind kan het toch al doende leren? Ik geloof dat er dingen zijn in het leven waarvoor het niet zonder meer opgaat dat je ze al doende leert. Bijvoorbeeld het intieme sexuele verkeer. Ik geloof wel, dat je dat in het huwelijk in zekere zin moet . leren, maar niet daarvóór. Dit verkeer heeft van meet af aan een vorm nodig die er beschermend omheen staat. De intimiteit en de wederkerigheid die erbij horen maken het nodig, dat er vooraf definitief gekozen is voor elkaar, en dat deze keuze ook publiek naar buiten is gebracht. Deze omgang is te diepgaand dan dat hij aan een vrije of tamelijk vrije ontwikkeling overgelaten zou kunnen worden.
Zo geloof ik ook, dat in het leven met de Here het avondmaal de diepste intimiteit is tussen Christus en zijn gemeente. De Catechismus gebruikt daar woorden voor die aan de verhouding van Adam en Eva ontleend zijn: vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente. Het mag waar zijn dat we de eerste keren dat we het avondmaal vieren deze hoogte niet bereiken. Dat kan zelfs jaren duren. Maar dat is geen reden om deze besloten gemeenschapsvorm in de sfeer van het proberen over te plaatsen. En dat zou dan gebeuren op geen andere grond dan dat de belofte waarover het in het avondmaal gaat voor allen is? Inderdaad is die belofte voor allen, maar deze beloftevorm is niet voor allen.

Nivellering
Misschien vindt iemand dat ik nu met een vreemde vergelijking gekomen ben. Toch kan ik het niet helpen dat ik een parallel zie lopen tussen twee ontwikkelingen in het moderne leven.
Enerzijds het weghalen van het seksuele verkeer uit de beschermende omslotenheid van het huwelijk en anderzijds het openstellen van avondmaal - de verbondsintimiteit - voor diegenen, die hun doop nog niet door belijdenis hebben afgemaakt. Natuurlijk schuif ik ds Cornelisse dit niet in de schoenen. Hij heeft 't immers over dat 'enerzijds' op geen enkele wijze.
Toch ontmoet ik bij hem argumenten, die ik op dat andere gebied ook tegen kom. Argumenten die iets nivellerends hebben. Ongeveer zo: heel ons leven staat in het teken van Gods liefde en daar wordt dan de conclusie uit getrokken dat er van die liefde ook maar één bedéling bestaat. Terwijl ik vind dat de liefde - verticaal en horizontaal - verschillende bedelingen kent, die elk hun eigen uitingsvormen hebben.
De doop is een kus van God, zegt ds Cornelisse. Dat is mooi gezegd. Maar als typering van juist de doop is het onvoldoende, want je kunt het avondmaal precies zo noemen. Wat is het verschil tussen doop en avondmaal, alls we blijrven in dit beeld? De doop is een kus van een vader op het voorhoofd van zijn kind. Het avondmaal is een kus van een man op de mond van zijn vrouw. Twee kussen, die uitdrukkingsmiddelen zijn van een gelijkei ijk sterke liefde, maar toch, wat een verschil! Maar juist de verschillendheid in het leven lijdt zoveel schade in onze tijd door de dommekracht van de nivellering. Men strijdt vandaag tegen pijnlijke verschillen, bijvoorbeeld tussen arm en rijk, en daarin is veel goeds. Maar de strijd keert zich ook tegen mooie verschillen, bijvoorbeeld tussen man en vrouw, volwassene en kind, en dat is jammer. Mag een kind nog kind zijn, vraag ik dan maar.
De volgende maal nog iets over het avondmaal zelf.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief