Amsterdam wordt geus (slot)
1978-06-16
De "Alteratie" (Verandering van bestuur)- Jaargang 22
- nummer 24
Amsterdam behoort nu officieel tot het algemene verzet der Nederlanden, dat beoogt de Spaanse troepen uit het land te verdrijven, maar wat haar Overheid betreft, noodgedwongen.
Met moeite schikt zij zich in de nieuwe gang van zaken en niet voor niets hebben Prins en Staten gijzelaars van de stad geëist om haar de ten uitvoerlegging van de .Voldoening'" af te dwingen. Maar met deze gijzelaars blijft de stad een bondgenoot waarop niet al teveel vertrouwen kan worden gesteld. De magistraat heeft alleen oog voor eigen positie. Dat blijkt uit het vervolg van de geschiedenis.
Krachtens het gesloten verdrag keren nu grote aantallen ballingen in de stad terug, meest behorend tot de Gereformeerden.
Het zijn vooral kooplieden, die tijdelijk een toevluchtsoord hebben gezocht in de steden van het Noorderkwartier en de Duitse handelsplaatsen als Emden, Dantzig, Hamburg en andere. Zij versterken het Gereformeerde volksdeel en wat nog meer zegt, zij leveren de leiders, die het in de voorbijgegane aren heeft gemist. De Overheid ziet deze versterking van de Gereformeerden met lede ogen aan en tracht de invloed ervan naar vermogen tegen te gaan. Er ontstaan dan ook direct moeilijkheden.
De Gereformeerden zijn hoogst ontevreden over de begraafplaats, die hun wordt toegewezen, Het is 'het ledige erf agter het Pauweit Broeders Klooster, daar de rosmolen tegen aankwam', een plaats die hun 'afzigtelyk toescheen'.') De Overheid blijft traag in het geven van een betere plek. Natuurlijk is het de Gereformeerden ook niet naar de zin, dat zij hun godsdienstoefeningen buiten de stad moeten houden zoals in het verdrag is overeen gekomen, Ze hebben er trouwens een behoorlijk eind voor te lopen, tot over de grens van Diemen. Hebben zij daarvoor zoveel verduurd en jarenlange ballingschap moeten doorstaan om nu sls tweederangs burgers behandeld te worden, terwijl de afgodendienaars alle vrijheid hebben voor de uitoefening van hun valse religie? En bovendien alle ambten bekleden, die hun nog steeds onthouden worden? De ontevredenheid groeit. .
In mei verschijnen vier commissarissen van de Staten van Holland, die er aan moeten meewerken, dat de Roomse magistraat aan de ketting wordt gelegd. Zij stel:Ien direct de in het verdrag van voldoening genoernde zaak van de schutters aan de orde, die zij willen stellen onder bevelhebbers, die op de hand van de Prins zijn. Ze maken een lijst op, die de burgemeesters wordt voorgelegd. Na raadpleging van de voltallige vroedschap weigeren deze de gevraagde beneemingen te doen onder beroep onder meer op de oude rechten van de stadsoverheid. Zij beseffen terdege, dat inwilliging van de hun gestelde eis hen van alle daadwerkelijk gezag zal beroven. Wat is de Overheid zonder een haar gehoorzaam machtsapparaat?
Het geduld van de Gereformeerden raakt op.
Het besluit tot deze weigering is het laatste dat van de Roomse magistraat in de annalen van de stad is opgetekend.
Het dateert van 23 mei. Enkele vooraanstaande burgers slaan de handen ineen om samen met de bovengenoemde commissarissen van de Staten de regering te verzetten en 'hunnen part yen den voet te lichten, eer die 't hun deden'. Het zijn Willem Bardes, zoon van een vroegere schout, die om zijn geloof zo is gemarteld dat hij zijn verstand verloor, Maarten Jansz, Koster, Adriaan Kromhout, Adriaan Pauwen Guilaum de Gardin, mannen met in de geschiedenis bekende namen.
Terecht wijst dr Evenhuis in zijn prachtige boeken: "Ook dat was Amsterdam", er op dat in de nu komende gebeurtenissen de betekenis van de kerk niet over het hoofd mag worden gezien. Meer dan tien jaren is zij aan alle openbaarheid onttrokken geweest.
Haar drie predikanten waren in ballingschap gegaan bij de komst van Alva en zijn inmiddels gestorven.
Ook van ouderlingen en diakenen was geen sprake meer, voor zover mij bekend.
Maar nu treedt zij weer naar voren. Sinds begin mei worden er weer openbare godsdienstoefeningen gehouden, uiteraard nog buiten de stad. Thomas van Til wordt tijdelijk aan haar uitgeleend door de zusterkerk van Delft. Zo oefende men toen o.m. het kerkverband. Eén van de eerste dingen is het verkiezen van een kerkenraad. De 24ste mei worden twaalf ouderlingen en elf diakenen gekozen om zo 'een gestalte der christelijke gemeente te stellen'. Het gebeurt ten huize van broeder Jan Muurling "inde presencie Thome Thily dienaer van Goddelicken Woorts tot Delft" ".na gemeene ghebeden ende aenroepynghe vande heylighe name Gods" (Evenhuis). Alles gebeurt volgens behoorlijke christelijke orde - daar hadden onze vaders weet van. De gekozenen worden zelfs, hoewel de tijd zal gedrongen hebben, gedurende drie zondagen aan de gemeente voorgesteld door het aflezen van hun namen om daarna in het ambt te worden bevestigd. Eén van hen is dan al gekozen tot burgemeester van de stad, enkele anderen tot lid van de vroedschap, Maar zover is het de 24ste mei nog niet.
Daartoe moet nog wel het een en ander gebeuren.
De volgende dag, het is een zondag, leidt ds Van Til weer de godsdienstoefening buiten de stad en dan blijven een aantal van de leidende figuren na om "t werk tot daadelykheid te brengen, en de Wethouderschap van 't bewind te ontzetten'. Dit zal de volgende dag gebeuren. De nacht wordt door vele Gereformeerden binnens huis en wakend doorgebracht, om voor een arrestatie op hun hoede et zijn, 'elk syn werk wetende'.
Alles is dus wel overlegd en men gaat behoedzaam te werk tegen de nog steeds te duchten Roomse magistraat.
De volgende dag gaan de leiders van de coup direct 's morgens naar het stadhuis, waar de gehele vroedschap bijeen is om deze te bewegen tot inschikkelijkheid inzake de kwestie van de schutterij en andere eisen van de Gereformeerden. Het is marktdag en er is dus veel volk op de been. De massa ziet hO'e de samenzweerders telkens heen en weer gaan tussen de plaats waar de vroedschap bijeen is en de herberg, waarin de commissarissen van de Staten zijn gelogeerd, die in het complot betrokken zijn. De menigte kan daaruit concluderen dat de Vroedschap niet tot toegeven bereid IS. We kunnen ons voorstellen hoe de opgewondenheid toeneemt, Eindelijk breekt de spanning. In de namiddag verschijnt du Gardin op de pui van het stadhuis - de plaats van de officiële afkondigingen - en zet zijn hoed af om hem direct weer op te zetten. Dit is het afgesproken teken dat er met praten niets te bereiken valt. Eén der hopmannen van een vendel schutters verlaat tegelijk het stadhuis en slaat de armen ineen om duidelijk te maken dat de magistraat op zijn standpunt blijft staan. Een soldaat lost daarop zijn musket en een matroos stuift de straat op met 'vliegende vlaggen' onder de uitroep: 'Wie Oranje liefheeft toone dat hy hert heeft, en volge my.' Dit is niet tegen dovemansoren gezegd. Een deel van de menigte sleept het geschut uit het 'bushuys', anderen werpen stenen naar de ijzeren tralies, waarachter zich de 'nagtwakers' bevinden, maar het blijkt dat er van de kant van deze overheidsdienaars niets te duchten valt. Zij hebben te veel overuren gemaakt bij het bewaken van de stad tegen een overrompeling van Calvinistische zijde om het niet zat te zijn. Ze lossen geen schot, zoals ze trouwens de leiders van de opstand beloofd hadden!
De weg naar het stadhuis is dus vrij, de Schout, de Burgemeesters en de meeste leden van de Vroedschap worden naar buiten gebracht. Ook de oude wethouderschap. Sommigen worden uit hun woning gehaald. Allen worden ze op de Waag gebracht.
Terzelfder tijd sleept een ander deel van de menigte verscheidene priesters en bijna al de zo gehate Mindereroeders naar de Dam. Tussen twee rijen soldaten door, die hen moeten beschermen tegen de woede van het grauw, worden beide groepen naar het water gebracht en ingescheept, vroedschap en geestelijken apart. ZO' worden ze buiten de' stad gebracht en daar ontscheept. Ze moeten maar lopend een goed heenkomen zoeken.
Een 'revolutie' dus, waarbij geen droppel bloed heeft gevloeid, anders dan b.v, omstreeks dezelfde tijd te Haarlem. Wel heeft het grauw geroepen dat men de gearresteerden naar de galg moest voeren 'daar zy meenigeen aan geholpen hadden', maar de leiders hebben de zaak goed in de hand gehouden. Zij zijn niet uit geweest op wraak maar op het recht doen aan de Gereformeerden en op een betrouwbaar bestuur van de stad.
Vermoedelijk heeft de Prins wel geweten wat er op de 26ste mei zou plaats vinden. Dit betreft dan de ontzetting van de magistraat uit zijn positie, Dat ook Roomse geestelijken ui de stad zijn weggevoerd, heeft hem ontstemd vanwege de door hem nagestreefde godsdienstvrede.
Zo werd Amsterdam dan naar het woord van Hooft Geus.Er komt een nieuwe regering en verschillende ambten worden aan betrouwbare burgers in handen gegeven. De betrekkelijke gemoedelijkheid, waarmee alles tenslotte nog
heeft plaats gevonden moet ons het oog niet doen sluiten voor de historische betekenis van deze dag voor Amsterdam en daarmee voor de hele zaak van de grote Opstand. Pas nu is Amsterdam een betrouwbare bondgenoot in het geheel van steden van Holland en Zeeland. Pas nu ook kan de Gereformeerde kerk zich vrij ontplooien om in korte tijd de grootste van de ganse wereld te worden, van niet te onderschatten betekenis straks voor heel de kerk in het bevrijde vaderland en ook voor de zaak van Ohristus buiten de landsgrenzen. Zij heeft als kerk van Amsterdam met verwisseling van de letters Amsterdam de erenaam ontvangen d 'Mater Salem', de moeder des heiIs.
De Gereformeerden van deze tijd, zowel de Staten van Holland en Zeeland als de leiders te Amsterdam hebben begrepen dat eindeloze discussies geen baat brengen, maar dat er tijden zijn waarin gehandeld moet worden.
En zij hebben gehandeld, moedig, doortastend en met beleid terwille van land en kerk. Staande tegenover een onverzoenlijke Roomse tegenstander - dat mag niet vergeten worden - hebben zij met behoud van de gewetensvrijheid verricht wat de omstandigheden noodzakelijk maakten.
Waar Oranje aarzelde hebben zij doorgetast. Achter dit verschil in aanpak met hun grote leider lag ook een scherper oog bij hen voor de betekenis van de kerk als zodanig! Daarin zijn ze voor ons vandaag nog zonder meer ten voorbeeld. Een voorbeeld ook daarin dat zij van alles steeds God de eer gaven. Die suleken grooten werck Gedaen heeft voor Syn Kerck.
Noot
1) Zo Jan Wagenaer: Amsterdam.